een van de toppers... cd-recensies
 
Hier volgt weer een klein overzicht van de recensies die ik voor het Nederlandse muziekblad Heaven en het Belgische freezine MazzMusikas heb geschreven in de laatste helft van 2005. In moors magazine gaat het vooral over muziek waar ik enthousiast over ben, hier zul je af en toe ook een uitgeproken negatieve recensie tegenkomen.

De sterrenbeoordeling (die voor Heaven altijd gehanteerd wordt) moet je als volgt lezen:
* zwak
** prima maar niet geheel foutloos
*** goed
**** klassieker in zijn genre
***** mijlpaal

(december 2005)

Gé Reinders – Blaos mich nao hoes – Fennek FN-CD-14

Limburgse singer/songwriter komt helemaal thuis

Gé Reinders deed al een behoorlijke stap richting zijn eigen wortels toen hij in zijn eigen Limburgse dialect ging zingen. Op Blaos mich nao hoes (Blaas me naar huis) zet hij de definitieve stap, en het is dan ook zijn meesterproef geworden. Het gaat hier feitelijk om “Het Beste van Gé Reinders”, uitgevoerd in samenwerking met de beste fanfares en harmonieën uit zowel Nederlands als Belgisch Limburg. Als we het normaalgesproken over “roots” hebben denken we niet zo snel aan blaasorkesten, maar voor een Limburger klopt het perfect. Een moedige stap van Reinders, want blaasorkesten worden toch vooral met carnaval en plat volksvermaak geassocieerd. Reinders ontstijgt dat met gemak, mede door de fantastische arrangementen. Zijn liedjes worden er stuk voor stuk sterker door, en dat is nog maar zacht uitgedrukt. Hij bezorgde deze recensent regelmatig een brok in de keel; een niet te onderschatten prestatie. Prachtig is ook het duet met de Vaalser operazanger John Bröcheler, “Man van ’n Kleine Sjtad”, dat ook als beginselverklaring gehoord kan worden – de lof aan de kleine stad is ook de lof aan de muzikale wortels. Het verborgen nummer aan het eind van de cd is een slimme verrassing – een losjes gezongen carnavalsschlager, die er door het contrast voor zorgt dat je je nog eens extra realiseert hoe goed Reinders die blaasorkesten hier ingezet heeft. Een absolute aanrader.

***** 


Michael McGoldrick – Wired – Vertical Records VERTCD074

Ierse fusion

De uit Ierse ouders geboren Michael McGoldrick heeft, doordat hij in Manchester is opgegroeid, waarschijnlijk iets meer afstand tot Ierse muziek. Misschien verklaart dat de verfrissend oneerbiedige aanpak van McGoldrick. Hij was betrokken bij de interessantste Ierse bands van de laatste jaren, zoals Lunasa, Capercaillie, Toss the Feathers en Flook.

Zijn soloprojecten zijn nog veel interessanter voor iedereen die van Ierse muziek houdt en het experiment niet schuwt. McGoldrick is een meesterlijk fluitist, maar hij brengt daarnaast in zijn composities een gelaagdheid aan die zeldzaam is. We hebben het dan niet alleen over het prachtige muzikale weefsel dat hij maakt; ook de gecompliceerde wisselende ritmes maken het niet alleen mooie, maar ook spannende muziek. Puristen zullen er misschien moeite mee hebben, want soms klinkt het als Keltische jazz, terwijl  je ook vreemde samples hoort, en er naast de bodhran ruimte is voor tablas, en er naast een bamboefluit ook saxen opduiken. Ook de elektrische gitaar en een vet orgel worden niet geschuwd. Folk op het randje, zou je kunnen zeggen. Wired is een avontuurlijk folk-meesterwerkje.

