de siamees...

kattenavontuur

 

Daphne heet ze, mijn Siamese kat. Ze is er eentje van twee, die op een ochtend in een mandje voor mijn huisje zitten. Het blijkt een goedbedoeld kadootje te zijn. Nu hou ik wel van alle dieren, maar katten staan niet bovenaan. Je moet echter wel van goede huize komen om twee van die jonge poesjes te weerstaan, die je met hun prachtig viooltjesblauwe ogen aankijken. Ik besluit ze Bob en Daphne te noemen, naar een omstreden liefdesroman uit 1950.

Naarmate de katjes grote katten worden ontdek ik een nieuw fenomeen: krolsheid. Opgevoed met honden ben ik alleen bekend met loopsheid en dat gaat na een paar weken wel weer over. Kwestie van opletten. Dat is lastig in gedrag van de hond en andere soortgenoten wanneer je ze buiten aan het uitlaten bent. Maar een krolse kat is van een geheel andere orde. Zijn geluid is misschien het best te omschrijven als dat van een krijsende baby. Nu is één kat niet erg af en toe, maar ik heb er twee. Moeder Natuur heeft het zo bepaald dat Bob en Daphne niet gelijktijdig elke twee weken krols worden en dat betekent dat ik een maand lang in de herrie zit. Dat klopt niet, wordt er gezegd, en het blijkt vervolgens dat het hier niet om een hij en een zij gaat, maar om twee vrouwtjes. Dus ook in de naamgeving is het al verkeerd gegaan...

Verder zijn ze best leuk, speels en aanhankelijk en vliegen ze me bij binnenkomst als aapjes om de hals ter begroeting. Ze rennen tegen me op en zitten ieder aan een kant op mijn schouder, al kopjesgevend en spinnend van tevredenheid. Deskundigen gaan zich daarna met het probleem krolsheid van mijn beide katten bezighouden. Het ene advies volgt na het andere, maar uiteindelijk komt er een oplossing: er moet één poes weg en eentje mag blijven diegesteriliseerd moet worden. Aan mij nu de keuze.

Daphne is een beetje zielige kat met wat in het oog lopende mankementen: ze heeft een krom ruggetje en loenst wat, maar is zeer aanhankelijk. Bob is prachtig en stoer en supersiamees. Via via krijg ik een adres van mensen die al een Siamese kater hebben en nog een poes erbij zoeken. Ik met Bob onder de arm ernaartoe. Het gekke is dat hij, ik bedoel zij, zich heel gemakkelijk overgeeft aan haar nieuwe baasjes. Al spinnend nestelt ze zich in de wildvreemde armen. Eigenlijk kan ik dat niet uitstaan.

Daphne hangt nog iets boven het hoofd, namelijk die sterilisatie. De afspraak met de dierenarts wordt gemaakt. Op de bewuste ochtend van de ingreep kijkt ze vanaf haar favoriete plek ietwat argwanend toe en laat zich niet pakken. Zou ze iets voorvoelen? Bij de dierenarts laat ik haar met een extra knuffel achter. Ik krijg een telefoontje als ze weer uit de narcose is, zo luidt de afspraak.

Later op de ochtend gaat de telefoon. Nu al klaar, denk ik. En ja, het is de dierenarts. Hij vraagt of de kat soms last heeft van astma en na wat heen en weer gepraat helpt hij me uit de droom en meldt cru dat Daphne helaas in de narcose is ‘gebleven’. Ik word helemaal koud van binnen. Mijn hart bonst. Ongeloof, huilen. ‘Ze kan niet dood zijn’, zeg ik. ‘Ik zorg wel dat het verder afgewikkeld wordt’, zegt de dierenarts.. ‘Nee’, roep ik, ik kom haar nu halen, want ze is niet dood’.

Een half uur later sta ik buiten met een tas met daarin mijn dode Daphne van anderhalf jaar. Een wel heel tragisch einde van mijn kattenavontuur.

 

Joke Wöhler juni 2008

.


Dit verhaal werd geschreven tijdens de cursus Schrijf je levensverhaal.


terug naar de startpagina van moors magazine