the siegel-schwallband cd-recensies
 
Hier volgt weer een klein overzicht van de recensies die ik voor het Nederlandse muziekblad Heaven en het Belgische freezine MazzMusikas heb geschreven in de eerste paar maanden van 2006. In moors magazine gaat het vooral over muziek waar ik enthousiast over ben, hier zul je af en toe ook een uitgeproken negatieve recensie tegenkomen.

De sterrenbeoordeling (die voor Heaven altijd gehanteerd wordt) moet je als volgt lezen:
* zwak
** prima maar niet geheel foutloos
*** goed
**** klassieker in zijn genre
***** mijlpaal

(juni 2006)

The Siegel-Schwall Band – Flash Forward – Alligator Records ALCD 4906

Legendarische bluesband op herhaling

Corky Siegel is een superieure mondharmonicaman. Dat bewees hij al in de legendarische Siegel-Schwall Band, waar hij door een klassieke dirigent werd opgemerkt, waarna Siegel in diverse modern klassieke stukken speelde. Later combineerde hij met zijn Chamber Bluesgezelschap klassieke kamermuziek en blues tot een spetterende nieuwe muzieksoort. Nu heeft hij de zwart-witte Siegel-Schwall Band nieuw leven ingeblazen, met verbazingwekkend goed resultaat. De band staat nog steeds als een huis en speelt met een pit en energie waar menige jonge bluesgast jaloers op kan zijn. Bovendien schrijven ze prima songs, waarbij het komische anti-Bushnummer The Underqualified Blues er uit springt. Het mondharmonicaspel is scherper en strakker dan ooit, de drummer speelt op een geniale manier lekker los, de bas is strak en toch melodieus, en de gitarist speelt niet alleen fenomenaal gitaar, maar ook mandoline en accordeon. Daar komt nog bij dat het hier gaat om vier vrienden die al heel lang met heel veel plezier samen spelen. Dat levert een zeer aanstekelijke bluesplaat op die wel eens een klassieker zou kunnen worden. Absolute top.

****


Chris Thile & Mike Marshall – Live Duets – Sugar Hill SUG CD 4010

Chris Thile (spreek uit: Tielie) was jarenlang een wonderkind op de mandoline, tot hij met zijn band Nickel Creek bewees dat hij een volgroeid artiest geworden was. Op zijn solo-albums horen we een wat somberder Thile, maar geef de man een mandoline in de hand en hij lééft.

Dat blijkt ook weer op deze duetplaat met die andere mandolinegrootheid, Mike Marshall – het speelplezier spat er aan alle kanten vanaf, terwijl beide heren ook buitengewoon subtiel en ingetogen kunnen spelen. Op deze cd vind je vrijwel alleen zelfgepende nummers, ofwel van Thile, ofwel van Marshall, ofwel samen gepend, en ze zijn allemaal goed. Alleen moest ik even de juiste manier van luisteren vinden, want als achtergrondplaatje is dit album absoluut ongeschikt. Je kunt er het beste echt voor gaan zitten, liefst met koptelefoon op het hoofd. Ogen dicht, en je hebt het gevoel dat je op de eerste rij zit bij een zeer spannend optreden, waarbij de twee elkaar constant zitten uitdagen. Je hoort alleen die twee, op mandoline, op mandola en mandocella, bijna een uur lang, gewoon op twee stoelen tegenover elkaar. Je hoeft geen mandolinefanaat te zijn om hiervan te kunnen genieten. En als je je eraan overgeeft is een uur nog veel te kort.


Tjane – Mark – Music and Words MWCD 4053

Ouderwetse gedegen Hollandse folk

Als er in Nederland folk gespeeld wordt is dat in negen van de tien gevallen belegen, brave folk die zo authentiek mogelijk lijkt te moeten klinken. Ook Tjane maakt geen spannende nieuwe folk, maar blijft steken in, weliswaar voortreffelijk gespeelde en gezongen, traditionele Hollandse volksmuziek. De teksten zijn traditioneel en klinken mede dankzij het oudhollands behoorlijk oubollig, terwijl de arrangementen van Guy Roelofs zo dicht mogelijk bij de traditie proberen te blijven. Voor puristen verplichte kost, gewone muziekliefhebbers vallen waarschijnlijk halverwege in slaap. Nogmaals – er wordt voortreffelijk gemusiceerd, ambachtelijk gesproken, maar spannend of echt geïnspireerd wordt het nergens. Roelofs zou toch eens naar de nieuwe Engelse en Amerikaanse en zelfs Belgische folk moeten luisteren, want daar horen we wel degelijk spannende muziek.