****


Bill Wyman’s Rhythm Kings – Live – Roadrunner Records RR 8101-2

Ouderwetse degelijke rhythm & blues

De Rhythm Kings is, om het oneerbiedig te zeggen, het hobbybandje van ex-Rolling Stonesbassist Bill Wyman. Voor de kenners zijn de bandleden vaak interessanter dan Wyman zelf. Zo speelde Georgie Fame een poos mee, en ex-Procol Harumzanger Gary Brooker. In de bezetting op deze live-cd vinden we onder meer meestergitarist Albert Lee en ex-Amen Cornerzanger Andy Fairweather-Low. De rest van de band bestaat uit prima tot zeer prima muzikanten die allemaal met zeer veel plezier oude rhythm & blues spelen, en dat maakt Bill Wyman’s Rhythm Kings tot een van de leukste live-bands van de laatste jaren. Niks spectaculairs, niks nieuws, gewoon een band die lekker enthousiast vette, stevige rhythm ‘n’ blues speelt. Meer hoeft het soms niet te zijn. Een lekkere cd om een swingend feestje mee te bouwen.

***


Steve Reid Ensemble – Spirit Walk – Soul Jazz Records SJR CD122

Grensverleggende space-jazz 

Steve Reid is een fantastische jazzdrummer, die in zijn veertigjarige muzikale carrière heeft gespeeld met alle groten van de jazz, waaronder Miles Davis, Sun Ra en Archie Shepp, en daarnaast ook met groten als Fela Kuti. Een drummer als bandleider garandeert een hecht bandgeluid, maar hier is ook voldoende ruimte voor fraai improvisatiewerk van een aantal veelbelovende Europese jonge honden als de Russische keyboardspeler Boris Netsvetaev en de electronicawizzard Kieran Hebden (beter bekend onder zijn pseudoniem Four Tet), die ook voor het psychedelische Sun Ra-sfeertje zorgt. De saxofonisten Chuck Henderson, Neil Kleiner, Nathaniel Catchpole en Tony Bevan hebben een aangenaam rauw en stevig geluid. Samen met bassist John Edwards zorgen ze ervoor dat de muziek tegelijkertijd hecht en los blijft klinken en dat het nooit, zoals vaak bij Sun Ra gebeurde, uit de bocht vliegt. Grensverleggende muziek, maar wel diep geworteld in de jazz van de twintigste eeuw. Aanrader.

****


Orchestre du Mouvement Perpetuel – Parsifal CD 296

Een Vlaming uit Oostende en een Argentijn maken samen ongebruikelijke Franstalige muziek waar af en toe wat Engelse zinnen doorgeweven worden – dit kan alleen België zijn. In Frankrijk hebben ze al successen geboekt, dus België en Nederland mogen volgen. En dat zullen ze zeker doen mag ik hopen, want we hebben hier wel iets bijzonders te pakken, dames en heren.
Peter Bultijnck zingt en doet de electronica en heeft ook de nummers geschreven, maar wat deze muziek dat extra speciale geeft waardoor het iets geniaals krijgt, is het fenomenale pianospel van Alejandro Petrasso. Het is een beetje alsof je James Brown met Mozart samen in de studio hebt gezet, en die twee het bijzonder goed met elkaar konden vinden. En het is steeds de piano die je doet opveren. Petrasso is fenomenaal, al is hij dat soms met heel voorzichtig maar zeer gedecideerd uitgestrooide nootjes. Op andere momenten wordt er volop uitgepakt en rollen en buitelen de romantische Rachmanioviaanse melodiëën over elkaar heen. Schitterend.
Wat ook bijzonder is, is dat de combinatie van die licht hese, ietwat ruwe stem met dat pianospel zo goed uitpakt, want geforceerd klinkt het nergens. Terwijl deze twee toch iets unieks en eigens hebben gemaakt waar niet zo gemakkelijk een stempel op te plaatsen valt.
Een zeer prachtig plaatje, dat meteen ook zeer nieuwsgierig maakt – live moeten die twee een zeer spannende en spectaculaire show kunnen neerzetten. Zeer aanbevelenswaardig.


