Bluegrass blijft een vernieuwend genre, terwijl er ook nog steeds bluegrassalbums verschijnen die puur traditioneel van opzet zijn. Feit is dat bluegrass op dit moment sterk leeft, en dat er nog steeds juweeltjes verschijnen. We hebben hier drie toppers bij elkaar gezet, van traditioneel tot vernieuwend, maar allemaal absolute aanraders.


Pete Goble – When I’m Kneedeep in Bluegrass

Ik had, tot ik dit album in handen kreeg, nog nooit van Pete Goble gehoord, maar ineens kwam ik zijn liedjes overal tegen. Dat betekent dat ik hem weliswaar tot nu toe over het hoofd gezien had, maar dat zijn collega’s zijn kwaliteiten wel degelijk herkennen. Goble over het hoofd zien is overigens makkelijker dan je denkt, want hij speelt zijn warme, knusse versie van bluegrass heel rustig en onopvallend. Met een warme stem zingt hij zijn sterke liedjes, uitstekend maar niet echt spectaculair begeleid door een paar topmusici. Maar dan gebeurt toch dat geheimzinnige dat alleen bij de echte Groten gebeurt – de nummers groeien en worden steeds beter, en als je wat beter luistert blijken de teksten juist door die bescheiden voordracht des te sterker binnen te komen. En als je deze cd een paar keer gedraaid hebt merk je pas echt dat we hier een geval van perfectie te pakken hebben. De begeleiding mag dan niet spectaculair zijn, ze is wel altijd precies op het juiste moment exact goed. Dat geldt ook voor de tweede stem, die precies de juiste ondersteuning en versterking biedt. Een klein, onopvallend meesterwerkje dus, dat iets meer aandacht verdient dan je in eerste instantie misschien geneigd bent te geven.

Old School Freight Train – Run

Als mandolinevirtuoos David Grisman een band onder zijn hoede neemt is dat meestal een goed teken, want Grisman heeft op zijn eigen platenlabel Acoustic Disc al vaker laten zien dat hij een uitstekende neus voor kwaliteit heeft. Old School Freight Train bestaat uit vijf jonge mannen, waarvan er vier zelf liedjes schrijven. Mooie liedjes ook nog, en allemaal op een bijzonder fraaie, vernieuwende manier gearrangeerd. We hebben hier nog steeds te maken met bluegrass, maar het genre wordt hier al aardig opgerekt. Niks voor puristen dus, maar als je een beetje avontuurlijk ingesteld bent kun je hier met volle teugen genieten. Je hoort hier overigens meer tradities terug dan alleen bluegrass, en door de keus van de twee nummers van anderen laten ze horen dat ze behoorlijk wat in hun mars hebben. Zo brengen ze een zeer behoorlijke versie van Randy Newman’s “Louisiana 1927″ en een verbazingwekkend mooie bluegrassversie van Stevie Wonder’s Superstition, dat de soul van het origineel goed weet te behouden. Mooie fiddlepartij ook, in dat nummer. Het zijn ook stuk voor stuk zeer prima muzikanten, die bovendien zeer goed samen spelen, waardoor de optelsom zeer gunstig uitpakt. Run is een mooie vernieuwende plaat.

Chris Thile – Deceiver

Chris Thile (spreek uit “Tielie”) was al heel vroeg een sensatie op de mandoline. Als tiener maakte hij furore met zijn band Nickel Creek, en nu, op zijn eerste solo-album, gooit hij alle remmen los. Thile blijkt niet echt een vrolijke knaap te zijn, maar wat is die jongen allemachtig goed! Hij is niet alleen een virtuoos op de mandoline, hij bespeelt hier alle andere instrumenten met bijna net zoveel gemak, en bovendien zonder enig respect voor traditie of conventie. Piano, fiddle, gitaar, maar ook scratchfragmenten en drums, alles in volstrekt eigenzinnige arrangementen. De liedjes heeft hij zelf geschreven en gearrangeerd, en hij zingt ze uiteraard ook zelf, soms met zijn eigen tweede stem. De cd duurt maar iets meer dan een half uur, maar het is wel zo’n intensief half uurtje dat dit geen enkel bezwaar is. Bluegrass is hier alleen nog maar als vertrekpunt herkenbaar op sommige momenten, en op nadere momenten hoor je pure rock ‘n’ roll. De twee meesterlijke instrumentals die Thile solo op de mandoline speelt vormen de perfecte rustpunten. Al met al geen plaatje om als achtergrondmuziek in te zetten, maar wel degelijk een meesterwerkje om te koesteren.
 





 

terug naar de startpagina van moors magazine

»