Chuck Brodsky is een van de beste liedjesschrijvers die ik ken. Bovendien weet hij zijn eigen liedjes ook zeer overtuigend te brengen, samen met zijn vaste producer en medemuzikant JP Cormier, die ondermeer fantastisch fiddle en accordeon speelt. Samen klinken ze regelmatig als een complete band, en ook Brodsky’s nieuwe album Tulips For Lunch is weer een juweel van een plaat.

Brodsky schrijft alleen zulke intense liedjes, waar zoveel in gepropt zit, dat ik altijd veel tijd nodig heb om een van zijn cd’s volledig tot me te nemen. Op deze cd is dat weer net zo. Het eerste nummer zet me al weer zo aan het denken, dat ik daarna pas bij nummer zes weer echt aan het luisteren ben. Eigenlijk moet je Brodsky gewoon liedje voor liedje tot je nemen.

Neem bijvoorbeeld Old Song Handed Down, dat gaat over de manier waarop vroeger, voordat er radio of platenspelers waren, muziek werd gemaakt en doorgegeven. Het nummer duurt ongemerkt ruim zeven minuten, maar het houdt me daarna zeker een half uur bezig, en in mijn hoofd komt het daarna nog regelmatig weer opduiken. Dat geldt zeker ook voor het nummer dat daarop volgt, A Toast To The Woman In The Holler, dat ook weer gaat over muziek maken en de liefde voor muziek. Het is bijna een sentimenteel nummer, maar Brodsky weet het vooral tot een warme liefdesbetuiging aan de muziek te maken.

Brodsky is van meer markten thuis. Zo is The Unreliable Taxi een buitengewoon grappig, soms bijna hilarisch liedje, terwijl Liar Liar Pants On Fire een grappig gebrachte cynische scheldkanonnade op Bush is. The Man Who Blew Kisses, het liedje waar de titel van de cd aan te danken is, is dan weer een aandoenlijk portret van een man met een beperking. En zo staat de cd vol met intelligente, gevoelige, grappige, mooie liedjes die bovendien steeds vrij eenvoudig, maar verrassend en fraai gearrangeerd zijn. Een groeiplaat, en verplichte kost voor iedereen die van goede liedjes houdt.



 

terug naar de startpagina van moors magazine

»