Paul van Loo & Ivo Rosbeek – Sjpeegelpleëtje – Marista MCD 7163

Limburgse chansons

Van Loo en Rosbeek verrasten eerder al met Limburgse versies van de liedjes van de oer-Groninger troubadour Ede Staal, en hier gaan ze op die weg verder. We vinden hier drie Staal-juweeltjes, aangevuld met liedjes van onder meer Gerard van Maasakkers en Thé Lau. Van Loo is een voortreffelijk zanger, Rosbeek de perfecte pianist. Bovendien vult Rosbeek nog aan met accordeon en andere instrumenten, alles ingetogen gearrangeerd, alles in dienst van de liedjes. Terug naar de basis, maar het werkt wel. En een bijna Hawaiiaans arrangement als in Zuid-Limburg zorgt voor de nodige afwisseling. De liedjes worden in alle gevallen even goed of zelfs beter gebracht dan het origineel, en een groter compliment kun je bijna niet geven. Mooi.
***½


Jackie Leven – Elegy For Johnny Cash – Cooking Vinyl Cookcd331

Leven in topvorm

Zo’n kwart eeuw geleden was Jackie Leven de frontman van de band Doll By Doll, maar zijn draai vond hij, na een zwarte periode in zijn leven, pas een jaar of tien geleden, en sindsdien brengt hij bijna elk jaar wel een klein meesterwerkje uit. Elegy For Johnny Cash zet de luisteraar een paar keer op het verkeerde been, want het is geen Cash-achtig album geworden, al is de titelsong geschreven uit bewondering voor de kale Rubin-opnames die Cash aan het eind van zijn leven maakte, en zingt gast Robert Fisher (van Willard Grant Conspiracy) een nummer geheel in Cash-stijl. En hoewel het album in Beiroet is opgenomen met muzikanten uit Griekenland, Libanon, USA, Schotland, Ierland, Wales en Engeland is het toch geen wereldmuziek geworden, maar gewoon een ouderwets goed Jackie Leven-album. Dat betekent gepassioneerde zang, bijzondere arrangementen en meeslepende songs. Een album dat je meteen bij je kladden pakt en je pas een klein uur later weer loslaat. Wereldklasse.

****


Alice Russell – My Favourite Letters – Tru Thoughts TRUCD082

De blanke, Britse Alice Russell wordt al in één adem genoemd met Joss Stone en Alicia Keys, en in de eerste tien minuten van haar cd doet ze inderdaad aan die dames denken, mede doordat ze daar nog erg gelikt klinkt. Verderop wordt het allemaal wat losser, en daarbij ook nog aanzienlijk beter. Russell heeft een mooie soulstem die ze ook durft te gebruiken, en wat ook zeer belangrijk is: de arrangementen zijn spannender dan we gewend zijn in de hedendaagse r&b. Spannend en relaxed, stevig en toch subtiel. Luister maar eens naar het fraaie repetetieve blazerswerk in To Know This, en naar de pianosolo halverwege dat nummer. In Mirror Mirror On The Wolf – “Tell The Story Right” gaat Russell bovendien op bijna Aretha Franklin-achtige wijze los. Een verrassend mooie, gelaagde plaat, waarin we zelfs af en toe psychedelische loopjes terugvinden.

***½


Tendachënt – La Valle Dei Saracene – FolkClub Ethnosuoni

Italiaanse folkrockrootsplaat. Dit is het derde album van de band van Maurizio Martinotti (die ook de drijvende kracht was achter La Ciapa Rusa), en ze zijn beter dan ooit. Traditioneel, maar stevig in deze tijd geworteld. Het enige wat misschien ontbreekt is het ruwe randje, maar daar staat veel moois tegenover. Er wordt geïnspireerd gespeeld, prima gezongen en inventief gearrangeerd. Warme weelderige muziek. En daarmee is dit album wat ons betreft het mooiste gekarakteriseerd – warm en weelderig. Aanrader.


