triodia

spinifex orchestra

 

Karnatic Lab Records is, zoals de naam al een beetje aangeeft, een waar laboratorium voor muzikanten die los van alle vakjes muzikaal op avontuur willen. Het Spinifex Orkest klinkt op momenten als een ouderwetse big band, maar dat zijn eigenlijk de saaiste momenten, omdat ze dan weliswaar lekker fel en strak, maar ook redelijk bekend klinken. Het orkest is op zijn best als ze binnen één nummer fluisterzacht en intiem spelen terwijl ze even later spetterend exploderen, zonder dat het onnatuurlijk klinkt. Het is ook niet bepaald een band die vondsten uitmelkt, zoals je dat bij ouderwetse jazz nogal eens meemaakt. Dan zet er iemand een solo in en ben je gelijk een kwartier onder de pannen.

Spinifex Orchestra weet alles strak binnen de perken te houden, terwijl je toch het gevoel houdt dat er met volle inzet geïmproviseerd wordt, met soms een explosie van chaos, maar die duurt nooit lang. Ze hebben ook de humor van Breuker, en zijn gevoel voor eurojazz, maar je hoort hier ook de rest van de wereld in doorklinken. Behalve de ijzersterke blazers is de bezetting tamelijk verrassend - een uitstekende stevige rockgitarist (Raphael Vanoli), een strakke, maar soepele en swingende drummer die de boel regelmatig mooi weet op te jagen en op te zwepen (Uli Genenger) en een fantastische jazzy accordeonist (Theo van Tol). En dan is er uiteraard een uitstekende bassist (Sean Fasciani), die samen met de drummer een perfecte flexibele bodem legt voor dit meesterlijke gezelschap.

De blazers moeten even apart genoemd worden. Trompettist Gijs Levelt vormt samen met accordeonist van Tol ook tweederde van het supertrio STriCat. Daar zijn beide heren ook al goed in vorm, maar hier zijn ze ook onmisbaar. Ned McGowan speelt fluit; op altsax, klarinet en basklarinet horen we Tobias Klein, op sopraan- en tenorsax en klarinet Jasper Blom en op trombone Joost Buis.  Als je in kort bestek wil horen wat deze heren kunnen moet je even naar het anderhalve minuut durende Not Pseudopetiolate Triodia 2 luisteren. Luister daarna dan even naar Maurice & Michel dat begint met een lekker chaotische pokkeherrie die als vanzelf overgaat in zachte melancholie, en dat daarna nog wat fraaie bochten neemt. De bandleden schreven zelf de meeste composities, en dat betekent in dit geval dat er maar liefst vijf sublieme componisten opbloeien in dit gezelschap: Levelt, Klein, McGowan, Buis en Blom. Indrukwekkend.

Internationale hollandse jazz, gemengd met een vleug onbestemde wereldmuziek, met de kwaliteit van serieuze avantgarde en de humor en de lichtheid van muzikanten die met enorm veel plezier muziek aan het maken zijn. Een absolute aanrader.

het hele hoesje...

terug naar de startpagina van moors magazine