Het is inmiddels een uitstekende traditie geworden in Groningen, de Rhythm and Bluesnight, waarbij de programmeurs gelukkig niet te streng in vakjes denken – je vindt er pure oude blues, bluesrock, maar ook americana in verschillende varianten, en dat betekent dat iedereen er wel een act vindt die er formidabel inknalt.

De kwaliteit was dit jaar op alle fronten zeer hoog, en dat betekent dat bijvoorbeeld Jools Holland met zijn Rhythm and Blues Orchestra zeer aangenaam verraste met een stevig jarendertig-bigbandgeluid. Dat swingde al als de hel, maar toen de gastzangeressen, met name Louise Marshall, hun mond even stevig opentrokken was de zaal helemaal plat. Marshall wist zelfs een doodgezongen standard als Georgia weer springlevend te krijgen.

Het absolute hoogtepunt van de avond zagen we even later in de niet echt ideaal te noemen binnenzaal, waar een gecombineerde band optrad – Oh Susannah deed de eerste helft van de set, Luke Doucet de tweede, en beide artiesten maakten evenveel indruk. Susannah schrijft mooie liedjes en zingt ze stevig en mooi, Luke Doucet zingt nog mooiere liedjes en speelt verpletterend goed rockgitaar, waardoor het allemaal net wat scherper en strakker werd dan de gemiddelde Americanaband. Bovendien wisten ze, samen met de bassist, ook een zeer fraai staaltje acapellasamenzang neer te zetten. Geweldig. Doucet was tijdens Take Root al hier geweest met twee andere singersongwriters, ook als gelegenheidsband, en had toen al indruk gemaakt, maar nu overtrof hij dat nog eens. Naast het podium ziet hij er niet opvallend uit, maar als hij een gitaar omhangt en begint te zingen gaat hij echt vlammen. Indrukwekkend, en helaas voor iedereen die na hem kwam – hier kon echt niemand aan tippen.

Boris McCutcheon was met zijn Saltlickers dan ook een beetje een tegenvaller, hoewel hij eigenlijk net zo goed was als anders. Th* Legendary Shack*Shakers speelden nog later goed rauw hun volstrekt eigen punkversie van rhythm and blues, maar Koko Taylor was vooral oud en versleten. Je kon de bui al zien hangen toen de band een kwartier nodig bleek te hebben om de zaal op te warmen. Koko Taylor was vervolgens een anticlimax.

Ondertussen waren in de kleine zaal een paar klassieke bluesmannen te bewonderen, die je met de ogen dicht het gevoel konden geven dat je in een donkere kroeg ergens in het dipe zuiden van de verenigde staten naar autentheike blues zat te luisteren. Eric Bibb en Guy Davis leverden echt degelijke ouderwetse kwaliteit. Helaas misten we het laatste stuk van het festival, want hoewel we met name Malcolm Holcombe heel graag hadden zien spelen zat een krakende koppijn teveel in de weg. Had overigens niets met de muziek van doen, was gewoon een staart migraine.

De Rhythm and Bluesnight 2008 was in ieder geval weer een echte topper, wat ons betreft vooral dankzij de Canadese bijdrage van Oh Susannah en Luke Doucet.

oh susannah en luke doucet...



 

terug naar de startpagina van moors magazine

»