grote zaal van de oosterpoort...

gé reinders verovert ook het noorden

in het kielzog in hoogezand...

met dirigent wim jongen...

 

Gé Reinders nam tien jaar geleden voor de eerste keer een liedje op met een blaasorkest. Hij vond daarbij op een bepaalde manier zijn muzikale wortels, en sinds die tijd is het heel hard gegaan - zijn laatste cd "Blaos mich 't landj door" kreeg zelfs een Edison, en op het moment dat hij eind maart, begin april 2009 optrad in het Noorden van het land stond hij met het nummer Eders Keer op nummer 1 in de Limbo-top tien. Nu is "wereldberoemd in Limburg" nog geen garantie voor succes in het noorden van het land, zeker niet als je, zoals Reinders, in het Limburgs zingt. Wij waren bij de optredens die Reinders gaf in de grote zaal van de Oosterpoort in Groningen en een paar dagen later in het Kielzog in Hoogezand.

Reinders presenteert het concert als een Limburgeringscursus, en hij leidt de liedjes op een cabareteske manier in, vooral ook om niet-Limburgers duidelijk te maken waar de liedjes over gaan. Dat blijkt in de praktijk eigenlijk helemaal niet nodig, want Groningers blijken het Limburgs met een klein beetje moeite makkelijk te kunnen volgen. Sterker nog - ze zingen zó mee!

Reinders heeft het blaasorkest ontdekt, en hij weet daar kleine wonderen mee te verrichten, want de arrangementen die hij laat schrijven zijn niet de platte hoempa-arrangementen die veel mensen associëren met harmonieën en fanfares, hij weet de muziek op een hoger plan te tillen, waardoor zelfs mensen die vooraf beweerden niet van fanfares te houden enthousiast naar buiten kwamen. En dat niet alleen - het publiek was ook gecharmeerd door de presentatie van Reinders, en vooral ook door zijn prachtige liedjes.

Voor Reinders moet dit een slopende tournee zijn, want in elke plaats waar hij speelt heeft hij een ander blaasorkest achter zich staan, waar hij toch vantevoren intensief mee moet repeteren. Dat het resultaat steeds zo overtuigend en krachtig klinkt is verbazingwekkend, maar elke zaal blijkt enthousiast. In Groningen werd er gespeeld met Gruno's TNT Postharmonie, in Hoogezand met het Politie Orkest Noord Nederland. Die orkesten speelden voor en na de pauze elk nog een stuk uit het eigen repertoire, en daar kon je eigenlijk pas goed horen wat het verschil was - in Groningen klonk het allemaal iets verfijnder en subtieler, terwijl het Politieorkest met een ongehoorde power speelde die weer zijn geheel eigen kracht had. Beide concerten waren overigens absoluut top.

Na afloop van het concert in Hoogezand kon ik nog even wat vragen stellen aan Gé Reinders, en ik was om te beginnen benieuwd of hij, nu hij al een tijd zo intensief met blaasorkesten samenwerkt, ook speciaal voor die blaasorkesten ging schrijven. Een ouder nummer als "Sjienbeweginge" lijkt bijvoorbeeld aan de piano geschreven, terwijl De Groete Vruntelike Jozef van de laatste cd echt op blaasorkest lijkt toegeschreven.

Gé: "Grappig dat je die twee nummers als voorbeeld noemt, want ik heb een aantal arrangeurs gevraagd voor oude nummers een arrangement voor blaasorkest te maken, maar bij Sjienbeweginge, wat ik zelf een heel mooi nummer vind, wil dat maar niet lukken, dat nummer lijkt er gewoon ongeschikt voor. En zo zijn er nog een paar nummers die niet blijken te werken met een blaasorkest. Echt voor blaasorkest schrijf ik niet, ook niet voor één bepaald favoriet orkest, maar er is wel één bepaalde componist en arrangeur waar ik heel graag een arrangement van wil hebben, en daar heb ik nu een nummer voor geschreven dat alle kanten opgaat, puur om hem uit te dagen om er iets moois van te maken. Ik ben dus nog niet helemaal klaar met de blaosmuziek, maar ik ben nu wel zo ver dat ik aan afbouwen aan het denken ben. Over een tijdje ga ik echt iets totaal anders doen, en dan sluit ik deze blaasmuziekperiode af. Maar op dit moment geniet ik nog van de samenwerking met al die verschillende orkesten."

Ga je nog eens iets met die andere beroemde Limburger doen, André Rieu?
"Met Rieu heb ik wel op een heel andere manier contact gehad, want ik wou graag opnames maken in zijn studio, want Rieu heeft de beste opnamestudio voor grote orkesten, maar dat liep uiteindelijk op niks uit. Ik snap ook wel waarom, want Rieu heeft al die microfoons precies op zijn eigen orkest afgesteld, dus als dat voor mijn opnames anders moet is hij weken bezig om dat allemaal weer goed te krijgen. Maar het was een plezierig contact, Rieu is een aardige, sympathieke man. Misschien kan ik wel een keer bij een van zijn Vrijthofconcerten wat doen. Zou leuk zijn".

