|
|
citaten |
|
Af en toe kom je een citaat
tegen dat je graag wilt bewaren omdat het je aanspreekt. Vaak worden ze nog
wel overgeschreven, maar raken ze vervolgens zoek. Daarom begin ik hier een
citatenhoekje dat hopelijk in de loop der tijd uit zal groeien tot een
uitgebreide citatenhoek.
|
1
We act as though comfort and
luxury were the chief requirements of life, while all that we really need is
something to be enthousiastic about. 2
Gevoelsmensen denken altijd,
dat verstand gevoel uitsluit. Maar het sluit het niet uit, het verfijnt het
alleen. 3 Mooie vrouwen laten we over aan mannen zonder verbeeldingskracht.
Marcel Proust. 4 Like all egoists I cannot bear to live alone
Lawrence Durrell. 5 In 1913, the pre-sunglass era, light was permitted to assault the naked eye.
Margery Sharp 6 Een arts ziet de mens in al zijn zwakheid, een advocaat in al zijn slechtheid, een theoloog in al zijn domheid.
Arthur Schopenhauer. 7 In a hierarchy every employee tends to rise to his level of incompetence
Laurence J Peter 8 The person who uses a lot of big words is not trying to inform you; he's trying to impress you
O. Miller 9 De meeste mensen die menen van schilderkunst te houden, houden alleen maar van plaatjes kijken
C. Buddingh' 10 We can't change the country. Let's change the subject.
James Joyce (uit Ulysses) 11 Religieus gevormde lieden willen nog wel eens met arrogante vanzelfsprekendheid misbruik maken van de tolerantie van niet-gelovigen.
Bob den Uyl (in Gods wegen zijn duister en
zelden aangenaam). Een fraaie observatie van deze meester van de
zwartgallige humor.
12
Aldous Huxley. 13 Leen nooit boeken uit, want niemand geeft ze terug; de enige boeken die ik in mijn kast heb staan, zijn boeken die anderen mij geleend hebben.
Anatole France 14 Waar het geloof dominant is, wordt alle ongeloof meteen verbrand, en waar het geloof wordt aangehangen door nog maar een klein deel van het volk, krijgt het de status van een minderheidsgroep: je mag er niets verkeerds over zeggen.
Gerrit Krol 15
Aangezien hij nog nooit goed
uit zijn ogen had gekeken, beminde hij het grote en het overdrevene. 16 Wanneer een man zegt: "Ik ben gelukkig", bedoelt hij heel gewoon: "Ik heb zorgen waar ik me geen zorgen over maak." Ook uit de dagboeken van Jules Renard van zo'n honderd jaar geleden. 17 Ik loop me het vuur uit de sloffen om voor niemand een vinger te hoeven uitsteken. Jules Renard weer. Er doemen onmiddellijk een paar mensen voor mijn geestesoog op. 18 Bijna alle middelmatige literatuur houdt zich bezig met het uitzonderlijke. Want de eenvoudige belevenissen die elke dag gebeuren, zijn het moeilijkst weer te geven. Alleen grote schrijvers kunnen dit. De kleineren zijn op de grote gebeurtenissen aangewezen.
Godfried Bomans 19 Indien ik rijk wilde worden zou ik een scabreus boek schrijven en er daarna onder een schuilnaam uit alle macht tegen tekeergaan.
Godfried Bomans beschrijft hier exact de tactiek
waarmee Jan Cremer later rijk werd. Cremer schreef ingezonden brieven naar
alle grote kranten waarin hij tegen zijn eigen boek tekeerging. Het werkte. 20 Wie vrolijk is laadt de schijn op zich van oppervlakkigheid.
Godfried Bomans - zeker in Nederland is humor
nog altijd verdacht.
|