Voorproefje van het Holland Festival in de Bijenkorf

Om twee uur ’s middags traden Fratelli Mancuso twintig minuten lang op in een etalage van de Bijenkorf, op de hoek van Damrak en Dam. Er hingen een paar kleine boxen buiten, dus het geluid was niet optimaal, maar de mensen die bleven staan waren overdonderd. De broers begonnen, als altijd, met de handen op elkaars schouders, a capella, te zingen, en toen bleef er meteen een man als door de bliksem getroffen staan. Je ziet hem rechts vooraan staan, met kippenvel. Helaas voor hem waren de kaarten voor het concert in het Bimhuis inmiddels uitverkocht, mede dankzij een paginagroot interview met de broers in de Volkskrant van donderdag. Het wandelend publiek dat hier zomaar verrast werd zal dit korte concert niet snel vergeten, want ook hier wisten de broers diepe indruk te maken.

in een etalage van de bijenkorf...

Het Bimhuis

Het Bimhuis is een perfecte, kleine, intieme concertzaal, met een perfecte akoestiek en een paar uitstekende geluidstechnici, die ervoor gezorgd hadden dat de broers vrijwel akoestisch konden zingen en spelen. Dat maakte het optreden nog intiemer en indrukwekkender. Naast een aantal a capella nummers begeleidden de mannen zichzelf op een aantal oude instrumenten die perfect bij hun stemmen passen, zoals de draailier, een handharmonium, verschillende types luit, gitaren, viool en percussie. De zang, gebaseerd op oude Siciliaanse klaagliederen, staat steeds centraal, waarbij opgemerkt moet worden dat de Fratelli Mancuso hierin hun volstrekt eigen, volkomen tijdloze geluid hebben gevonden. Een geluid dat soms door merg en been gaat, maar dat ook voor kippenvel zorgt en een publiek regelmatig tot tranen kan brengen.

Ze zongen en speelden ouder materiaal, maar onder meer ook een zeer indrukwekkende klaagzang over de dood op zee van migranten uit het noorden van Afrika. Dat woordloze lied kwam uit een nieuwe opera waar ze aan werken. De muziek van Fratelli Mancuso is muziek voor hoofd en hart, en na zo’n klaagzang moet je als luisteraar echt even bijkomen, want dit is muziek die hard bij je binnenkomt. Na één lange set van zeventig minuten moesten er na een staande ovatie nog drie toegiften gespeeld worden.
Wat mij betreft was dit het concert van het jaar.

Amsterdam

hollands weer...

De volgende dag mochten we met de broers en journalist Ton Maas mee Amsterdam in, waar de broers graag naar Palm Guitars wilden, een opmerkelijke muziekinstrumentenwinkel, waar ze voor de eigenaar nog even een stukje zongen.
Onderweg werd er nog gestopt om een Hollandse haring te eten en om in een oud bruin café (het enige in Amsterdam waar geen muziek gedraaid wordt en waar je dus nog gewoon een gesprek kunt voeren), even wat te drinken, zodat we en passant nog wat vragen konden stellen.

een amsterdams café...

Zo was voor ons al langer duidelijk dat Fratelli Mancuso vooral geïnteresseerd zijn in de menselijke zang. Nu bleek dat ze hun muziekinstrumenten inderdaad puur uitzoeken als ondersteuning van de zang – elk muziekinstrument moet kleuren bij de zang of iets toevoegen, en dat luistert heel nauw. Ze vertelden dat een van de twee cellolessen wou nemen, maar dat de celloleraar na de tweede les al zei dat hij hem niet verder kon helpen, niet alleen omdat de broers geen noot kunnen lezen, maar vooral omdat ze op zoek zijn naar een bepaald geluid, en dus aan reguliere lessen weinig hebben.

Op toernee gaan ze ook altijd op speurtocht naar muziekinstrumenten die ze aan hun uitgebreide verzameling kunnen toevoegen. Ze wonen aan weerskanten van een oude muziekschool die ze omgebouwd hebben tot studio en die helemaal volhangt met muziekinstrumenten, en ze kunnen helemaal enthousiast vertellen over een simpele fluit die ze onlangs in Turkije hebben ontdekt en die perfect past in een lied dat ze geschreven hebben.

En hoe dat in de praktijk werkt konden we even later mooi constateren in Palm Guitars, waar Enzo een aparte viool met dubbele snaren vast mocht houden. Hij wist daar meteen een bijzonder, onmiskenbaar Mancusogeluid uit tevoorschijn te toveren. Dat was bijna magisch. Op verzoek hebben ze voor de eigenaar midden in de zaak staan zingen. De enige andere aanwezige, een oudere heer die een aantal strijkstokken onder de loupe nam keek overigens niet op of om.

Momenteel werken de broers samen met twee gerenommeerde Siciliaanse componisten, Marco Betta en Salvatore Sciarrino. Die twee herkenden met name de unieke kwaliteit van hun stemmen, die niet alleen tijdloos zijn, maar ook niet zo gemakkelijk in te delen in een categorie – noem hun muziek volksmuziek, zoals vaak gedaan wordt, maar je kunt het ook jazz, wereldmuziek of zelfs avantgarde noemen. Feitelijk onttrekt hun muziek zich aan categorisering – tijdloos en categorieloos. Misschien kunnen we daar een nieuwe term voor bedenken?

Een van de problemen waar de broers nu mee worstelen is het feit dat er momenteel in Italië geen enkel goed, groot platenlabel bestaat voor hun soort muziek. Het label waar hun laatste cd’s op verschenen, Amiata, schijnt alleen nog maar te sluimeren. Avontuurlijke musici hebben het al nooit gemakkelijk, in deze tijden lijkt het alleen maar moeilijker te worden. Doodzonde, want als je zag hoe deze twee mannen een publiek recht in het hart kunnen raken, dwars door alle taal- en cultuurgrenzen heen, weet meteen weer hoe enorm krachtig pure muziek kan zijn.

na afloop van het concert in het bimhuis...

© foto Ada Nieuwenhuis, Holland Festival – Fratelli Mancuso, na de toegift in het Bimhuis Amsterdam 17 juni 2011

terug naar de startpagina van moors magazine

« | »