Ved Mehta – Alles uit liefde – De Geus

Ved Mehta werd blind toen hij drie was. Een groot deel van zijn leven is hij bezig geweest met de ontkenning van dat feit. In de artikelen die hij voor the New Yorker schreef vanaf zijn twintigste kun je nergens terugvinden dat de schrijver blind is. Integendeel zelfs, want hij schrijft zo beeldend dat je alles voor je ziet. Hij gaat geen uitdaging uit de weg op dit gebied. Zo schreef hij een boek (The Photographs of Chachaji) waarin hij met een filmploeg naar India trekt om er een documentaire te filmen waarin een van zijn ooms de hoofdrol zal vervullen. In dat boek is niets te vinden waaruit je zou kunnen opmerken dat Mehta blind is. Hij zoekt voor de filmploeg zelfs fotogenieke lokaties. Hij doet iets dat geen andere blinde schrijver vóór hem ooit deed, hij schrijft zeer bewust als iemand die niet blind is. Zijn collega’s bij the New Yorker kunnen soms nauwelijks geloven dat hij niets kan zien omdat hij zich zonder hulp van een blindengeleidehond of een stok schijnbaar moeiteloos door New York beweegt, lopend en met de bus. Dit ging zelfs zo ver dat Norman Mailer hem voor een vuistduel uitdaagde omdat hij dacht dat Mehta de boel belazerde.

Geluidsschaduwen
Hij verklaart het zelf aan de hand van het begrip “facial vision” (in het Nederlands heet het “aangezichtszien”) waarbij hij afhankelijk is van zogenoemde “geluidsschaduwen”. Het gaat om de voor een ziende nauwelijks of niet waarneembare echo’s die ieder voorwerp terugkaatst. Ved Mehta heeft altijd al zijn zintuigen op scherp staan waardoor hij zelden tegen een tafel of een stoel aanloopt, omdat hij feilloos die echo’s peilt.
In “Vedi”, het deel van zijn autobiografie dat zijn jongste jeugd behandelt staat een mooie uitleg. Als kind krijgt Ved te horen dat mensen zichzelf in een spiegel kunnen zien. Hoe kan dat nou? vraagt de kleine Ved. Een spiegel is vlak, maar een gezicht niet. Dat kan niemand hem uitleggen. Tot hij een keer een echo hoort, geluid dat wordt weerkaatst door een vlakke wand, maar waar toch evenveel diepte in zit als in gewoon geluid. Zo is het nu met een spiegel ook, zegt iemand tegen hem en dan snapt Ved het.

Ved Mehta werd in 1934 in India geboren in een hindoefamilie en werd door een hersenvliesontsteking blind vlak voor zijn vierde verjaardag. In India, toen ook al een van de armste landen ter wereld, zou dat normaalgesproken betekend hebben dat hij later als bedelaar door het leven zou moeten gaan. Hindoes beschouwen blindheid als een straf voor zonden die je in een eerder leven zou hebben begaan. Zijn vader, een arts, trok zich niets aan van dit vooroordeel en zorgde ervoor dat zijn zoon naar de beste blindenschool ging, al lag die in Bombay, aan de andere kant van het immense India. Na drie jaar had hij daar alles geleerd, en probeerde zijn vader hem naar een school in het westen (Engeland of Amerika) te krijgen. Daar vonden ze hem te jong, waardoor hij het een paar jaar zonder school moest doen. Op zijn dertiende werd Pakistan een onafhankelijke staat, los van India, en de familie wist net op tijd uit het islamitische Pakistan te ontkomen. Dat levert overigens een paar bloedstollende verhalen op, die in The Ledge Between the Streams terug te vinden zijn. Ved was bang dat hij voor de rest van zijn leven in India vast zou zitten. Zijn vader zorgde er ondertussen voor dat hij net als ieder ander kind behandeld werd.

Amerika
Toen werd hij op zijn vijftiende onverwacht geaccepteerd op de Arkansas School for the Blind in de plaats Little Rock. Vanaf dat moment ging het alleen maar vooruit, naar het Pomona College in Californië, naar Oxford en tenslotte naar Harvard. Terwijl hij nog studeerde ging hij al schrijven voor The New Yorker. Gedegen en diepgravende artikelen over de nieuwe filosofen van Engeland, over taal, over India, en uiteindelijk over zichzelf.
Als je zijn voorgeschiedenis kent zijn het voor een groot deel verbijsterend goede essays met een enorme diepgang en van een grote toegankelijkheid. Hij schrijft over de meest ingewikkelde onderwerpen (linguïstiek bijvoorbeeld) met groot inzicht en helder, zonder voor de lezer op de hurken te gaan zitten. Zijn stukken voor The New Yorker, die bijdroegen tot de integere reputatie van het blad, zijn vaak gebundeld als boek uitgegeven. In die tijd was hij in Amerika een bekende journalist, een beroemdheid bijna.

