een grote eik... het einde van de wetenschap
-  door peter bŁgel

 

Peter BŁgel - een kleine introductie

Voor het geval de lezers van deze columns het nog niet gemerkt hadden: de wetenschap is tot stilstand gekomen. Wanneer er al ergens voortgang geboekt wordt is deze zo minimaal dat alleen superspecialisten hem kunnen ontwaren. De wetenschap lijkt op een boom, een eik bijvoorbeeld. Na tweehonderd jaar wordt hij nauwelijks nog hoger, alleen dikker en er komen meer vertakkingen. Door beide processen is een geweldige kruin ontstaan, verstrekkend en ondoorzichtig met miljoenen bladeren.

Wanneer we als bladeren publicaties nemen blijft de metafoor intact. Elk jaar komen er meer bladeren aan de eik maar veel hoger wordt hij niet meer. Wanneer we als takken wetenschappelijke tijdschriften nemen, ziet het groeiproces van onze wetenschapseik er als volgt uit. In 1800 waren er honderd, omstreeks 1850 duizend en aan het begin van de vorige eeuw tienduizend. In 1950 waren er honderdduizend wetenschappelijke tijdschriften.

Momenteel publiceren ongeveer 15 miljoen natuurwetenschappelijke onderzoekers 3,5 miljoen artikelen per jaar. Daarbij vertakt de wetenschap zich steeds verder, in disciplines, subdisciplines, specialismen en superspecialismen. In iedere publicatie wordt gebruik gemaakt van stukken theorie en techniek, overgenomen uit andere publicaties, die op hun beurt weer verwijzingen bevatten naar een volgende vertienvoudigde laag publicaties, enzovoort. Voor een kritische lezer is het momenteel vaak onmogelijk, betwijfelde uitkomsten ter discussie te stellen. Het graafwerk zou meer dan een mensenleven in beslag nemen.

Een andere metafoor wordt door Chargaff gebezigd. Hij meent dat de moderne wetenschap een toren van Babel is: de liften zijn kapot en de mensen die op dezelfde verdieping wonen, begrijpen elkaar niet meer.

In mijn eigen vakgebied, de psychologie is de laatste dertig jaar niets opzienbarends meer ontdekt. De medische wetenschap staat nog even machteloos tegenover de grote killers van deze tijd, kanker en hart en vaatziekten, als vijftig jaar geleden. Zelfs in de natuurkunde is de wetenschapsmachine krakend tot stilstand gekomen. Ze is inmiddels uiteengevallen in zo'n zes zelfstandige disciplines: kernfysica, vaste stof fysica, elementaire deeltjesfysica, atoom- en moleculefysica, statistische fysica en biomedische fysica.

De deeltjesfysici doen niets anders dan nieuwe deeltjes voorspellen en vervolgens ontdekken. Dit kost tientallen miljarden guldens omdat deeltjesversnellers, zoals de CERN te Geneve nogal prijzig zijn. De kernfysici zijn al zestig jaar bezig kernen kapot te schieten. Ongeveer even lang zijn ze bezig met het ontwerpen van een machine waarin gecontroleerde kernfusie plaats zou kunnen vinden. De oplossing voor het steeds opnieuw voorspelde energieprobleem.

Het schiet niet erg op. Volgens de deskundigen zal de eerste vijftig jaar geen doorbraak te verwachten zijn. Volgens de eiktheorie nimmer. Een duidelijke illustratie van de slechte vooruitzichten was de gretigheid waarmee duizenden laboratoria over de hele wereld de koude kernfusie-experimenten in een jampot van Fleischmann en Pons in de jaren negentig van de vorige eeuw gingen overdoen. Het leek alsof ze niets beters te doen hadden.

De stand van zaken komt het duidelijkst naar voren wanneer we hem vergelijken met de toestand zo'n honderd jaar geleden. Op elk wetenschapsgebied werden toen ontdekkingen gedaan die de gangbare ideeŽn
over de werkelijkheid omverwierpen. Pasteur, Einstein, Freud bedachten dingen die niemand kon zien maar die er toch moesten zijn omdat de werking aangetoond kon worden. Kom daar nu eens om. De eik is volgroeid, we zijn gekomen aan het einde van de wetenschap.

 terug naar de startpagina van moors magazine