Toen ze haar eerste cd Rain and Snow opnam was Elizabeth LaPrelle pas zestien, maar ze klonk toen al als een klok. Op haar tweede album, Lizard in the Spring, klinkt ze zelfs nog beter. Een oude ziel in een jong lichaam, zo zou je haar bijna omschrijven. Ze gaat zingen, acapella, Awake, Awake, en je kunt alleen maar verbluft constateren dat deze meid iedereen wegzingt. Ze bezorgt je meteen bij het eerste nummer al een brok in de keel, en doet dat later diverse keren weer.

En dan zijn er de muzikale familie en vrienden die haar begeleiden op de momenten dat ze niet alleen voor de microfoon staat. Die hebben precies de goede aanpak – virtuoos, maar met net dat ruwe randje waardoor de oude liedjes en ballades die hier gezongen worden absoluut niet klinken als afgestofte antiquiteiten. Integendeel, dit is muziek die je recht in het hart raakt, door de pure kracht waarmee ze gebracht wordt. Want vergis je niet, er is heel wat voor nodig om met een nummer als Sail Away Ladies nog te verrassen. Hier word je door LaPrelle en haar band volkomen van de sokken geblazen. En dat gebeurt bijna een uur lang. Luister naar Payday At Coal Creek, of naar Mole In The Ground (de titel van de cd is een zin uit dit liedje).

De groepsnummers worden mooi afgewisseld door de nog veel indrukwekkender nummers die LaPrelle acapella zingt. Luister naar Hangman, of naar Pretty Saro en verbaas je over het feit dat een jong meisje zo overtuigend de oude liedjes van Virginia tot leven brengt. En “tot leven brengen” is hier toch echt een understatement, want hoewel ze in de originele traditionele stijl van de bergen van Virginia schijnt te zingen vergeet je dat meteen zodra ze haar mond opentrekt en je meesleept. Verbijsterend goed.



 

terug naar de startpagina van moors magazine

»