![]() |
giftige badeenden - door peter bügel |
|
|
Wanneer het om het milieu gaat is momenteel de combinatie van nepwetenschap, symboolpolitiek en Greenpeace het meest schadelijk. Omdat Greenpeace voor zijn voortbestaan afhankelijk is van giften moet de organisatie zich steeds heftig profileren. Schande, schande, roepen werkt het best. Politici hebben inmiddels ontdekt dat milieustandpunten het bij het publiek goed doen, zodat ze klakkeloos volgen. De wetenschap tenslotte kan er altijd bijgesleept worden, omdat toch niemand dat natrekt. Een paar jaar geleden had nog niemand gehoord van phtalaten. Die zitten
in zacht plastic. Dus bijvoorbeeld in speelgoed, tuinslangen en
bloedtransfusiezakjes. In 1997, zo tegen Kerst, sloeg Greenpeace alarm.
Wanneer kinderen speelgoed van zacht plastic in hun mond staken, zouden ze
leverschade of kanker kunnen oplopen. Curieus genoeg is er geen enkel geval bekend van schade bij mensen in de vijftig jaar dat phtalaten gebruikt worden. Alle heibel is gebaseerd op één experiment waarbij ratten op een dagelijks dieet van phtalaten gezet werden. Ze kregen leverafwijkingen die tot kanker zouden kunnen leiden. Giftigheid is echter altijd een kwestie van dosering. Een ons keukenzout is dodelijk. Om kinderen dezelfde hoeveelheid phtalaten als de ratten uit het experiment te geven, zouden ze dagelijks drie badeenden of een flink stuk tuinslang moeten opeten. Bovendien komen de gewraakte stoffen ook in gewoon eten voor. Melk, vis, druiven en olijfolie bevatten alle phtalaten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat diverse wetenschappelijk conferenties in de jaren zestig en zeventig tot de conclusie kwamen dat deze stoffen geen bedreiging voor de gezondheid vormden. Wat mij betreft wordt Greenpeace pas weer geloofwaardig wanneer ze zich gaat bezighouden met werkelijke milieuproblemen, zoals het op grote schaal dumpen van giftig afval in de derde wereld. |