Autobiografie
Verbazingwekkend genoeg is er tot voor kort nog nooit een boek van Ved Mehta in het Nederlands vertaald. En dat terwijl zijn autobiografie in (tot nu toe) tien delen perfect binnen een serie als Privé Domein zou passen. Zijn eigen verhaal beslaat tot nu toe acht van de tien delen. De eerste twee delen bevatten portretten van zijn vader (Daddyji) en moeder (Mamaji). Het is de indrukwekkendste autobiografie die ik ooit gelezen heb. En dat terwijl ik toch behoorlijk onder de indruk was van Paustovski’s Privé Domeinboeken en de Temps Perdu-reeks van Proust. Die autobiografie is niet alleen indrukwekkend omdat Mehta de worsteling beschrijft van een gehandicapte intellectueel die iets wil bereiken in het leven, maar ook omdat hij dieper ingaat op de botsing tussen religies (de splitsing van het multi-religieuze India en het islamitische Pakistan, zijn ouders die religieus gezien heel verschillend in het leven staan, zijn kennismaking met het Christendom en het Jodendom), de verschillen tussen het oosten en het westen en zelfs de contrasten tussen Europa (met name Engeland) en Amerika. Alles is geschreven vanuit persoonlijk perspectief, maar tegelijkertijd met een grote gevoeligheid voor de kern der dingen. Je gaat meeleven met de hoofdpersoon en leert hem intiem kennen.

De vertaling
En nu is er dan de vertaling van All for Love, vertaald door Jos den Bekker en voorbeeldig uitgebracht door Uitgeverij de Geus: Alles uit liefde. Recht doend aan het prachtige, elegante en humoristische Engels. Het is misschien een raar idee om een tiendelige autobiografie te beginnen met het voorlaatste deel, maar elk deel van de reeks is heel goed apart te lezen. In het eerste hoofdstuk van dit boek geeft de schrijver bovendien een korte samenvatting van zijn leven tot dan toe. Alles uit liefde is dus een uitstekend boek om mee te beginnen.

Continents of Exile
De eerste delen van de autobiografie, dat de overlappende titel “Continents of Exile” heeft (wat je zou kunnen vertalen als “continenten van verbanning”, met inbegrip van het continent van zijn blindheid) zijn nog vrij traditioneel opgezet, wat wil zeggen dat ze chronologisch opgebouwd zijn. Na deel zeven, Up at Oxford, kiest hij een andere aanpak. Bij elk volgend boek wordt een andere invalshoek gekozen waardoor het levensverhaal niet meer chronologisch verloopt. Deel acht heet Remembering Mr Shawn’s New Yorker en beschrijft zijn schrijverscarrière bij het gerenommeerde Amerikaanse weekblad, zijn vader/zoon-relatie met hoofdredacteur William Shawn en zijn leven in New York. In All for Love, het boek dat zojuist in het Nederlands vertaald is, gaat het over de grote liefdes in zijn leven en over een ingrijpende psychotherapie.
In het voorlopig laatste boek, Dark Harbor, gaat het over het bouwen van een huis op een afgelegen eiland, over zijn echte grote liefde, het stichten van een gezin en nog veel meer. Er zal hierna nog één deel volgen, The Red Letters (aangekondigd voor het voorjaar van 2004).

 

Een kenmerkend fragment uit het eerste hoofdstuk van Alles uit Liefde:


“… Bovendien gingen de gesprekken thuis altijd over mensen en ik hamsterde de opmerkingen die terloops over de nieuwkomer werden gemaakt: of ze te veel of te weinig make-up droeg, of ze een mooie of lelijke huid had, welke huidskleur ze had en of de kleur van de sari bij haar paste. Ik vergaarde die informatie nooit bewust, maar toch, als iets niet duidelijk was, stelde ik altijd vragen in de trant van: “Wat is er met haar huid?” en dan antwoordde iemand misschien dat die pokdalig was of pukkelig of vettig. Alles wat ik hoorde werd in mijn hoofd als een legpuzzel in elkaar gelegd, en elk nieuw stukje informatie dat ik later kreeg werd erin gepast, tot ik in staat was die persoon in levendige, minutieuze details te beschrijven. “Tante Kimmi heeft dikke wangen, een laag voorhoofd, een zuinig mondje, een grote neus, en als ze loopt lijkt het of haar boezem voor haar uit gaat”, zei ik dan bijvoorbeeld. “Groen staat haar goed, die kleur past bij haar ogen.” De mensen begonnen te denken dat ik helderziend was, terwijl het in werkelijkheid om niet meer ging dan een uitgekookte methode om informatie in elkaar te passen die ik bij stukjes en beetjes vergaard had.  “


Een treffende omschrijving van een rasschrijver die wacht op zijn Nederlandse publiek.


  • Ved Mehta – Alles uit Liefde
    vertaald uit het Engels door Jos den Bekker
    Gebonden, 382 pagina’s
    Uitgeverij De Geus
    Prijs Euro 24.90



 

terug naar de startpagina van moors magazine

« | »