spottiswoode en macmahon cd-recensies
 
Hier volgt weer een klein overzicht van de recensies die ik voor het Nederlandse muziekblad Heaven en het Belgische freezine MazzMusikas heb geschreven in de zomer en de herfst van 2006. In moors magazine gaat het vooral over muziek waar ik enthousiast over ben, hier zul je af en toe ook een uitgeproken negatieve recensie tegenkomen.

De sterrenbeoordeling (die voor Heaven altijd gehanteerd wordt) moet je als volgt lezen:
* zwak
** prima maar niet geheel foutloos
*** goed
**** klassieker in zijn genre
***** mijlpaal

(december  2006)

Spottiswoode & McMahon – S&M – New Warsaw Records 0031489382

Muziek met een hoofdletter.

S&M van Spottiswoode en McMahon doet denken aan Gavin Friday op zijn allerbest en aan Jackie Leven met een vleug Tom Waits. Jonathan Spottiswoode schreef de liedjes en speelt gitaar, Riley McMahon doet de rest. De rest betekent hier veel – de altijd verrassende percussie, de korte maar scherp gekozen samples, de bijzondere mix. Denk aan weelderige liedjes die op een prettige manier blijven haken, denk aan bijna hoorspelachtige arrangementen, denk aan humor, maar denk ook aan intieme muziek. Luister naar “Mummy’s got strange friends”, waarin niet alleen die vreemde vrienden fraai in een enkele zin gekarakteriseerd worden (“A senator’s daughter now living abroad, she damaged her liver, still she drinks when she’s bored”), maar dat ook een arrangement heeft dat erg grappig is en dat tegelijk een ietwat onheilspellende sfeer neerzet. Of neem “Cold Days of December” dat meteen een lome, tropische sfeer oproept met percussie en een gedempte trompet, waarna de constatering volgt dat de zanger de koude dagen van december zo mist. In Jessica, Sit Down werkt het zachtdwingende “Jessica Sit Down” op de lachspieren, maar ook hier wekt het arrangement, waarin een ruige fuzzgitaar juist heel effectief naar de achtergrond gemixt is pure bewondering op. Een groeialbum met alleen hoogtepunten, en een absolute aanrader.
*****


The Siegel-Schwall Band – Flash Forward – Alligator Records ALCD 4906

Legendarische bluesband op herhaling

Corky Siegel is een superieure mondharmonicaman. Dat bewees hij al in de legendarische Siegel-Schwall Band, waar hij door een klassieke dirigent werd opgemerkt, waarna Siegel in diverse modern klassieke stukken speelde. Later combineerde hij met zijn Chamber Bluesgezelschap klassieke kamermuziek en blues tot een spetterende nieuwe muzieksoort. Nu heeft hij de zwart-witte Siegel-Schwall Band nieuw leven ingeblazen, met verbazingwekkend goed resultaat. De band staat nog steeds als een huis en speelt met een pit en energie waar menige jonge bluesgast jaloers op kan zijn. Bovendien schrijven ze prima songs, waarbij het komische anti-Bushnummer The Underqualified Blues er uit springt. Het mondharmonicaspel is scherper en strakker dan ooit, de drummer speelt op een geniale manier lekker los, de bas is strak en toch melodieus, en de gitarist speelt niet alleen fenomenaal gitaar, maar ook mandoline en accordeon. Daar komt nog bij dat het hier gaat om vier vrienden die al heel lang met heel veel plezier samen spelen. Dat levert een zeer aanstekelijke bluesplaat op die wel eens een klassieker zou kunnen worden. Absolute top.

