crossing tides heather macleod

heather macleod...

 

Soms is een plaat zo moeilijk te omschrijven dat hij eigenlijk veel te lang blijft liggen. In het geval van Heather MacLeod zou het jammer zijn als er geen aandacht aan haar muziek zou worden besteed, puur en alleen omdat een recensent er geen etiketje op kan plakken. MacLeod zong al bij de Eliza Carthy band, en je zou dus denken dat haar solodebuut ook onder folk zou vallen. Dat is ook wel zo, maar je zou het ook pop kunnen noemen, of roots, en op momenten blues, terwijl haar frasering zeer jazzy is. Als bassist horen we hier Danny Thompson, die zijn sporen niet alleen in de folkwereld verdiend heeft, maar ook in jazzgezelschappen. Misschien moeten we het gewoon jazzfolk noemen.

Het album begint vrij rustig, met de zang van MacLeod, begeleid door de gedreven akoestische gitaar van Steven Polwart. Al snel komt er de rauwe mondharmonica van Sugar Blue bij die prachtig tegen de licht hese stem van MacLeod aan gaat zitten schuren. Bluesfolk? Doet het er toe? MacLeod schreef de meeste nummers zelf en wist blijkbaar precies wat ze wilde, want de musici die ze inhuurde klinken zeer doelgericht. Blazers en strijkers worden met mate, maar zeer effectief ingezet, de pianist (Paul Harrison) komt af en toe zeer verrassend uit de hoek en alle arrangementen zitten zo goed in elkaar dat je bij elke keer draaien weer wat nieuws hoort, terwijl je toch nooit het gevoel hebt dat je naar ingewikkelde muziek zit te luisteren. Integendeel, het klinkt allemaal heel soepel en vanzelfsprekend, en toch ook steeds spannend. MacLeod is overigens net zo goed in pittige bluesy nummers als in gevoelige ballads. Een aanrader voor iedereen die niet in hokjes denkt.

terug naar de startpagina van moors magazine