We zaten te praten in het theatercafé van het Kielzog waar de theaterdirecteur al gauw kwam aanzetten met drankjes en bitterballen, er schoof een meisje aan dat bij zoon Joep op school had gezeten en dirigent Wim Jongen kwam even een hand geven, waarbij zich een heel gesprek in het Mestreechs ontspon, want daar bleek Jongen vandaan te komen. Bij Gé Reinders is daar ook allemaal plaats voor. Geen kapsones, gewoon een zanger die voor iedereen een praatje heeft, voor iedereen aandacht heeft en die het ook leuk vindt om gezellig wat te ouwehoeren. En iedereen die tussendoor nog even een handtekening komt halen krijgt die uiteraard ook. Persoonlijk vond ik het erg leuk om juist met hem, de streektaalzanger bij uitstek, een gesprek in het Limburgs te kunnen hebben. En dat het geen standaard-interview werd is dan niet zo'n probleem. We hebben het onder meer nog gehad over het verschil tussen de ene en de andere zaal, en over zoon Joep, die zijn draai in Maastricht vindt (en die ook liedjes schrijft, dus hou de volgende generatie Reinders in de gaten!), over Limburgers en nog het een en ander.

Gé Reinders – Blaos mich ’t landj door – Fennek FN-CD-18

(Dit is de recensie die ik voor muziekblad Heaven schreef - vijf sterren is het maximale aantal)

Unieke Limburger op zijn best

Voor zijn vorige album liet Gé Reinders een aantal van zijn eerdere liedjes arrangeren voor blaasorkest. Dat beviel zo goed dat hij nu speciaal liedjes schreef waar een blaasorkest bij gedacht werd. Dit keer werden twaalf van de beste Nederlandse blaasorkesten uitgenodigd, en een aantal top-arrangeurs is met hoorbaar plezier aan het werk gegaan. Het lijkt wel of blaasorkesten en hun arrangeurs zich eindelijk eens voluit serieus genomen voelen. En het werkt weer fantastisch. Reinders heeft een pakket ijzersterke liedjes die optimaal tot hun recht komen in een muzikaal bed dat je gerust zijn roots mag noemen. Liefdesliedjes (Geweldig), boze liedjes (Eine gek), liedjes over de "gewone" dingen van het leven, en een heel, heel prachtig, aangrijpend liedje over een stel met een verstandelijke beperking – wie bij dit liedje, (De grote vruntjelike Jozef en) Sint Cecilia de ogen droog weet te houden is gemaakt van roestvrij staal. Recht in het hart. Een subliem rootsalbum van een singer/songwriter die zijn draai volledig heeft gevonden. Daarin is hij overigens niet al te star, want er komen ook strijkers langs, en soms wordt er gewoon gerockt. Absolute topklasse.

*****


Gé Reinders – Blaos mich nao hoes – Fennek FN-CD-14

Limburgse singer/songwriter komt helemaal thuis

Gé Reinders deed al een behoorlijke stap richting zijn eigen wortels toen hij in zijn eigen Limburgse dialect ging zingen. Op Blaos mich nao hoes (Blaas me naar huis) zet hij de definitieve stap, en het is dan ook zijn meesterproef geworden. Het gaat hier feitelijk om “Het Beste van Gé Reinders”, uitgevoerd in samenwerking met de beste fanfares en harmonieën uit zowel Nederlands als Belgisch Limburg. Als we het normaalgesproken over “roots” hebben denken we niet zo snel aan blaasorkesten, maar voor een Limburger klopt het perfect. Een moedige stap van Reinders, want blaasorkesten worden toch vooral met carnaval en plat volksvermaak geassocieerd. Reinders ontstijgt dat met gemak, mede door de fantastische arrangementen. Zijn liedjes worden er stuk voor stuk sterker door, en dat is nog maar zacht uitgedrukt. Hij bezorgde deze recensent regelmatig een brok in de keel; een niet te onderschatten prestatie. Prachtig is ook het duet met de Vaalser operazanger John Bröcheler, “Man van ’n Kleine Sjtad”, dat ook als beginselverklaring gehoord kan worden – de lof aan de kleine stad is ook de lof aan de muzikale wortels. Het verborgen nummer aan het eind van de cd is een slimme verrassing – een losjes gezongen carnavalsschlager, die er door het contrast voor zorgt dat je je nog eens extra realiseert hoe goed Reinders die blaasorkesten hier ingezet heeft. Een absolute aanrader.

***** 

 

terug naar de startpagina van moors magazine