|
|
the new yorker |
|
|
The New Yorker is het mooiste tijdschrift ter wereld. Alleen het omslag al. Geen schreeuwende koppen, geen inhoudsopgave, alleen een tekening, de titel The New Yorker, de datum en de prijs. Als je abonnee bent ontbreekt zelfs de streepjescode. En al zevenenzeventig jaar zijn die tekeningen prachtig. Het blad is beroemd vanwege de cartoons, die
door het blad zelf consequent tekeningen genoemd worden. Zelf heb ik ooit
een abonnement genomen omdat ik wist dat ze tekeningen en covers van Saul
Steinberg publiceerden. De tekeningen worden nog steeds het eerste bekeken,
maar dan wordt het hele blad doorgespit, want The New Yorker is niet alleen
visueel de moeite waard. The New Yorker is daarnaast ook een blad dat deugt. Zo wordt Bush op dit moment buitengewoon kritisch gevolgd en worden in allerlei andere artikelen precies de vragen gesteld die je zelf ook net wou stellen. Als je eenmaal door The New Yorker geraakt
bent kun je daar de rest van je leven wel zo'n beetje mee verder. Zo las ik
bijvoorbeeld zo'n twintig jaar geleden het eerste autobiografische verhaal
van de blinde Indiaas/Amerikaanse schrijver Ved Mehta in The New Yorker.
Inmiddels heb ik alle delen van zijn autobiografie gelezen plus een groot
aantal van zijn andere boeken.
Een abonnement op The New Yorker is goedkoper
dan dat op een Nederlands weekblad, en tegenwoordig wordt het ook stipt op
tijd bezorgd. Vroeger moest je nog wel eens een maand of drie geduld hebben,
nu krijg je het nummer van deze week. Ik ben zelf inmiddels zo verslaafd aan The New Yorker dat ik ook zoveel mogelijk boeken koop die over het blad gaan, en boeken van de tekenaars van het blad. En daar geniet ik dan vervolgens intens van. Zo word je nog eens ongemerkt een verzamelaar.
Op deze pagina laten we een paar willekeurige omslagen zien. Helemaal
linksboven de allereerste cover, die elk jaar herhaald wordt, meteen
daaronder de cover van vorige week, van de inmiddels vijfennegentig jaar
oude William Steig, die nu dus ruim zeventig jaar voor het blad tekent. Daar
weer onder een paar covers die laten zien dat een New Yorker cover alle
kanten op kan, van poëtisch tot kritisch en nog veel meer.
|