|
|
de afghanistan blues |
|
|
Op zondag 18 februari had het NOS Journaal een item over Afghanistan. "Onze jongens" werden gevolgd op een nachtelijke patrouille die vooral bedoeld was om "te laten zien wie hier de baas is". Wat we vervolgens te zien kregen was een met een nachtcamera gefilmd onheilspellend blauw verslag van niets. Er werd fluisterend gepraat, want de vijand luistert uiteraard mee, met teksten als "het is hier veel te stil, veel te stil; dat bevalt me niks". Er gebeurde helemaal niets, maar de toon was gezet, en de vieze nasmaak die ik er aan overhield kwam geheel voor rekening van Defensie, die het beeldmateriaal had "vrijgegeven". Wat we hier zagen, en daar kwam bij mij de vieze smaak vandaan, was een paar opgeschoten jongens die oorlogje aan het spelen waren, net zoals George W Bush al een aantal jaren presidentje aan het spelen is, en oorlogje spelen hoort daar ook bij. Het lijkt absoluut niet tot die gasten door te dringen dat de Afghanen niet alleen doodsbang zijn voor de Taliban, maar ook voor al die buitenlanders die 's nachts met het geweer in de aanslag rondsluipen. Dan kun je jezelf wel blijven wijsmaken dat je daar voor een stukje veiligheid zorgt, dit verslag liet iets heel anders zien. Als daar één onschuldige Afghaan per ongeluk een verkeerde beweging had gemaakt was er een dode Afghaan bij geweest. Een kwart eeuw geleden was ik in Afghanistan. Het land was toen een verademing na het strakke Iran en later het uitgesproken nare Pakistaan (waar we door jongetjes met stenen bekogeld werden, alleen omdat we buitenlanders waren, en onder het goedkeurende gelach van volwassenen). In Afghanistan heb ik toen alleen vriendelijke, aardige mensen ontmoet. Daarom doet het extra zeer als ik zie hoe wij daar een stelletje onbehouwen boeren hebben heengestuurd die op een ronduit neerbuigende manier met de inboorlingen omgaan. Bah. |