darfur...

darfur

 

Al twee en een half jaar worden de niet-Arabische inwoners van het in het westen van Soedan gelegen Darfur uit hun land verjaagd. Dat verjagen gaat gepaard met plunderingen, verkrachtingen en moordpartijen. De verantwoordelijken zijn de overwegend uit Arabieren bestaande regering van Soedan die intensief samenwerkt met de zogenaamde Janjaweed, bendes moordenaars en verkrachters die het land, zwaaiend met zwaarden en gezeten op paarden en kamelen, onveilig maken.

In mei 2004 kozen Amerika, Europa en Afrika samen voor een oplossing die verre van bevredigend is - de Afrikaanse Unie werd ingezet. Zestig ongewapende toezichthouders en zeshonderd blauwhelmen moesten toezien op een "staakt-het-vuren" tussen de regering en niet-Arabische rebellen. Dat ging dus mis. Binnen de kortste keren waren Janjaweeds en de Soedanese luchtmacht weer in actie (om het maar eens eufemistisch te zeggen), er vielen weer duizenden doden, en de rebellen vielen in splintergroeperingen uit elkaar.

De Afrikaanse Unie reageerde door nog eens drieduizend soldaten en "observers" te sturen. Toen het geweld niet stopte werden nog meer troepen gestuurd. Op dit moment is dit de stand van zaken - er zijn al meer dan tweehonderdduizend doden gevallen en ruim twee miljoen mensen zijn van hun plek verdreven. Inmiddels zijn er zo'n zevenduizend buitenstaanders bij betrokken, waarvan vijfduizend militairen uit vooral Nigeria en Rwanda.

In het begin leek het een goede regeling voor alle betrokkenen - de Afrikaanse Unie, die in 2002 is opgericht om "Afrikaanse oplossingen voor Afrikaanse problemen" te bieden, kreeg van het Westen bijna een half miljard dollar voor het ingrijpen in Soedan. Het Westen kon zijn geweten sussen door te beweren dat er iets nobels werd gedaan voor Soedan, zonder dat ze er zelf troepen heen hoefden te sturen. En de Verenigde Naties, die al zestien andere vredesoperaties over de hele wereld hebben lopen, konden voorkomen dat ze weer een tot mislukken gedoemde missie in de maag gesplitst kregen.

Hoewel Darfur dankzij de aanwezigheid van de Afrikaanse Unie iets stabieler lijkt, gaan het geweld en de moorden gewoon door. Begin november brandden nog zestienhonderd mannen zes dorpen tot de grond toe af. Het westen van Darfur is zo gevaarlijk dat de Verenigde Naties al hun belangrijke mensen er al weggehaald hebben. Er kunnen nu -in een gebied zo groot als Frankrijk- hoogstens drie patrouilles per dag plaatsvinden in verschillende sectoren van dat gebied. Afrikaanse landen staan niet bepaald te springen om meer mensen te sturen.

Ondertussen saboteert Khartoem de boel op allerlei manieren. Zo werd de levering van honderdvijf gewapende voertuigen door Canada geblokkeerd. De Afrikaanse Unie krijgt haar helikopters niet meer in de lucht vanwege willekeurige vluchtbeperkingsregels. NAVO-opleiders die de vredesmissies zouden trainen kregen geen visum. Dood door bureaucratie, zou je kunnen zeggen.

De soldaten van de Afrikaanse Unie moeten ongeregeldheden rapporteren aan het hoofdkwartier in Addes Abeba, maar de verantwoordelijkheid voor de veiligheid en bescherming van mensen ligt nadrukkelijk bij de Soedanese regering. Deze situatie kent alles bij elkaar eigenlijk alleen maar verliezers. Het Westen heeft al meer dan een miljard gestoken in voedsel voor vluchtelingenkampen, terwijl Europa en de Verenigde Staten hebben aangekondigd geen geld meer aan de Afrikaanse Unie te zullen geven. Dat betekent in de praktijk waarschijnlijk dat de Verenigde Naties alsnog een vredesmissie te vervullen krijgen.

De vredesonderhandelingen tussen Khartoem en de steeds maar uitdijende groepen rebellen gaan hun zevende vruchteloze ronde in. Er worden inmiddels allerlei smoezen van stal gehaald om vooral niets te hoeven doen. Het zou bijvoorbeeld om een stammenoorlog gaan, waar de internationale wereld vooral niet tussen zou moeten komen. Dat het hier om een humanitaire ramp gaat mag inmiddels duidelijk zijn, maar de oplossing ligt wel heel ver weg. Op dit moment zijn zelfs de mensen in vluchtelingenkampen hun leven niet zeker, omdat de Janjaheed al dichtbij gesignaleerd zijn. Voedsel en andere hulp kan pas op de juiste plek komen als de wegen veilig zijn, en dat zijn ze nog lang niet. Een situatie waarin vluchtelingen veilig naar hun eigen plek kunnen terugkeren lijkt wel erg ver weg.

Volgens de experts zijn er minstens veertigduizend man vredestroepen nodig om het geweld te stoppen, maar het zal niet gemakkelijk zijn om VN-landen die ervaring hebben met vredesmissies, als Canada en Turkije, er toe over te halen troepen te sturen. Bovendien zou Soedan er mee in moeten stemmen, en die kans lijkt minimaal. Cynisch genoeg neemt Soedan in januari ook nog het roulerende voorzitterschap van de Afrikaanse Unie over.

terug naar de startpagina van moors magazine