|
Ik dacht dat ze niet meer bestonden, de boodschappenlijstjes met onmogelijke
dingen, waar vroeger jongste bedienden of stagiaires mee op pad gestuurd
werden. Voor als er even niets te doen was, of ter ontgroening. Het leukste
was het natuurlijk als zo'n onnozele gast dan ook echt serieus op pad ging.
Maar deze toch wel erg belegen grap wordt nog steeds uitgehaald, want Els
kwam thuis met zo'n lijstje waarmee ze op pad was gestuurd. Het busje
ellebogenvet stond bovenaan. Gemoedelijke humor die nog steeds gewaardeerd
wordt.
In de jaren zestig schijnt het
ooievaarskuitenvet zo populair te zijn geweest dat een Delftse drogist
etiketten had laten drukken die hij op potjes onschuldig vaseline plakte:
"ooievaarskuitenvet, gebruik bekend"...
Wim Winters mailde:
"In 1968 werd ik door mijn
chef naar een drogist (de ouderwetse, met stopflessen in de wandrekken)
gestuurd om een fles 'Rubisculubis 70 procent'
te halen. Dat ging nog met de benenwagen. Ik liep een
drietal drogisterijen af, maar nergens te verkrijgen. Eén drogist had
door dat ik in de maling genomen werd. "Ik heb het alleen in
poedervorm", was het antwoord van hem. Maar dan moet je het zelf
verdunnen met 'Linkwater' en dat heb ik toevallig nu
niet in huis." Onverrichterzake terug naar de zaak. Maar ergens had ik
het gevoel dat het niet helemaal klopte."
John Beumer had de volgende aanvulling:
"Mijn vader had een ijzerhandel in de binnenstad van Zwolle (Beumers
IJzerhandel). Nieuwe bediendes werden weggestuurd voor de plintenladder
(maar die staat al in je lijst) en hij mocht navraag doen bij
collegawinkeliers naar de wolkenzaag. Die had men natuurlijk niet,
maar men wist altijd wel een volgend adres waar het mogelijk wel te krijgen
was. Behalve de grap had dit ook een hoger doel. Zo leerde een bediende
gelijk de andere winkeliers kennen, en hij hun. Eénmaal was er een 's
ochtends eropuitgestuurde bediende zo slim om de hele dag koffie te
gaan leuten bij een vriend om vervolgens aan het eind van de werkdag
terug te keren met de mededeling "dat hij overal was geweest maar de
wolkenzaag nergens had kunnen krijgen".
Cees:
Mijn vader werkte in een machinefabriek en daar had men vergelijkbare humor
in de vijftiger jaren.
Aan iedere nieuweling werd omstandig uitgelegd dat er een 'Russenknop' op de
machine zat. Een onschuldige knop die volgens de oudgedienden de
machine zou vernietigen als de Russen kwamen. De nieuweling werd dan in de
gaten gehouden met een grote stalen plaat achter de hand, die achter
hem op de grond werd gegooid als hij de knop maar durfde aan te raken.
Iedere kerst kon men ook inschrijven voor een grote vette bout voor maar 50
cent. Vlak voor kerst moest men dan het bedrag betalen voor een stalen bout
in machinevet.
Hij is nu 86 en kan er nog steeds om lachen. Kleinkinderen vonden er niks
oubolligs aan. Voor hun was dat weer nieuwe humor.En nog steeds vind
ik het grappig als ik me terug verplaats in die tijd. 'Beetje dollen' kent
men nauwelijks meer.
Waar "doosje" staat kan ook zakje, busje of
flesje staan natuurlijk (of omgekeerd).
Bij de Groepdweil kregen we nog de volgende
toevoeging: Groep (of grup) = goot die achter de koeien langs loopt (‘k Liet
‘m al ies de gruppe schoon maakn en toen wol ikke ‘m op pad stuurn umme ‘n
grupdweil te haaln aan de andere kant van ’t dörp).
Leerling-verpleegsters werden, ook als een soort ontgroening, met een
brancard naar de apotheek in het ziekenhuis gestuurd om
10.000 eenheden insuline te halen.
En nog een verhaal:
"Als jonge jongens van 12-13 jaar zonden mijn vrienden en ik ooit, 40 jaar
geleden, een buurjongen om een pakje sigaretten van het merk "Tampax filter"
. Uiteraard waren die "enkel te verkrijgen" in een kruidenierszaak aan de
andere kant van het dorp."
En nog een:
"Vijf jaar geleden zat ik nog in beroepsdienst
luchtmobiele brigade. Door een blessure kon ik niet mee op velddienst en
verrichtte hand en spandiensten in de vorm van administratie en
schoonmaak. De luitenant stuurde mij op pad om de sleutel van
de appèlplaats op te halen wegens een belangrijke samenkomst later die
dag. Lichtelijk gedesoriënteerd ging ik van officier naar officier om
een kennelijk bestaande sleutel van een groot plein te bemachtigen.
Nadat ik voor de derde maal was doorgestuurd en ruim twee kilometer te
voet had afgelegd besloot ik dat de luitenant mij bezig wilde houden. Ik
heb eerst uitgebreid geluncht voor ik terugkeerde."
Nog een toevoeging van de heer de Boer:
"Als leerjongen bij een drukkerij in Amsterdam werd ik op pad gestuurd
om bij Tetterode een blik Harry Kidee bruin te halen. Ik werd uiteraard
van het kastje naar de muur gestuurd en heb minstens twee keer heel
Amsterdam rondgefietst. De leerlingen die na mij kwamen moesten
onder meer de letterzeef in de kelder gaan zoeken of broempoeder gaan
halen dat de concierge van de Amsterdamse Grafische School klaar had
liggen."
Aanvullingen zijn altijd
welkom... |