de schreeuw van de vlinder

- jan herman brinks
de schreeuw van de vlinder

De Schreeuw van de Vlinder is de debuutroman van de historicus en journalist Jan Herman Brinks, en het boek vertelt het verhaal van een onderzoeker die tijdelijk in Oost Berlijn achter de muur terecht komt en daar geconfronteerd wordt met het "Leben der Anderen". In de roman wou Brinks alles kwijt wat hij in zijn journalistieke werk niet kwijt kon over die periode in de geschiedenis, en wellicht ook over zijn persoonlijke geschiedenis, want de Schreeuw van de Vlinder vertelt ook een liefdesgeschiedenis met een bloedmooie Oostberlijnse toeristengids, en lijkt ook verder wat autobiografische elementen te bevatten.

Brinks kan schrijven, laat ik daarmee beginnen, en als je het fragment leest dat hiernaast staat, waarin je een cruciaal moment in het boek kunt lezen (nadat Xavier ontdekt dat zijn Oostberlijnse vriendin Ilse ineens spoorloos verdwenen is, en dat er ineene iemand anders in het appartement woont waar hij al weken elke nacht bij haar slaapt), en waarin Brinks ondermeer een schreeuw buitengewoon knap beschrijft, zul je dat met me eens zijn. Toch wil ik eerst even een paar zwakke punten van het boek noemen om die even uit de weg te werken. Ik heb namelijk het gevoel dat Brinks veel te veel wou met dit boek, en dat hij een paar dingen niet goed voor elkaar heeft gekregen.

Allereerst weet Brinks niet hoe hij een boek moet beginnen. Het eerste hoofdstuk begint met een aantal gedetailleerde omschrijvingen van mensen die met het hele verhaal verder helemaal niets uit te staan hebben, en die de lezer alleen maar op een irritante manier op het verkeerde been zetten - waar gaat dit in vredesnaam heen?

Een voorbeeld. Als de hoofdpersoon, Xavier, in de trein naar Berlijn door twee grenssoldaten om zijn paspoort wordt gevraagd gaat dat zo:
"Ausweise bitte! vroeg de oudste doortastend, een kort dikbuikig figuur met een bol gezicht dat door twee krullerige wenkbrauwen werd opgesierd. Zijn lillende, purperrode onderkin die op een gesteven boord rustte, trilde zachtjes voor zich uit, terwijl hij de reisdocumenten onderwierp aan een nauwkeurig onderzoek. Hierbij stiet hij zachte, nauwelijks hoorbare smakgeluiden uit. Het was een lome, passieloze verschijning die de indruk wekte zichzelf 's nachts voortdurend te moeten oorvijgen om zich van vermeende muggen te verlossen."

Normaalgesproken zou ik bij zo'n laatste zin, een kruising tussen Carmiggelt en Rosenboom, onmiddellijk afgehaakt zijn, want ik bevond me inmiddels in de slaapkamer van een voor het verhaal volstrekt onbeduidende dikke grenssoldaat, en dat kan toch niet de bedoeling van de schrijver zijn geweest?

Gelukkig krijgt het verhaal vaart en focus als Xavier Ilse ontmoet en er via de relatie die de twee ontwikkelen een beklemmend beeld geschetst wordt van het leven in het Berlijn vr het vallen van de Muur. Overigens wordt er in dit boek een uitermate onsympathieke hoofdpersoon neergezet, een arrogante, botte Hollander die niets begrijpt, en ook niets lijkt te willen begrijpen van de praktische problemen in het Oost-Duitsland van vr de Wende. Hij heeft zelf het gevoel dat hij genuanceerd denkt, maar het arrogante zwartwitdenken is soms bijna stuitend te noemen.

Maar ook dat is uiteindelijk verhelderend, want in dit boek is niets wat het lijkt. De Muur valt, de liefde implodeert, en Xavier blijft met minder dan lege handen over. Je krijgt sterk de indruk, als je het boek dichtklapt, dat hij er, zelfs ruim na afloop van de hele geschiedenis, feitelijk helemaal niets van begrepen heeft. Maar in hoeverre ben ik hier dan als lezer op het verkeerde been gezet? Dat is dan weer het intrigerende van het boek...

Had Brinks zich bij de liefdesgeschiedenis en het leven in de DDR en Berlijn gehouden, dan was dit een ijzersterke roman geweest. Hij heeft er echter nog een paar merkwaardige elementen bijgesleept die het verhaal alleen maar zwakker maken - een Jugendstilhuis dat opduikt, vewrdwijnt en geheel ergens anders op surrealistische wijze weer opduikt bijvoorbeeld - een Fremdkrper dat ik absoluut niet kan duiden. En zoals hij niet weet hoe hij een boek moet beginnen weet hij ook niet hoe hij het moet eindigen. En dat levert een vreemd, onbevredigend slot op dat, cru gezegd, nergens op slaat. Jammer, want als we de eerste en laatste hoofdstukken wegdenken houden we een ijzersterk boek over.

Kortom: een uitstekend boek dat je als lezer regelmatig op het verkeerde been weet te zetten, maar je moet wel de drempel van de eerste hoofdstukken voor lief nemen.

 

ineens bevroor hij...
de schreeuw verjoeg alles in zijn omgeving...
hij haalde uit, telkens weer...

Jan Herman Brinks, uit De Schreeuw van de Vlinder, Brainbooks, Uitgeverij de Brouwerij 2013
 

 

 

terug naar de startpagina van moors magazine