Wanneer in een land economische vraagstukken de hoogste prioriteit hebben
gaat de bevolking naar de verdommenis.
Zo luidt kort samengevat de boodschap van de Amerikaanse professor Amitai
Etzioni, oprichter van de 'communitaire beweging'. In zijn boek: "The Spirit
of Community" keert hij zich zowel tegen de orthodoxe christenen als tegen
de linkse liberalen in zijn land. De Verenigde Staten verkeren volgens de
socioloog Etzioni in een morele crisis waarop de liberalen geen antwoord
hebben. De christelijke fundamentalisten denken dat bidden op school en
verbod van abortus oplossingen zijn van de problemen. Het is dus zaak dat er
een morele beweging op gang komt die goede waarden en normen introduceert.
Dit gedachtengoed dat herinneringen oproept aan de Morele
Herbewapeningsbeweging van de jaren vijftig van de vorige eeuw schijnt ook
in Europa enige vooraanstaande volgelingen te kennen waaronder Balkenende.
Communitariërs zijn volgens Etzioni : "mensen die zich voorgenomen hebben
een nieuwe morele, sociale en publieke orde te scheppen gebaseerd op
herstelde gemeenschappen, zonder dat puriteinsheid en onderdrukking worden
toegestaan".
Het woord "herstelde" in voorgaande definitie heeft iets verleidelijks.
Er wordt gesuggereerd dat de westerse maatschappijen iets heel kostbaars
verloren hebben dat herbouwd kan worden. Er klinkt een nostalgie in door
naar een verleden waarin mensen in kleine gemeenschappen woonden met sterke
sociale banden tussen families en buren. Men kan zich afvragen of deze W.G.
van der Hulst-achtige gemeenschapjes in werkelijkheid inderdaad zo'n hoog
rozegeur en maneschijngehalte hadden. Nostalgie ligt goed in de markt bij
mensen die zich zorgen maken over de toekomst.
Het is overigens niet helemaal duidelijk welke verbanden Etzioni bedoelt
met het woord "communities". Men kan denken aan families, stadswijken,
steden, regio's of zelfs landen. Ook vergeet hij te melden dat zulke sterke
verbanden niet altijd tot heil der mensheid strekken. Iraakse Soennieten en
Shiieten vertonen een degelijke communitaire band evenals El Qaida en de
Cosa Nostra.
De samenbindende kracht van de communitariers is de overtuiging dat de
Amerikaanse samenleving in snel tempo naar de bliksem gaat. Gewezen wordt op
de misdaad in de steden, het aantal echtscheidingen en ongehuwde moeders, de
armoede en het totale gebrek aan solidariteit in de maatschappij. Dat de
remedie van deze ernstige kwalen gelegen zou zijn in het propageren van
gemeenschapszin doet echter wat naïef aan. Ook beruchte Amerikaanse gangs
als de Crips en de Bloods hebben een sterke groepsband. Het idee dat zoiets
heel goed tot ernstige conflicten kan leiden treffen we helaas in deze
bespiegelingen niet aan.
De "Economist" ziet nog een gevaar in de neiging van de beweging de
liberale economie de schuld te geven van alle misstanden en wijst op het
boek "The Trap" van de Engelse Europarlementarier Sir James Goldsmith,
waarin gepleit wordt tegen de GATT-akkoorden en voor het sluiten van de
grenzen voor produkten uit de derde wereld. Onbeperkte wereldhandel
vernietigt de traditionele gemeenschappen en moet daarom tegengegaan worden.
Volgens Sir James gaat de ellende terug tot de Verlichting toen de rede
tot grondslag van de moraal werd gebombardeerd. Overwegingen van
"spirituele, historische en natuurlijke" aard werden daarmee ten onrechte
opzij geschoven. Het griezelige van deze denktrant is dat zij zonder omwegen
lijkt te leiden naar het "Blut und Boden" uit de vorige eeuw.