|
We kregen van onze correspondent Nico van
Lieshout de tekst die je hiernaast vindt. Hoewel de reputatie van Tax wat
discutabel is vonden we het verhaal interessant genoeg om hier te plaatsen.
Wally Tax overleed in de eerste week van april
2005, op zevenenvijftigjarige leeftijd. Tax werd vooral bekend met de
Amsterdamse sixtiesband The Outsiders.
|
Toch even stilstaan bij
het overlijden van Wally Tax. Later deze week wordt in Paradiso een
benefietconcert voor hem gegeven. Van de opbrengst zal zijn begrafenis
worden betaald, want de ooit zo legendarische frontman van The Outsiders had
geen nagel om aan zijn reet te krabben. Toch is Wladimir, zoals zijn moeder
hem altijd is blijven noemen, ooit rijk geweest. Rijk en beroemd tot in de
Verenigde Staten, en, als je de oude bard op zijn woord moet geloven, bekend
met de groten der aarde: Bob Dylan, Chet Baker, Tim Hardin, Lee Towers,
Brigitte Bardot, Ramses Shaffy, noem maar op. Ik put mijn informatie uit de
zeer lezenswaardige biografie van de hand van Etty Huizing die in 1998 bij
gelegenheid van de vijftigste verjaardag en de zoveelste come back van de
Amsterdamse singer-songwriter verscheen onder de titel Tot hier en dan
verder. In hetzelfde boek wordt ook verhaald hoe Wally zo arm is
geworden en dat verhaal is te mooi om het niet te citeren:
Mijn huis op het Rokin
stond vlak naast het beroemde hotel Polen. Sommige mensen bewaren hun oude
agenda’s, maar ik ben ze allemaal kwijt; ik weet dus niet precies of het
in 1977 of 1978 geweest is dat hotel Polen platbrandde. Vanwege mogelijk
ontploffingsgevaar mocht ik drie weken lang mijn eigen huis niet betreden.
Dus drie weken heb ik bij Gert-Jan Dröge gelogeerd. Toen ik daarna weer
naar binnen mocht, was het huis leeg.
Hé-le-maal-léég!
Ik ging naar binnen – en het was leeg.
Je bek valt open. Ik kwam binnen – en alles was weg. Pleite.
Niet alleen de meubels maar ook mijn kunstverzameling – alles was weg.
Ik
bezat in die tijd vrij veel kunst – mooie dingen van onder anderen Aat
Velthoen, Anton van der Gulik, Jean-Paul Vroom, Ewoud Klaasse. Verder had
ik wat gesigneerde litho’s van Claes Oldenburg, een paar litho’s van Karel
Appel, en van Dali had ik een object. Ook had ik nog wat popprullaria,
waaronder iets van Andy Warhol en Jan Cremer – dingen die ik zelf nooit
gekocht zou hebben, maar die ik had gekregen voor mijn verjaardag. Een
enorme voorraad unieke grammofoonplaten, een zooitje gitaren, waaronder
een met parelmoer ingelegde Martingitaar uit 1938, die nu zeker twee a
drie ton waar is, ik weet niet hoeveel tapes met liedjes erop, veel mooie
muziekinstrumenten, goeie – voor die tijd heel professionele –
vier-sporenopnameapparatuur.
Alles
was weg.
Zelfs mijn piano.
Ik was het allemaal kwijt en ik heb er nooit iets van teruggezien. Dat was
droevig – maar ook gek.
Er was me gezegd dat de politie op mijn huis zou letten. Dat is ook wel
gebeurd, er hebben agenten bij het huis gestaan. Maar volgens mensen in de
buurt hebben de dieven, als verhuizers vermomd, een verhuiswagen voor mijn
huis neergezet, en alles uit het huis gehaald. Waarschijnlijk hebben ze
met het een of ander officieel uitziend verhuispapier met een vervalste
handtekening van Tax naar de politie gewapperd en die heeft verder niets
gecontroleerd. (…)
Als
ik dit verhaal aan anderen vertel, reageren ze meestal geschokt. Ik vond
het natuurlijk ook vervelend. Onder de gestolen spullen was bij voorbeeld
een ring waaraan ik erg gehecht was omdat Tim Hardin me die had gegeven –
voor de aardigheid, omdat hij me graag mocht. Het was een ring met een
leeuw die op mijn vinger lag alsof hij van een rots af wilde springen.
Heel mooi. Die ring betekende veel voor mij, maar ik heb er toch niet
langer dan een week om getreurd. Daarna dacht ik: ‘Opgeruimd – staat ook
wel netjes.’
Want je moet toch weer verder.
terug naar de startpagina van moors magazine
|