Na mijn merkwaardige middelbare schoolloopbaan (één jaar gymnasium, twee jaar HBS – overigens beide mislukt omdat ik me als timmermanszoon tussen de “elite” niet kon handhaven -, MULO, HAVO) ging ik, omdat mijn ouders de kunstacademie geen goed idee vonden en het me wel leuk leek “iets met jongeren te doen”, naar de Sociale Academie. Ik heb het daar twee jaar volgehouden, maar ben toch geen cultureel werker geworden. Ik heb er wel een paar vrienden voor het leven ontmoet, maar ook een aantal minder sympathieke types. Binnenkort is er een reünie van mijn toenmalige klas, en ik ga er heen.

Aan die periode op de Sociale Academie heb ik onder meer een levenslange hekel overgehouden aan mensen die links praten en rechts doen. Misschien was dit type niet in de meerderheid, maar ze hadden in ieder geval de grootste mond en waren zeer dominant aanwezig. Ik wist dat dit niet de goede school voor mij was na de beoordeling van een werkstuk waar ik op gezwoegd had, en waar ik in eerste instantie als “voorlopig cijfer” een acht op gekregen had. De cijfers werden pas definitief nadat alle werkstukken waren beoordeeld. Drie klasgenoten deden het slim – ze deden namelijk niets, maar zaten in de kroeg te brainstormen. Ze leverden vervolgens een gezamenlijk werkstuk in dat bestond uit brokstukken van ideeën, maar wisten dat als “discussiestuk” verbaal aan de leraar te verkopen. Toen zij een negen kregen, en mijn cijfer werd bijgesteld naar een zes wist ik dat ik hier weg moest wezen.

Het heeft me na die twee jaar nog een heel jaar gekost om van het Marxistisch getinte jargon af te komen.
Er was overigens één lesuur, in een kelder van het gebouw, waar ik altijd met zeer veel plezier heenging – handenarbeid. Daar heb ik veel getekend, beelden gemaakt en leren batikken. Uiteindelijk ben ik later toch de kunstacademie gaan doen, waar ik vijf jaar lang puur heb genoten.

Nog even over “links praten en rechts doen” – als je fanatiek tegen auto’s bent en fanatiek tegen het huwelijk, en je koopt vervolgens van je eerste paar bij elkaar verdiende centen een auto en je trouwt meteen met je eerste vriendinnetje, dan zou ik verwachten dat je je linkse praatjes wat bij zou stellen. Dat gebeurde niet. Daarom was dit soort saloncommunisten ook zo storend. Ik ben er nog steeds allergisch voor, en daar ben ik de Sociale Academie nog altijd dankbaar voor. Zelf ben ik op ideëel gebied sinds die tijd iemand van “niet teveel praten, gewoon doen”. En ik heb nog steeds geen rijbewijs.

(HM, 3 november 2005)


Reactie

Hey Holly en alle anderen,

Je geeft een extra dimensie aan de reünie. Je hebt er een mooi persoonlijk bericht van gemaakt. Klasse!
Iedereen zijn eigen verhaal. Zo ben ik de academie nog steeds dankbaar over wat ik daar direct en indirect heb meegekregen. Ik ben nooit naar het gymnasium gegaan. In het Nederweert van 1965 was het al niet gebruikelijk dat je als arbeiderszoon uit een gezin van negen kinderen naar de HBS (Bisschoppelijk College Weert) ging. De eigenwijzigheid (en ook wel “streberischheid”) van mijn moeder die de mening van Het Hoofd der School fier trotseerde, bracht me daar. Niks geen marxistisch gedoe, ze was katholieker dan de paus. Natuurlijk was het wel absoluut geen middenklasgezin, geen middenstander, leraar of ambtenaar. Dat heeft me waarschijnlijk ook wel gevormd, echt alternatief was ik nooit. Met die nestgeur ontwikkel je haast als vanzelf oog voor materiële zaken, want je had van thuis uit niks. Ik werkte zaterdags en ‘s zondags en in de vakanties bij een benzinestationgarage. Na een zo’n vakantie mocht ik een oude auto uitkiezen. Ik had de keus tussen een Amerikaanse Rambler 6 cylinder van een meter of zes lang of een Ford Consul Corsair. Verreweg het liefst had ik de Rambler gehad, dat mocht niet van mijn vader want hij vond het een schooiersauto en schooiers waren we niet.

