otis gibbs

americana
- vijf mannen

the brilliant architect

terracotta skies

ken stacey

the eternal contradiction

Americana is een wat merkwaardig genre dat feitelijk alles kan bevatten waar twee of meer muzieksoorten bij elkaar komen die we als typisch Amerikaans zijn gaan zien - blues, jazz, country, folk, rock en bluegrass. Bij de een hebben snoeiharde rockgitaren de overhand, bij de ander is het een steelgitaar of een mandoline, maar als het goed gebeurt zorgen de arrangementen ervoor dat de liedjes optimaal tot hun recht komen. Hier vier singer/songwriters waarbij dat in mindere of meerdere mate gelukt is.

Otis Gibbs

Otis Gibbs' Grandpa Walked A Picket Line begint met een liedje over Caroline, een meisje dat op haar zestiende trouwt met een man van vierentwintig die een drankprobleem heeft en haar mishandelt als hij dronken is. Daarmee is de toon van dit album wel gezet. Er komt ook nog een onbetrouwbare televisiedominee, Preacher Steve, langs, en er zijn nog wat liedjes over gewone, hardwerkende mensen. Gibbs zingt de heftige verhalen met een rauwe stem, en de arrangementen zitten in de countryhoek, met een grote rol voor de pedal steel, die overigens bespeeld wordt door niemand minder dan Al Perkins, die zijn sporen verdiend heeft door op platen van Dylan, de Stones en Gram Parsons mee te spelen (om er maar een paar te noemen). Die arrangementen vormen soms een contrast met de rauwe stem van Gibbs, maar dat maakt de plaat zeker niet slechter, en de liedjes zijn dik in orde.

Pete Cummins

The Brilliant Architect is een album dat ergens tussen country en jazz balanceert. Je zou dat halfslachtig kunnen noemen, maar je kunt het ook gewoon labelen als Americana en de combinatie accepteren. Dan blijkt dat Cummins een aantal sterke nummers heeft geschreven, zoals het openingsnummer State of Grace, dat begint in Rusland en dat een vrouwelijke hoofdpersoon heeft die juist erg goed in haar vel zit, en die zich nooit alleen voelt: "her soul's in a state of grace". Cummins kiest voor elk nummer een arrangement dat het beste past, en dat is de ene keer vrij traditioneel klinkende country, de andere keer jazzy met blazers. Flowers in Baghdad laat horen dat hij niet alleen een goed-nieuwsshow brengt. Het is een wat merkwaardig nummer dat wat vreemde feiten op een rij zet - er worden in Baghdad geen bloemen gekweekt, die worden geÔmporteerd uit Damascus. Het gaat ook over een vader en een broer die als "collateral damage" sneuvelen. Geen vrolijk verhaal. Cummins laat echt horen wat hij waard is als hij Johnny Cash' Train Of Love volledig naar zijn hand weet te zetten in een fraaie versie van het nummer. Klasse.

Rich Somers

Terracotta Skies zit nog het meeste in de blueshoek, maar door de fijnzinnige arrangementen, met fraaie gitaarpartijen, tinkelende piano's, een subtiel orgel en een ingetogen mondharmonica ontstijgt het de blues. Somers heeft een wat hese stem die soms wat aan Eric Clapton of JJ Cale doet denken. Somers is een Engelsman, maar de Amerikaanse invloeden zijn duidelijk in zijn muziek terug te horen. Terracotta Skies is een fijnzinnig plaatje dat je wat vaker moet draaien, omdat de ingetogen arrangementen pas na een paar keer draaien echt hun geheimen prijsgeven. En Somers schrijft mooie liedjes met fraaie melodieŽn die aangenaam in je hoofd gaan zingen na enige tijd.

Ken Stacey

I Will Still Be Me begint met een gitaar en een bas waar een fijntjes trinkelende piano onderdoor speelt, waarna Stacey invalt met So Damn Beautiful, dat heel soepel en jazzy doorswingt, met even later een geniale drummer die op een onnavolgbare manier aanschuift. Jazzy pop, zou je het kunnen noemen, maar wij noemen het uiteraard weer gewoon Americana. Soms is het allemaal bijna te mooi en te doordacht, maar meestal is het gewoon intelligente muziek die verrekte goed in elkaar steekt. Stacey heeft als achtergrondzanger en gitarist bij Elton John gewerkt, en op dit album spelen onder meer een paar van collega's uit die band mee. Zelf schrijft hij zeer prima liedjes, met niet alleen intelligente teksten, maar ook mooie melodieŽn.

James Lee Stanley

The Eternal Contradiction begint met James Lee Stanley die zichzelf alleen op gitaar begeleidt. Een ingetogen liedje, It's all in the game, een van de drie liedjes die hij niet zelf schreef. Een andere is The Loner van Neil Young, en ook dat brengt hij magnifiek en intiem. Dit is Stanley's twintigste album, dus we hebben hier te maken met een man die zich niet meer waar hoeft te maken. Je hoort dan ook een paar fantastische muzikanten (waaronder Corky Siegel) die op een zeer ontspannen maar toch geÔnspireerde manier samen muziek maken. De arrangementen zijn subtiel, en ook dit plaatje moet je wat langer de tijd geven, want het wordt met de tijd alleen maar beter. Een aanrader.



 

terug naar de startpagina van moors magazine