Een poos geleden schreven we hier over de lekkere popmuziek van Luca. Tony Furtado speelde op die cd als gast mee, en nu, een paar maanden later, verschijnt bij dezelfde platenmaatschappij Thirteen, het juweeltje dat Furtado voor zichzelf maakte. Nick Luca speelt hier slaggitaar en wurlitzer, terwijl Jim Dickinson op clavinet, piano en orgel te horen is. Dat geeft al aan dat Furtado ook een topbezetting heeft geregeld, en dat geldt voor de complete band, met onder meer Winston Watson op drums en Dusty Wakeman op bas.

Ook hier horen we, net als bij Luca, melodieuze, stevige popmuziek die swingt als de hel. Furtado schreef tien van de dertien nummers zelf, en de drie covers kunnen zich met gemak meten met de originele versies. Won’t get fooled again hoor ik liever in de versie van Furtado dan in die van Pete Townshend zelf, en datzelfde geldt voor Elton John’s Take Me To The Pilot. Dat komt voor een deel door de relaxte manier van zingen van Furtado, die bovendien een plezierige stem heeft, maar vooral ook door de geraffineerde arrangementen, met gitaristen die samen een pracht van een muzikaal tapijtje weven dat zijn geheimen pas bij intensieve bestudering prijsgeeft. Furtado is daarbij niet alleen zelf een virtuoos gitaarspeler, hij heeft ook een goed gevoel voor melodie, en voor wat werkt. En alles werkt op deze plaat. Een album om ongecompliceerd van te genieten, terwijl ook de muzikale fijnproever volledig aan zijn trekken komt. Aanrader.



 

terug naar de startpagina van moors magazine

»