**


Milow – The Bigger Picture – Homerun/Munich MRCD272

Hij noemt zich Milow. Zijn eigenlijke naam is Jonathan Vandenbroeck. Hij zingt zijn zelfgeschreven liedjes in heel behoorlijk Engels. Hij klinkt als een gekwelde puber, maar eigenlijk is hij daar te oud voor. Hij zet zijn cd in met een simpele gitaar en die gekwelde stem. In de loop van dat eerste nummer komen daar tinkelende belletjes en violen bij. Milow zingt feitelijk heel gemakkelijk en soepel, maar blijft het hele album lang met dat akelige gekwelde geluid zingen.

Hier moeten we even een terzijde plaatsen. Recenseren is een subjectieve zaak. Bij dit plaatje werd ik me daar weer pijnlijk van bewust. Dit album van Milow is namelijk helemaal niet slecht. De liedjes zijn in orde, de arrangementen zijn soms wat zoet, en soms wat vlak, maar over de hele linie heel behoorlijk tot goed. Maar als subjectieve luisteraar denk ik: “Man, je bent al ruim in de twintig, hou toch eens op met zeuren”. Onredelijk, ik weet het, want Leonard Cohen is al een carrière lang een enorme zeur. Maar toch.

Iemand als Nick Drake kon er ook wat van, maar die wist het getergde puberschap tenminste nog op een hoger plan te tillen. Milow blijkt ook niet geheel ongevoelig voor de mode van het moment, want je moet als luisteraar ook geregeld denken aan een tweederangs Jamie Cullum.

Talent heeft deze gast beslist, hij dient enkel dat gekwelde toontje kwijt te raken, en de al te zoetelijke arrangementen wat op te scherpen. We zullen hem zeker blijven volgen, want met dit talent kan het zeker nog goed komen.


Myrddin – Novar – Munich Records BMCD 485 – www.munichrecords.com

Naam en titel doen een exotische muzikant vermoeden, maar het gaat hier om een jonge Belg. De jongste zoon van Koen De Cauter blijkt een gretig muzikant, die al heel jong klarinet speelde, er later percussie bij ging doen en die zich tenslotte met volle overgave op de gitaar wierp. Hij volgde lessen bij enkele flamencogroten, begon te componeren en speelde in een ruim assortiment aan orkesten en orkestjes. Nu is er dan zijn tweede soloplaat, en hij wil duidelijk laten horen wat hij kan.

En dát hij heel wat kan, dat wordt op deze cd meer dan duidelijk. Toch zijn we er niet ongeremd enthousiast over. Myrddin speelt redelijk virtuoos, maar het lijkt er sterk op dat hij niet goed weet wat hij wil – de focus ontbreekt een beetje op dit album. Het begint veelbelovend met een flamenco-instrumental die ook zijn bandleden laat schitteren, dan volgt er een schitterend lied, gezongen door Wannes van de Velde, maar daarna verzandt de muziek in oeverloos gejam en gepiel. “Het keutelt maar door”, zoals we hier in het noorden zeggen. De composities zijn niet interessant genoeg om de muziek te dragen, waardoor het bij een eindeloze reeks demonstraties van het, toegegeven, virtuoze spel blijft. Interessant voor gitaargekken en medemuzikanten, maar voor een gemiddelde luisteraar is zo’n rijtje technische hoogstandjes niet echt belangwekkend. Toch zitten er een paar vlammende uitzonderingen tussen. We noemden al het tweede nummer, Esta Noche Y La Rosa, dat ondanks de Spaanse titel gewoon een in het Vlaams gezongen gedicht van Guido Gezelle is. De focus ligt daar op de zang van Wannes van de Velde, en de grote verdienste van dit nummer is dat we nu wanhopig verlangen naar een nieuw album van Wannes. We gingen alvast meteen met veel genoegen wat van zijn oude platen draaien.

Ook het door Jose Ligero gezongen Porque Lo Llevo En La Sangre is een hoogtepunt, vooral ook door de mooie verschroeiende zang. En ook verder zijn er een paar schaarse momenten waarin het even echt gaat vlammen. Genoeg om ons nieuwsgierig te maken naar een volgend album, met wat meer focus graag.


Phil Trigwell & Los Bandhagos – Boogie Woogie Cowboy – Rhythm Bomb Records RBR5643

Phil Trigwell is een Engelsman die al vijfendertig jaar in Zweden woont, en daar een carrière heeft opgebouwd als zanger van rockabilly-cowboyliedjes. Dat klinkt op papier vrij absurd, maar Trigwell maakt er met zijn “Los Bandhagos” iets leuks van. Los Bandhagos is een soort TexMexvertaling van het dorp Bandhagen in het zuiden van Zweden, net onder Stockholm, waar Trigwell woont, en de complete band bestaat uit AJ Hakwinson, die alle gitaren en banjo’s voor zijn rekening neemt. Trigwell speelt op een paar nummers bas en zingt niet alleen de lead, maar ook de achtergrondzang. Zeven van de songs zijn zelfgepend, en ze vallen perfect tussen de klassiekers als Travelling Light en Freight Train Boogie. De twee weten overigens een perfecte rockabillyband neer te zetten, want als je het niet weet hoor je niet dat ze maar met zijn tweeën zijn. Vooral Hawkinson’s soepele spel is lekker om naar te luisteren. Een verrassende maar erg leuke rockabillywoogieplaat.


