een trap...

de trap

 

In mijn leven heb ik verschillende trappen gelopen, geklommen, rustig afgedaald. Maar de trap die ik afdaalde op 19 december 1944 was stijl. Het was een afdaling die ik begonnen was en niet meer in omgekeerde volgorde zou lopen. Ik was vier jaar.

Het was een gewone dag. Het was oorlog, maar daar wist ik niets van. Tot op die bewuste dag. Mijn moeder, broertjes en zusjes en de hulp liepen mee. Er moest wel iets heel bijzonders zijn dat we overdag in de kelder moesten zitten. Er brandde een klein peertje aan het plafond. Verder was het donker.

TOT DE BOM VIEL!

De stilte was verdwenen, lawaai, puin, stof, geschreeuw, gehuil. Er moet een moment van doodsangst zijn geweest, maar wat wist ik daarvan. De zwart-witfilm die er vanaf dat moment is, zit nog in mijn hoofd. Er is niemand die mij kan beschermen. Hoe lang duurde het voordat er hulp kwam? Ik weet het niet. Ik zie mijn moeder ons allemaal te drinken geven. De smaak van de ingemaakte pruimen op sap.

En daar waren opeens mensen van het Rode Kruis. Ze riepen of er overlevenden in de kelder zaten. Ik werd eruit getild en het was weer licht. De zon scheen en alles leek gewoon. Maar boven in de lucht was een vliegtuig te zien. De achterkant van het huis was weg, het bed van mijn ouders hing scheef naar beneden, de muren waren weg.

Philippine


Dit verhaal werd geschreven tijdens de cursus Schrijf je levensverhaal.


terug naar de startpagina van moors magazine