|
De geneeskunde is sinds de tweede
wereldoorlog eigenlijk een mislukte onderneming. Voor die oorlog overigens
ook, hoewel daarvoor de antibiotica ontdekt zijn waardoor de belangrijkste
infectieziekten bestreden konden worden. Het behandelen en knutselen heeft
sindsdien een hoge vlucht genomen zonder dat dit leidde tot een toename van
de aktiviteit waar de geneeskunde zijn naam aan dankt: het genezen.
Door de technologische ontwikkeling werd het
wel steeds makkelijker ziektes te ontdekken. De diagnostische mogelijkheden
namen toe zonder dat dit leidde tot een toename van het therapeutische
arsenaal. Deze stand van zaken leidde er op haar beurt weer toe dat het
accent van de geneeskunde verlegd werd naar de zogenaamde preventie van
ziekte.
Voorkomen was immers beter dan genezen. Bij
deze preventie moet merkwaardig genoeg niet in de eerste plaats gedacht
worden aan het ijveren voor gezonde leefomstandigheden. De artsen in de
vorige eeuw, die ook geen remedie hadden tegenover de belangrijkste
doodsoorzaken van die tijd zijn hier met veel resultaat mee in de weer
geweest.
In 1848 verleende de gemeente Amsterdam
bijvoorbeeld aan de Amsterdamse arts Dr. Sarphati concessie tot het ophalen
van "alle de haardasch, vuilnis, fecaliáen, rioolspecien en afval der
vilderij." Deze hygienische maatregelen werden genomen omdat men meende dat
ziekten het gevolg waren van stank. Men noemt dit wel de fortuinlijke
dwaling.
De maatregelen hadden een groot effect op de
volksgezondheid en men gaat er gewoonlijk van uit dat onze optimistische
levensverwachting te danken is aan dit soort maatregelen.Hoewel momenteel
het milieu ook nog wel gezien wordt als bron van ziekte is het toch
onwaarschijnlijk dat door maatregelen op dit terrein nog veel
gezondheidswinst geboekt kan worden.
Voor de preventie werd een nieuw gebied
gevonden: de risicofactoren. Volgens oud gebruik worden ziekten die men niet
goed begrijpt ofwel geweten aan stress ofwel zogenaamd multicausaal
begrepen. Zo dacht men vroeger dat de gevreesde scheurbuik door
verschillende oorzaken tegelijkertijd ontstond, waaronder bedorven boter,
seksuele losbandigheid in havens, roken en drinken en veel zeelucht.
Deze gewoonte bij onbegrepen oorzaken van
ziekten als eerste naar het dieet te wijzen is nog steeds actueel. Ook de
wijze van redeneren waarbij uit het feit dat bij meer van een omstandigheid
meer ziekte voorkomt dan bij weinig, geconcludeerd moet worden dat er een
oorzakelijk verband moet zijn is verrassend modern. Dat deze weg niet
vanzelfsprekend leidt tot heil der mensheid toont het onderzoek naar
risicofactoren voor hartziekten aan.
Op dit ogenblik zijn 350 risicofactoren
ontdekt waaronder een gleufje in de oorlel, kaalhoofdigheid en appelvormige
gestalte indien men een vrouw is. De grootste ellende valt echter te
verwachten van een tak der geneeskunde die volstrekt iedere ambitie tot
genezen verlaten heeft: de genetica. Het is nu al zo ver dat de geleerden
uit dit veld zelf, zoals Hans Galjaard, beginnen te roepen dat deze tak van
preventie straks vooral zal leiden tot de preventie van de mogelijkheid om
levens- en ziekteverzekeringen af te sluiten, preventie van levensgeluk,
preventie van het voortbestaan van volgens de genenkaart riskant geachte
organen als borsten en eierstokken en natuurlijk de preventie van mensen
zelf, waarbij het voorstelbaar is dat de mate van gewenstheid van het
genetisch materiaal verschuift.
Op deze wijze komt een wereld in zicht waarin
men precies kan zeggen hoe oud iemand zal worden en waar hij aan zal
sterven. In het grootste deel zal dat overigens enkele maanden zijn, met als
doodsoorzaak: ondervoeding.
terug naar de startpagina van moors magazine
|