James Leva is niet alleen een voortreffelijk fiddler, hij is bovendien en vooral een zanger die met zijn zelfgeschreven liedjes echt bij je binnen weet te komen. Hij maakt op het eerste gehoor geen spectaculaire muziek, maar hoe vaker je naar zijn muziek luistert, hoe meer geheimen die muziek lijkt prijs te geven. Dat heeft voor een deel te maken met de teksten die regelmatig voor meerdere interpretaties vatbaar zijn (overigens zonder zweverig of vaag te worden – hij gebruikt gewoon mooie beelden die je ook als metaforen kunt zien), en voor een deel met de mooie gelaagde arrangementen.

Op zijn laatste cd ‘Til I Know wordt die gelaagdheid ook nog eens gecombineerd met de ineenvlechting van allerlei muzieksoorten. Leva komt zelf uit de “Appalachian mountain”-hoek, maar hier speelt hij samen met cajunmuzikanten, en dat gaat op een heel natuurlijke manier. Zoals iemand na het horen van het titelnummer enthousiast riep: “Wow, Appalachische banjo, Cajun gitaar, een hiphopdrummer en een jazzbassist – dat is pas Amerikaanse muziek!” Dat klinkt als een onnatuurlijke en idiote combinatie, maar bij Leva klinkt het altijd heel vanzelfsprekend en soepel. Muziek die vanwege die dubbele gelaagdheid niet snel verveelt, maar ook muziek die op je hart gericht is.

Op zijn eerdere album Memory Theatre is de cajuninvloed er niet, maar de fraaie gelaagde arrangementen zijn er wel degelijk. Op deze cd zijn de traditionals in de meerderheid, al zou je kunnen zeggen dat de aanpak van Leva er voor zorgt dat het wel steeds echte Leva-nummers worden. Zijn vijf eigen nummers zijn overigens zeker zo sterk als de traditionals. En ook hier wordt weer fantastisch gespeeld. En hoewel je goed kunt horen dat Leva uit de traditionele hoek komt klinkt hij nergens puristisch – eerder avontuurlijk op de vierkante centimeter.

En dan is er ook nog het duo Jones & Leva, dat alle sterke kanten van James Leva’s soloplaten combineert met de ijzersterke zang van Carol Elizabeth Jones. De twee zingen niet alleen adembenemend mooi samen, ieder voor zich zingen ze ook geweldig, en altijd in dienst van het liedje – zonder dramatisch te doen weten ze ervoor te zorgen dat een liedje je recht in het hart raakt. Daarbij speelt ook nog eens de onvolprezen John Reischmann mee op mandoline. Reischmann speelt niet gewoon virtuoos, ook hij weet je met zijn spel diep te raken. De liedjes van Leva waren al sterk, die van Jones zijn even goed, en de liedjes die ze samen schreven idem dito.

 



 

terug naar de startpagina van moors magazine

»