Afgelopen zaterdag waren we bij de Rhythm and Blues Night in Cultuurcentrum de Oosterpoort in Groningen. De Oosterpoort heeft één plezierige zaal (de kleine zaal), één redelijke zaal (de grote) en nog een aantal tamelijk beroerde podia (in de foyer, in de aankomsthal en de zogenaamde binnenzaal). Tijdens dit festival waren er dus op vijf podia concerten te bewonderen. Je moest, om er ook echt van te genieten, wel de nodige voorzorgsmaatregelen nemen.

Zo is het handig om bij de band of artiest die je écht wil zien een klein half uur vantevoren in de betreffende zaal aanwezig te zijn, dan kun je rustig een plekje zoeken (in de kleine of de grote zaal een zitplek). Zo hebben we een uur lang op de beste plek genoten van een verpletterend optreden van de Fabulous Thunderbirds. Daar was ik overigens helemaal niet op voorbereid, want hun platen zijn over het algemeen aardig, maar redelijk steriel, terwijl er hier toch mooi een dampend uurtje rauwe Rhythm and Blues werd geserveerd waar ook nog eens bij gelachen mocht worden (vooral de lakonieke toetsenman was heerlijk op dreef).

Vijf podia, dat betekent ook dat er heel wat geluidstechnici moeten rondlopen. Meer dan normaal. En dat betekent in de praktijk weer dat er gasten tussen zitten die dat vak nou niet bepaald in de vingers hebben. Zeker bij een festival als dit hebben de mannen achter de knoppen de neiging om die knoppen vooral zo hard mogelijk te zetten. Een forse vervorming wordt daarbij op de koop toegenomen. Of, om het nog duidelijker te zeggen: het klonk de helft van de tijd nergens naar, en dat had alles met de technici te maken en niets met de muzikanten. Veel geklaag in het publiek over de “bak pokkeherrie” was het gevolg, en dat terwijl dit publiek best van stevige harde muziek houdt.

De binnenzaal had een paar grote namen (Ruthie Foster, Sonny Landreth), maar daar moest je echt op tijd bij zijn. Voor Ruthie Foster waren we dus gewoon te laat, want bij de deur zat alles muurvast. En dat voor een zaal met alleen staanplaatsen. Voor Sonny Landreth waren we dus wel degelijk zeer ruim op tijd, al moesten we daar een ander concert voor laten schieten. Landreth is een geval apart. De man heeft een geweldige live-cd uitgebracht en maakt dat op het podium ook helemaal waar (al viel er ook hier wat te mopperen op de heren technici), maar ik had niet zo’n lelijk, muizig mannetje verwacht, met fout haar en een foute bril. Het uiterlijk stond haaks op de muziek, ook doordat de drummer voor een derdegraads boekhouder kon doorgaan, en de bassist op een tweederangs maffioso leek. En toch – een geweldig concert. Geen wonder dat Clapton een fan is.

Nog een aanmerking – als je tijdens dit festival iets wou drinken of eten kon je dat alleen doen met muntjes, die aan een speciale kassa te koop zijn. Een hele slimme maar uiterst onsympathieke methode. Van het vorige festival hadden we nog drie munten over (“ja, die moeten hier nog wel ergens liggen”), en ook nu bleek dat we simpelweg te veel muntjes hadden ingekocht. Winst voor de Oosterpoort dus, en ergernis voor de bezoeker. Nu liggen er thuis zes muntjes (van een euro per stuk) die waarschijnlijk nooit zullen worden ingewisseld voor het toch al schrikbarend dure eten of drinken. Protesteren is zinloos, ik weet het, maar ik wil er toch graag mijn ergernis over uitspreken.

Al met al sloeg de balans dankzij de Fabulous Thunderbirds en Sonny Landreth door naar de positieve kant, maar de munten en de beroerde geluidskwaliteit maakten het nog behoorlijk spannend.



 

terug naar de startpagina van moors magazine

»