Kelley Stolz – Below The Branches – Sub Pop ADVSP 674

Vrolijkmakende retro

De Californiër Kelley Stolz haalt zijn inspiratie uit de sixties, en dan met name uit de creatieve explosieperiode in de sixties. Toch heeft hij geen braaf retroplaatje gemaakt, maar een zeer pittig levend album van nu. De sfeer is die van de broeierige creatieve periode waarin Beatles en Beach Boys op hun best waren, maar Stolz gooit er ook wat fuzzy gitaren bij en laat de psychedelica nooit echt ontsporen. Bovendien schrijft hij prima popsongs, die hier feitelijk de perfecte arrangementen meekrijgen. Het resultaat is een heerlijke popplaat waarin psychedelische folk een huwelijk aangaat met garagerock. Het is eigenlijk verbazingwekkend dat nog nooit eerder iemand zo’n originele mix maakte van het beste uit die magische periode die de jaren zestig zo speciaal maakte. En het mooiste is dat het nergens gedateerd aandoet, integendeel zelfs.

***½


The Newbeats kregen van Ace al de revanche die ze verdienden met een voorbeeldige uitgave van al hun singles. Daaruit bleek dat een herontdekking volledig op zijn plaats was. De derde cd in de reeks, Groovin’ Out Life bevat helaas alleen restmateriaal, outtakes en solonummers van de groepsleden die zelfs voor de echte diehards te veel van het goede zullen zijn. (Ace, *½)


Bob Mosley was ooit lid van de legendarische sixtiesband Moby Grape. Dertig jaar geleden liet hij met zijn eerste soloplaat al horen dat Moby Grape meer was dan de som der delen en nu bewijst hij met True Blue nog een keer dat hij in zijn eentje niet aan het niveau van die band kan tippen. (**½, Taxim)


Dan Tyminski – Carry Me Across The Mountain – Rounder 11 661 0537-2

Bluegrassgospel

Dan Tyminski is de man die er in Alison Krauss’ Union Station voor zorgt dat de zang niet al te zoetelijk wordt. Behalve een intens zanger is hij ook een uitstekende gitarist en mandolinespeler. Een absolute bluegrasstopper. De verwachtingen voor zijn eerste soloplaat waren dan ook hooggespannen. Eerlijk gezegd valt die behoorlijk tegen. Instrumentaal is er niets mis mee, want Tyminski heeft alle groten van de hedendaagse bluegrass uitgenodigd, dus het klinkt allemaal even fantastisch. De teksten zijn echter van het niveau van een religieuze Frans Bauer, zoals in Please Dear Mommy: “Pappie, doe niet zo naar tegen mammie, want ze houdt toch echt van je” en degene die dat zegt is dan het dochtertje dat doodgaat en er tranentrekkend aan toevoegt dat ze elkaar straks in de hemel weer terug zullen zien. Een goede bluegrassgospel kunnen we best waarderen, maar dan moeten de teksten toch een zeker basisniveau hebben. Als we die tenenkrommende teksten vergeten is dit een meer dan uitstekend album, en zeker voor bluegrassliefhebbers een aanrader.

**½


The Agnostic Mountain Gospel Choir – Fighting And Onions – Shoutin’ Abner Pim Records SAP004

Ongepolijste roots

De naam van de band is ietwat misleidend, want we hebben hier niet met een gospelkoor te maken, maar met een lekker rauwe rootsband, die wat aan de licht rommelige muziek van the Gourds doet denken. Ze spelen met overduidelijk plezier en zonder onnodig veel eerbied, bluesy en doorleefd. Eigen nummers worden aangevuld met klassiekers als Special Rider van Skip James of de traditional Look Up Look Down That Lonesome Road. Alles wordt intens en energiek gespeeld en gezongen, waarbij het ruwe randje dat bij dit soort muziek hoort mooi intact blijft. Delta Blues gespeeld met een punkhouding, zoiets. Met de ene voet in de jaren dertig van de Depression, met de andere voet in het Amerika van Bush en co. En dat alles gebracht met veel energie en een grote overtuigingskracht.

