Bij toeval kwamen er in één week twee cd’s bij mij binnen die een geslaagde tot zeer geslaagde samenwerking van Nederlandse en Afrikaanse muzikanten laten horen. Twee totaal van elkaar verschillende aanraders die één ding gemeen hebben – je hoort Afrika er zeer duidelijk in doorklinken.

Lobi Traoré en Joep Pelt

Joep Pelt is een Nederlandse zanger en gitarist die al een paar keer naar de Mississippi was afgereisd om daar authentieke bluesmannen op te zoeken voordat hij in Mali terechtkwam. Daar speelde hij met onder meer Ali Farka Touré en ontmoette hij de hier veel minder bekende Lobi Traoré. De twee pittige gitaristen konden het zo goed met elkaar vinden dat ze besloten samen een album op te nemen. Dat werd I Yougoba, dat in de zomer van 2007 uitkwam. Een swingend album, dat draait om het lekker felle gitaarspel van beide heren, en dat de perfecte mix biedt van oude Amerikaanse blues met de Afrikaanse variant, waarbij de Afrikaanse ritmes de muziek net wat meer sjeu geven dan we van de blues gewend zijn. Er wordt gezongen in het Engels en het Malinees, en ook dat pakt verrassend goed uit. Je hoort hier duidelijk twee muzikanten die elkaar in de muziek gevonden hebben en die er duidelijk veel plezier in hebben op een open manier met elkaar te spelen. De samenwerking werkt niet alleen, ze maken met zijn tweeën muziek die nieuw is en toch geheel vanzelfsprekend klinkt. Een bijzonder lekker plaatje.


Mark Lotz en Omar Ka

De band die Mark Alban Lotz mocht samenstellen voor een wereldtoernee werd A Fula’s Call. Zijn belangrijkste muzikale partner in die band is Omar Ka, die uit een nomadisch westafrikaans volk stamt, de Fulani, met wortels in Nigerië. Ka zingt, speelt steel string gitaar en de Fula viool, Lotz speelt op c-, alt-, bas- en contrabasfluiten en de bansoori. De band werd aangevuld met Raphael Vanoli op gitaren (hij verzorgt ook de elektronische tapijtjes en de loops die de muziek verrijken) en Afra Mussawisade op percussie. Dan hebben we al wat nationaliteiten te pakken (Senegal, Nederland, Frankrijk, Duitsland en Iran) van musici die als ware nomaden allemaal in Amsterdam terecht zijn gekomen, de gasten zorgen ervoor dat ook India en Marokko vertegenwoordigd zijn. Wereldfusie dus, en wel van de avontuurlijke soort. Lotz staat garant voor een jazzy aanpak, en Ka zorgt met name met zijn zang in het Fulani voor de onmiskenbaar Afrikaanse sfeer. Ka schreef ook de meeste nummers voor Liingu, vaak ook samen met Lotz of Vanoli. Er wordt ontspannen maar zeer geconcentreerd gespeeld, waarbij op een jazzy manier grenzen worden afgetast. De fluiten van Lotz klinken vaak onaards mooi, terwijl Vanoli voor de subtiele verrassende accenten zorgt die de arrangementen laten opstijgen tot grote hoogten. Prachtig, prachtig!
 





 

terug naar de startpagina van moors magazine

»