Stel je voor dat je een tijdmachine zou hebben waarmee je zou terugreizen
naar het moment vlak voor het eerste afspraakje van je grootvader met je
grootmoeder. Je zou je grootvader ervan weten te overtuigen dat je inderdaad
zijn kleinkind bent, dat terug is komen reizen in de tijd. Wanneer hij deze
fantastische gebeurtenis echter aan je grootmoeder vertelt twijfelt deze
zodanig aan zijn verstand dat ze hem nooit meer wil zien. Waar blijf je zelf
nu ?
Over deze en andere paradoxen ging een artikel in de "Scientific
American". De schrijvers betogen dat er op dit moment nog geen
wetenschappelijke redenen zijn om reizen in de tijd voor onmogelijk te
houden. Volgens de relativiteitstheoriën van Einstein moet aan onze
driedimensionale ruimte een vierde tijdsdimensie worden toegevoegd. Deze
ruimte bestaat uit gebeurtenissen die allemaal een plaats in ruimte en tijd
hebben.
Je leven vormt een vierdimensionale worm; de staart begint bij de
geboorte en het voorste punt van de kop is je dood. Op elk moment in de tijd
ben je de driedimensionale doorsnede van deze worm. De worm ligt langs een
zogenaamde wereldlijn. Volgens de vergelijkingen van Einstein kunnen deze
wereldlijnen cirkels vormen onder exceptionele omstandigheden, zoals die
bijvoorbeeld in zwarte gaten in het heelal zouden kunnen heersen. Deze
cirkels, "closed timelike curves" of "CTC"'s geheten zouden je de
mogelijkheid kunnen verschaffen met je jongere zelf kennis te maken.
Hierdoor ontstaan problemen, zoals de geschetste grootvaderparadox. Een
andere is die van de kunstkritikus die met een boek reprodukties terugreist
naar de tijd dat de beroemde kunstenaar leefde. Hij treft hem in een
beginfase waarin hij alleen blauwe schilderijen maakt. De kunstenaar maakt
hem het boek afhandig en de kritikus reist zonder terug. De kunstenaar
besteedt de rest van zijn leven aan het nauwkeurig overschilderen van de
reprodukties en wordt daardoor beroemd.
Als mogelijke oplossing is bedacht dat het onmogelijk is in het verleden
dingen zodanig te veranderen dat het heden anders zou worden. De grootmoeder
valt juist voor de ziekelijke fantasie van grootvader en neemt hem
verzorgend onder haar hoede. Het boek met reprodukties verbrandt tijdens een
bombardement in een burgeroorlog.
Een andere oplossing wordt aangedragen door Stephen Hawking: geen mens
kan een CTC overleven. De esoterische wiskunde van de quantummechanica komt
met een fantasierijkere oplossing. Deze werd het eerst voorgesteld door
Everett in 1957. Het is de meerdere universahypothese. Als iets fysiek
mogelijk is, meent Everett, dan vindt het ook plaats in een of ander
universum.
De fysieke realiteit bestaat uit een verzameling naast elkaar bestaande
universa, ook wel multiversum genoemd. Door terug te gaan naar je grootvader
kom je in een ander universum terecht, een universum waar je grootvader met
iemand anders zal trouwen en jij later niet zal bestaan. Door handelend op
te treden in het verleden verander je het heden waar je uit komt niet, maar
creëer je een ander universum.
De kunstenaar met zijn blauwe schilderijen krijgt zijn succes in het
nieuwe universum weliswaar voor niks, in het universum waar de kritikus
vandaan komt heeft hij er wel degelijk artistieke moeite voor moeten doen.
Het heeft dus geen zin naar het verleden te gaan om geld op de bank te
zetten, de rente is niet gecumuleerd in het universum waarnaar je terug
reist en de winnende lottonummers die je op je toekomstreis zag bevonden
zich in een andere werkelijkheid. Volgens Everett.