***½ 


Mark Fosson – Jesus On A Greyhound – Big Otis 1950

Klassieke singer/songwriter 

Mark Fosson doet wat denken aan uitstekende singer/songwriters als Guy Clark, John Prine of Townes van Zandt. Hij schrijft teksten die een zekere literaire kwaliteit hebben, maakt er goede melodieuze liedjes van en zingt ze met een prettige, licht hese stem. De arrangementen zijn veelal akoestisch, balanceren ergens tussen country en folk en klinken uitstekend, gespeeld door een geïnspireerd spelende band. Toch geven de teksten je regelmatig het onbehaaglijke gevoel dat hier een man aan het woord is die niet helemaal deugt. Een nummer als Little Darlin’ is ongetwijfeld ironisch bedoeld, maar je denkt toch steeds dat de man méént wat hij zingt. “Little darlin’ stop your crying, I won’t hurt you no more.” Hum.
Het titelnummer getuigt dan weer van een stuitend belerend moralisme. Maar het blijft wringen – word ik hier als luisteraar in de maling genomen of meent hij het allemaal echt? Er staan echter te veel sterke nummers op dit album, en de algehele kwaliteit is zo hoog dat we hem zonder meer het voordeel van de twijfel geven.

***


Melanie – Photograph (double exposure) – Munich Records MRCD 266 

Vergeten tussendoortje 

Het verhaal van Melanie’s album Photograph is wat merkwaardig. Het is de enige plaat die ze voor Atlantic opnam, en het zou haar overgang naar serieus singer/songwriterwerk markeren. Dat was wat moeilijk te controleren tot nu toe, want Atlantic heeft de plaat na een paar maanden om onduidelijke redenen uit de roulatie genomen. Munich brengt het album nu opnieuw uit, met een bonus-cd met alternatieve opnames. Melanie klinkt op een deel inderdaad volwassener dan op eerdere platen, maar ze blijkt ook last te hebben van een serieuze reli-tic, waardoor een aantal teksten alleen met gekromde tenen te beluisteren is. Bovendien klinken de meeste arrangementen wel erg gelikt. Daar staat dan wel die schitterende stem tegenover, en Melanie zingt hier zelfverzekerder dan ooit. De versies op de bonus-cd klinken soms overigens beduidend beter dan de versies die op de originele plaat terechtkwamen. Voor Melaniefans is deze dubbel-cd dankzij een paar fraaie hoogtepunten zeker een aanrader.

***


Frank London’s Klezmer Brass Allstars – Carnival Conspiracy – Piranha CD-PIR1902 (***½)
Boban Markovic Orkestar
Feat Marko Markovic – The Promise – Piranha CD-PIR1901 (***)Twee top-blaasorkesten

Piranha geeft bijna gelijktijdig deze beide cd’s uit, van blaasorkesten die in het verleden al intensief hebben samengewerkt. Trompettist en componist Frank London zit ook in de Klezmatics, maar leeft zich met zijn Klezmer Brass Allstars op Carnival Conspiracy helemaal uit. Het gaat om Klezmer, dus de melancholie is nooit ver weg, terwijl het tegelijkertijd steeds zeer aanstekelijke feestmuziek blijft. Maar het is toch die diepdoorvoelde melancholie die deze muziek zijn meerwaarde geeft. In vergelijking daarmee maakt Markovic, de “King of Balkan Brass”, op The Promise vrij platte feestmuziek, maar dan wel weer zo goed gedaan, en met zoveel energie, dat je regelmatig happend naar adem achterblijft. Zeventienjarige zoon Marko mag bovendien uitgebreid laten horen dat hij een zeer getalenteerd trompettist is. Goed voor een stevige stoot adrenaline.


Va Fan Fahre – Romski Robbery – Zephyrus Records 001

Melancholieke blazers

Va Fan Fahre is een Belgisch blaasorkest dat eerst vooral klezmer speelde, maar dat geleidelijk aan ook Roemeense en Bulgaarse blaasmuziek op het repertoire nam. Ze roerden daar dan nog wat funk, ska en gypsie door. Bovendien hebben ze goed geluisterd naar de Europese jazz van het Willem Breuker Kollektief. Die mix pakt geweldig uit, vooral door de eigen arrangementen die veel ruimte laten voor improvisatie. Maar wat de band pas echt goed maakt is de melancholie die overal met ruime hand doorheen geroerd is, en die ervoor zorgt dat de muziek buitengewoon meeslepend wordt. Het grootste deel van hun eerste cd bestaat uit instrumentals, maar het hilarische Plakke Plakke is het perfecte intermezzo. Dat geldt ook voor de rustpuntjes die met een lullig orgeltje ingebouwd zijn – het werkt. Een zeer verrassend en verslavend album, en een absolute topper op blaasmuziekgebied. 

****


terug naar de startpagina van moors magazine