Overdreven gesteld zijn er twee manieren om naar de mens te kijken. Als
machine of als net zo iets als jezelf. Sommige standpunten passen beter bij
het machinemodel, andere bij het inlevingsmodel. Door de voortgang van de
genetica en de breinchemie heeft het machinemodel de wind in de zeilen
gekregen.
Worden mensen wat ze zijn door wat ze geleerd hebben of door de genen die
ze geërfd hebben? In het nurture-naturedebat kregen de nature-aanhangers bij
elk nieuw ontdekt gen meer praats. Een zichzelf kopiërende machine is
gemakkelijker voorstelbaar dan een machine die iets leert dat er niet
voordien al ingestopt is. De beste manier om een machine te leren kennen is
te bezien hoe hij in elkaar zit en wat er gebeurt als hij werkt. Het mooiste
is wanneer er een bouwtekening of blauwdruk, zoals dat in de tijd voor de
moderne kopieermachines heette, aanwezig is.
Voor de machinisten is het derhalve een godsgeschenk dat elk levend wezen
zo'n blauwdruk heeft in de vorm van het genoom, het geheel van alle
genetisch materiaal. Een echte machinist denkt dat wanneer het menselijk
genoom geheel in kaart is gebracht, de kennis over de mens in grote lijnen
compleet is.
Een inlever ziet dat anders. Hij zal vinden dat mensen vooral door hun
omgeving bepaald worden en eventueel zelfs door de keuzen die ze maken. Een
moeilijke jeugd levert persoonlijkheidsstoornissen op, een slechte school
een lage intelligentie en slechte vrienden en armoedige omstandigheden galg
en rad. Somberheid en depressie komen bij de inlever voort uit nare
gebeurtenissen, bij de machinist zijn hier verkeerde chemische stoffen voor
verantwoordelijk. De machinist verwacht dan ook veel van toediening van
corrigerende chemicaliën. De inlever denkt eerder aan genezende gesprekken.
De inlever wordt gekarakteriseerd als soft, de machinist als hard. Het
lijkt erop alsof harde en zachte periodes in de menswetenschappen elkaar
opvolgden in de vorige eeuw. De zestiger en zeventiger jaren waren goeddeels
op inleven gefocust, daarna leek het erop alsof de eerste signalen van het
einde van de erop volgende harde periode her en der verschenen.
De machinisten ontdekten namelijk wel van alles, maar konden hun claims
vaak niet waarmaken. Als voorbeeld kan de hedendaagse omgang met depressie
gelden. De meest recente machinale bestrijdingsvorm met Prozac blijkt nu in
sommige gevallen moord en zelfmoord op te leveren. Hiermee worden de
inlevers in de kaart gespeeld die altijd al beweerden dat het om verdrongen
agressie ging.
Een vorm van depressie die uitdrukkelijk door de machinisten geclaimd
was, de postpartum depressie bij nieuwbakken moeders blijkt nu ook een
chemische uitleg te ontglippen. Het leek zo duidelijk, allerlei
hormoonspiegels veranderen zo drastisch na de bevalling dat een chemische
verklaring evident leek. Recent Engels onderzoek ondersteunt dit idee niet.
Een gouden kans voor de inlevers.
Valt het zo fel begeerde moederschap in de dagelijkse en nachtelijke
praktijk vaak niet bitter tegen? En zouden deze zo goed inleefbare problemen
niet de oorzaak van de somberte kunnen vormen? Wellicht wordt binnenkort
ingezien dat het om twee kanten van dezelfde medaille gaat. In dat geval
verwacht ik binnenkort praatgroepen om mensen die in een genetische of
hormonale achterstellingspositie verkeren te leren hoe zij zich daar mentaal
tegen teweer kunnen stellen. Bij wijze van synthese.