vliegende schotel...

occult
-  door peter bgel

 

Peter Bgel - een kleine introductie

Een vraag waar veel sceptici mee tobben luidt ongeveer als volgt : hoe is het in godsnaam mogelijk dat zoveel mensen de meest onwaarschijnlijke dingen geloven? Waarom geloven zoveel mensen in helderziendheid, vliegende schotels, satanisch misbruik, bijnadood ervaringen, ontvoeringen door kleine groene wezens uit de ruimte, creationisme, multiple persoonlijkheden, domheid van zwarten en buitenzintuiglijke waarneming?

Michael Shermer komt er in zijn boek "Why People Believe Weird Things: Pseudoscience, Superstition, and Other Confusions of our Time", ondanks de veelbelovende titel niet uit. Hij neemt alle bovengenoemde onderwerpen bij de kop, laat zien hoe onzinnig ze zijn, en vraagt zich vervolgens af hoe het in godsnaam mogelijk is, enzovoort. Toch is het niet zo moeilijk te begrijpen waarom mensen de vreemdste dingen voor waar houden. Het heeft te maken met de werking van het brein.

Wanneer je sollicitanten psychologisch laat testen, dan bestaat nog steeds de kans dat zij een zogenaamde projectietest voor hun neus krijgen. De uitslag is even veelzeggend als een horoscoop, maar ook daar geloven veel mensen heilig in. De beroemdste projectietest is de Rohrschachtest. Deze bestaat uit plaatjes met symmetrisch gespiegelde willekeurige inktvlekken. Als sollicitant is het verstandig vooral harmonieuze invallen te melden. Waar het hier om gaat is dat iedereen dingen in die plaatjes ziet. Ook foto's van groepen mensen worden door proefpersonen zonder moeite van een verhaal voorzien.

Het brein schept orde waar die niet is. Daarnaast legt het brein verbanden. Veelal door gebeurtenissen die na elkaar passeren met elkaar in causaal verband te brengen. Een biljartbal begint te rollen omdat een andere er tegen aan botst, zwangerschap wordt veroorzaakt door seks en de maan jaagt de zon de lucht in. Het vermogen van de mens overal orde, verbanden en verhalen in te zien is fenomenaal en om die reden is er vaak sprake van projectie die niets van doen heeft met de realiteit.

Sceptici maken een onderscheid tussen ware verhalen, die zij wetenschappelijk noemen en projecties, die onjuist zijn en pseudowetenschappelijk. Nu zou men kunnen denken dat de bijgelovige projecties fantastischer en onwaarschijnlijker zijn dan de ware wetenschappelijke. Als dat zo was zou ook de verbazing van de scepticus begrijpelijk zijn. Niets is echter minder waar. Veel sceptici geloven zonder enige twijfel bijvoorbeeld de volgende vreemde verhalen.

Zo is het geloof dat er een geheimzinnige occulte kracht van de maan uitgaat gemeengoed. Deze zou verantwoordelijk zijn voor wereldwijde stijgingen en dalingen van het zeeniveau. Het idee van het bestaan van onzichtbare wezentjes die ziekte en dood kunnen veroorzaken is alom tegenwoordig. Ook zou ik de sceptici niet de kost willen geven die geloven dat het niet kouder kan worden dan een bepaalde temperatuur en dat er een maximumsnelheid bestaat die door niets of niemand overschreden kan worden. Laatst was zelfs het geloof aan te treffen in grote wormen die zich kilometers beneden het zeeoppervlak tegoed deden aan de hete uitwerpselen van onderzeese vulkanen. Het geloof dat alles wat we om ons heen zien gewoon door n grote knal is ontstaan kent onder de sceptici ook veel aanhangers.

Het kan haast niet gek genoeg zijn. De meest verbijsterende geloofsovertuiging betreft het Einstein-Podolski-Rosendogma. Hierbij moet gedacht worden aan communicatie tussen deeltjes die zo klein zijn dat je erin moet geloven om hun sporen te zien. Wanneer je door splitsing twee van die onbegrijpelijk kleine deeltjes maakt en ze vliegen allebei een andere kant op, dan zouden ze hun verdere leven dezelfde bewegingen blijven maken. Als je er n een zetje zou geven wanneer die bij de maan is gearriveerd, dan zou de andere, die inmiddels bij Petersburg is aangeland, zich gedragen of hij precies zo'n zetje in tegengestelde richting had gehad.

Het zal duidelijk zijn dat een beetje helderziendheid tussen mensen, die uit miljarden en miljarden veel grotere deeltjes bestaan, weinig goedgelovigheid vereist vergeleken met dit photonsprookje. Nee, de vraag mag weleens gesteld worden hoe het in godsnaam mogelijk is dat al die zogenaamde sceptici zulke krankzinnige verhalen voor waar houden, terwijl ze niet willen geloven in vliegende schotels, die wel door duizenden mensen gezien zijn.

 terug naar de startpagina van moors magazine