|
De afgebeelde vrouw is
waarschijnlijk een Babalú (priesteres) van de Cubaanse vorm van Santería.
Santería (Cuba, Dominicaanse Republiek), Voodoo (Haiti, New Orleans),
Candomblé (Brazilië) en dergelijke zijn Afro-Amerikaanse syncretische (=
meng-)godsdiensten die we aantreffen op beide amerikaanse continenten.
Toevallig is dat mijn specialiteit als antropoloog. Mijn veldwerk heb ik in
Maracaibo (Venezuela) verricht bij de locale "santería" die daar Maria
Lionza heet.
De kleding van de vrouw op de foto is geen gewone klederdracht, maar een
rituele dracht. De Babalu's dragen altijd wit, net als inwijdelingen, die je
in Cuba ook vaak op straat ziet lopen. De rode bloemen én de wit/rode
kralenketting wijzen er op dat zij een "dochter" van Shangó is, de Yorubá
god van onder andere donder, bliksem en oorlog. De Yorubá zijn een volksstam
in het huidige Nigeria, die veel slaven
"geleverd" heeft. Toen de slaven in Amerika aankwamen werd het hen uiteraard
verboden om de eigen godsdienst uit te oefenen. Ze werden onvrijwillig
bekeerd tot het Katholieke geloof. Om tóch hun eigen goden te kunnen blijven
aanbidden, zonder dat de slaven-eigenaar of de priester het ook maar
begrepen, werden de Afrikaanse goden gefuseerd en geïdentificeerd met
Katholieke heiligen.
Shangó werd zo tot Santa Bárbara, waarschijnlijk omdat die heilige ook met
oorlog te maken had. Op oude marineschepen werd de kruitopslagplaats ook wel
Sint Barbara genoemd. Tot op heden weet iedereen op Cuba, in Brazilië en
alle andere landen waar deze meng-godsdiensten bloeien, wie eigenlijk met
Santa Bárbara bedoeld wordt. De gedwongen kerstening heeft toch wel iets
uitgehaald, althans vanuit het oogpunt van de Katholieke kerk. De
hedendaagse afstammelingen van de slaven zijn in meerderheid goed katholiek
en bedrijven de Santería geheel los daarvan. De kerk sluit heel pragmatisch
meestal de ogen daarvoor.
Jan Meijer
|

terug naar de
startpagina van moors magazine |