Links werd ik ook op de academie en zo beschouw ik me nog steeds. Ik werd overigens niet links in de eerste twee jaar maar vooral tijdens de stage. Daar sloeg ook de eerste twijfel toe aan radicaal links. Ten tijde van de coup in Chili door Pinochet verkondigden mensen van de KEN (Kommunistische Eenheidsbeweging Nederland) dat veel van de “beste zonen van Chili”, daarmee doelend op de revolutionairen van de MIR, bij de coup waren omgekomen. Er kwamen duizenden mensen om en bij mij kon het er niet in dat iemand vanwege zijn politieke overtuiging een betere zoon zou zijn dan een ander. In dat stagejaar wilde ik op de CPN stemmen en ik heb mijn vader gevraagd om dat per volmacht voor mij in Nederweert te doen. Tegen beter weten in, ik weet haast zeker dat die stem toch naar de KVP is gegaan.

In december 1975 ben ik getrouwd, niet met een meisje van de academie en zeker niet met mijn eerste vriendinnetje. We zijn nog steeds bij elkaar. Met dank aan Herman van Veen want Thea heeft me van de kroegen en de eenzaamheid gered. Hoe zou het anders zijn gegaan? Misschien was ik wel kunstenaar geworden in een of ander warm land. Een minder kleinburgerlijk bestaan dan in mijn huidige baan als (waarnemend) burgemeester? Ben je mal. Je moet een oude aap niet leren vlooien.
De Ford Consul Corsair werd voor een prikkie overgedaan aan een vriend, die heeft er nog lang plezier van gehad. Toen ik me politiek ging organiseren werd het in ’76 toch Partij van de Arbeid en dat is zo gebleven. Nog een paar dingen.
Ik had in mijn jeugd graag gitaarles gehad. Dat ging toen niet. In 1982 wel, ik heb er nog steeds bij tijd en wijlen plezier van. Afgelopen zondag heb ik een motorritje gemaakt. Laten we dus (ook) het genieten delen. Bij de aanstaande reünie bijvoorbeeld.

Henk Evers



Reactie 2


Beste Holly,

Een prachtige en persoonlijke site die je hebt gestuurd.
Ik merk ook aan de reactie van Henk Evers dat je verhaal impact heeft en dat sommigen zich voelen aangesproken. Laat dat zo zijn maar ik beschouw jouw verhaal als mooi en oprecht net als de reactie van Henk die toch nog even wil uitleggen waarom hij die auto kocht en is getrouwd.
Het is boeiend om ons studentenleven te zien in de maatschappelijke omstandigheden van die tijd. Ik denk er soms aan terug. Maar ik ben vroegtijdig uit Sittard vertrokken en overgestapt naar de Gereformeerde Sociale Academie in Culemborg. We stapten daar in een vrijwel identieke situatie als op de SA-Sittard, een groep studenten die in een bestuurlijk vacuum probeerden hun eigen studierichting vorm te geven. Grappig dat daar dezelfde patronen ontstonden en dezelfde karakters bestonden. Met dit verschil dat de rollen werden gespeeld door jongeren uit overwegend gereformeerde nesten die wat scherper waren in woord en geschrift dan de charmante, zwalkende katholieken. Maar ook daar waarde de marxistische geest. De Sociale Academie in Sittard was niet zo uniek maar in mijn herinnering wel sfeervoller dan in Culemborg. En in Sittard was inderdaad een mooi handenarbeidlokaal Holly, maar de docent was het leukste.

Pierre Ronden



Reactie 3

 

terug naar de startpagina van moors magazine

»