Terrae (compagnia di musiche popolari) - 38° parallelo instabili terre - Folkclub Ethnosuoni

De achtendertigste paralel loopt door het zuiden van Italië, en op een cd die “38ste parallel, instabiele aarde” heet kun je dan ook muziek verwachten die nauwe verwantschap vertoont met het zuidelijkste puntje van Italië en Sicilië, al horen we hier ook sporen van Andalusische muziek, of de Maghreb. Dat zou niet bijster interessant zijn als daar niet iets mee gedaan was dat het echt goed maakt. Er zijn wel meer Italiaanse artiesten aan te wijzen die vanuit de traditionele muziek iets bijzonders weten te doen. Denk aan Daniele Sepe, Riccardo Tesi, Spaccanapoli of Fratelli Mancuso, die allemaal moderne invloeden in de traditie weten te passen, met soms verbazingwekkend mooie resultaten. De groep Terrae krijgt dit ook voor elkaar op dit prachtalbum. De zang is om te beginnen al schitterend – er zijn momenten dat we zouden zweren een van de onvolprezen broertjes Mancuso te horen, maar er blijken meer Sicilianen te zijn die zo hartverscheurend mooi kunnen jammerzingen. Ook de violist kan er wat van – ook hij weet zijn instrument verscheurend mooi te laten janken.

Verder doet de muziek van het gezelschap denken aan de muziek van Michael Nyman, die zo fraai minimal music kon combineren met lyrische melodieën. Dat lukt deze groep ook, terwijl de traditie steeds als stevige basis hoorbaar blijft. Het is een akoestische cd geworden, terwijl je op een bepaald moment wel een stevige en toch melodieuze elektrische fretless bas hoort. Kortom – deze heren zijn absoluut geen puristen. Ondertussen hebben ze hier een schitterend fusionjuweeltje neergezet, waarbij modern en traditie volledig naadloos in elkaar opgaan, terwijl het tegelijkertijd steeds bijzonder spannende en aangrijpende muziek blijft. Muziek voor het hoofd, maar vooral ook voor de buik en het hart. Een absolute aanrader.

Nog even wat onbelangrijk gezeur aan de zijlijn. Het hoesje van deze cd is ronduit lelijk te noemen. Het is dat de chef dit plaatje stuurde, maar ik zou het zelf nooit uit een platenbak hebben gevist. Te onaantrekkelijk. Laat je daardoor dus niet afschrikken. Verder kostte het enige moeite om erachter te komen wat nu precies de naam van de groep en de naam van de cd was. Ik dacht eerst dat de groep “38° Parallelo” heette, en de cd “Instabili Terre”. Tja, het is klein gezeur, ik weet het, zeker bij zo’n groots album, maar kleine irritaties als deze kunnen er wel voor zorgen dat een plaatje nauwelijks verkocht wordt.


The Moore Brothers brengen met Now Is The Time For Love wel erg slappe softpop. Erg toonvast zijn de broers niet, de samenzang is vooral mierzoet en het gitaarspel matig. Een slap aftreksel van de vroege Simon & Garfunkel, waar niemand op zit te wachten. (Birdman, *) 


De beste cd’s van 2005 (lijstje voor Heaven): 

  1. Fratelli Mancuso – Trazzeri
  2. Dan Zanes – Parades and Panoramas
  3. Greg Trooper – Make it through this world
  4. Corky Siegel’s Traveling Chamber Blues – Live!
  5. Delbert McClinton – Cost of living
  6. Insect Trust – Hoboken Saturday Night (reissue)
  7. Riccardo Tesi & Banditaliano – Lune
  8. Terrae – 38°Parallelo Instabili Terre
  9. Rory McLeod – Brave Faces
  10. Eliza Gilkyson – Paradise Hotel
     

De beste zeven cd’s van 2005 (lijstje voor MazzMusikas) 

  1. Fratelli Mancuso – Trazzeri
  2. Dan Zanes – Parades and Panoramas
  3. Greg Trooper – Make it through this world
  4. Corky Siegel’s Traveling Chamber Blues – Live!
  5. Delbert McClinton – Cost of living
  6. Insect Trust – Hoboken Saturday Night (reissue)
  7. Riccardo Tesi & Banditaliano – Lune
     

terug naar de startpagina van moors magazine