denkend aan vroeger...

mijn vroegste herinnering

 

En wie weet wat je nodig hebt om je iets te herinneren? Ja, hersenen.

Dus daar zit de crux: al knarsend en piepend moet ik een belangrijk onderdeel van mijn lichaam aan het werk zetten. Voorwaar, geen simpele opgave. Bovendien zijn mijn hersenen in de VUT en willen helemaal niet meer aan het werk. Mijn hersenen zijn al een tijdje bij mij in dienst, maar dat wil nog niets zeggen over de kwaliteit van mijn denken. En het wordt vervolgens nog moeilijker gemaakt: mijn hersenen moeten nadenken over mijn vroegste herinnering. En daarmee is de kous nog niet af.

De uitkomst van mijn denken op kwalitatief redelijk hoogstaand niveau mag slechts verwoord worden middels gebruikmaking van 250 goed gekozen en aan elkaar gebreide lettertekens. En daar ligt nu het probleem! Nu moet ik ook mijn hersenen nog laten tellen en dan wordt deze opdracht toch wel een loodzware opgave. De hersenpan – raar woord overigens - kraakt in al zijn voegen. Hier wordt wel wat van mijn improvisatietalent gevraagd!

Ik daal via de trap vroeg, vroeger, vroegst af naar die ene belangrijke en vooral vroegste herinnering, maar niks, nada. Zou ik het vergeten zijn? Ojeetje, daar heb je het al. Behoor ik ook al tot die groep die vriendelijk van ‘vergeetachtigheid’ wordt beticht? Ik krijg het benauwd. Crisis, trauma...

Bij herinneringen heb ik toch al zoiets van is het wel écht gebeurd of was het een droom. Wat zal ik doen, gewoon doordromen dan maar? Dan hoef ik me niets te herinneren en zeker niet iets wat heel ver via vroeg, vroeger naar vroegst is weggezakt. Mijn grijze cellen die in de VUT zijn willen alleen makkelijk: een beetje dromen en terug verlangen, maar niet trapsgewijs ‘de diepte’ in . En dus maak ik me ook niet meer druk over die vroegste herinnering. Dat komt nog wel, als het niet nu is dan straks of later of misschien wel nooit.

 

Joke Wöhler


Dit verhaal werd geschreven tijdens de cursus Schrijf je levensverhaal.


terug naar de startpagina van moors magazine