De Portugese zangeres Dulce Pontes draait al zo'n jaar of twintig mee, en al
die tijd heeft ze zich weinig aangetrokken van de puristische fadopolitie.
Pontes ging gewoon altijd haar eigen gang, en ook op haar nieuwe dubbele cd
laat ze weer horen dat ze niet alleen alles aandurft, maar dat ze inderdaad
ook alles aan kan. Soms is dat "gewoon" gepassioneerde fado, zoals die op de
eerste cd vooral te horen is (daarvan hier twee fragmenten), maar zelfs dan
laat ze horen dat het haar volstrekt eigen fado is die ze wil laten horen,
met soms een bijzondere instrumentatie en altijd uitzonderlijk mooie
arrangementen.
Pontes heeft ook wat extraverte neigingen, en op de tweede cd gaat ze dan
ook volledig los, met een paar geweldig mooie uitschieters, zoals het felle,
jazzy scatnummer No Ano Que Vem, waarvan je hier een fragment uit het begin
hoort (het nummer duurt acht en een halve minuut en wordt nog veel extremer
en veel mooier). Dat ze in haar overmoed daarna ook een keer volledig uit de
bocht vliegt in een wanstaltig melodramatisch duet met José Carreras
bedekken we dan ook met de mantel der liefde, vooral omdat ze even later
laat horen dat ze samen met George Dalares wél een mooi duet kan zingen.
Pontes bewijst dat ze zowel in de studio als live tot de absolute wereldtop
behoort, en door haar avontuurlijke aanpak blijft er voor de luisteraar
steeds wat te ontdekken. Mooi.