****


Chris Thile & Mike Marshall – Live Duets – Sugar Hill SUG CD 4010

Chris Thile (spreek uit: Tielie) was jarenlang een wonderkind op de mandoline, tot hij met zijn band Nickel Creek bewees dat hij een volgroeid artiest geworden was. Op zijn solo-albums horen we een wat somberder Thile, maar geef de man een mandoline in de hand en hij lééft.
Dat blijkt ook weer op deze duetplaat met die andere mandolinegrootheid, Mike Marshall – het speelplezier spat er aan alle kanten vanaf, terwijl beide heren ook buitengewoon subtiel en ingetogen kunnen spelen. Op deze cd vind je vrijwel alleen zelfgepende nummers, ofwel van Thile, ofwel van Marshall, ofwel samen gepend, en ze zijn allemaal goed. Alleen moest ik even de juiste manier van luisteren vinden, want als achtergrondplaatje is dit album absoluut ongeschikt. Je kunt er het beste echt voor gaan zitten, liefst met koptelefoon op het hoofd. Ogen dicht, en je hebt het gevoel dat je op de eerste rij zit bij een zeer spannend optreden, waarbij de twee elkaar constant zitten uitdagen. Je hoort alleen die twee, op mandoline, op mandola en mandocella, bijna een uur lang, gewoon op twee stoelen tegenover elkaar. Je hoeft geen mandolinefanaat te zijn om hiervan te kunnen genieten. En als je je eraan overgeeft is een uur nog veel te kort.


Riccardo Tesi & Banditaliana - Lune - Visage Music VM304

Melancholiek meesterwerkje

Riccardo Tesi is een meesterlijk accordeonist die bovendien precies de juiste gevoeligheid heeft voor melancholie en melodie, Maurizio Geri is niet alleen een fantastische gitarist maar ook een schitterende zanger met een mooi hees stemgeluid, die heel soepel en vanzelfsprekend zingt, Ettore Bonafè is de gedroomde percussionist - die man kan werkelijk alles op percussiegebied, en hij speelt met een souplesse en finesse die je zeer zelden tegenkomt, en Claudio Carboni tenslotte is een virtuoos saxofonist die op momenten zelfs op twee saxofoons tegelijk speelt (een tweestemmig duet met zichzelf spelend - adembenemend mooi ook nog). Als die vier samen spelen gebeurt er bovendien iets magisch waardoor de muziek heel, heel bijzonder wordt. Bij een concert van Banditaliana zit je dan ook van begin tot eind op het puntje van je stoel. In eerste instantie viel Lune, de nieuwe cd, wat tegen, maar dit soort muziek moet je de kans geven te groeien, en na een paar keer draaien bleek het inderdaad weer een topper, met alle Tesi-elementen erin - prachtige melodieën, verrassende tempowisselingen, rare hupjes, spannende arrangementen, mooie zang. Op de vorige cd speelden onder meer de gebroeders Mancuso als gasten mee, nu doen er ook wat illustere namen mee als Daniele Sepe op sopraansax, Patrick Vaillant op mandolino en de in Italië bekende popzangeres Ginevra di Marco, die in dit gezelschap wonderbaarlijk mooi tot haar recht komt. De cd sluit overigens af met twee remixen van oudere nummers door Ominostanco, die wat van de subtiliteit missen die de mannen van Banditaliana verder op deze cd wel laten horen. Toch blijft het een juweel van een album.

****


Tjane – Mark – Music and Words MWCD 4053

Ouderwetse gedegen Hollandse folk

Als er in Nederland folk gespeeld wordt is dat in negen van de tien gevallen belegen, brave folk die zo authentiek mogelijk lijkt te moeten klinken. Ook Tjane maakt geen spannende nieuwe folk, maar blijft steken in, weliswaar voortreffelijk gespeelde en gezongen, traditionele Hollandse volksmuziek. De teksten zijn traditioneel en klinken mede dankzij het oudhollands behoorlijk oubollig, terwijl de arrangementen van Guy Roelofs zo dicht mogelijk bij de traditie proberen te blijven. Voor puristen verplichte kost, gewone muziekliefhebbers vallen waarschijnlijk halverwege in slaap. Nogmaals – er wordt voortreffelijk gemusiceerd, ambachtelijk gesproken, maar spannend of echt geïnspireerd wordt het nergens. Roelofs zou toch eens naar de nieuwe Engelse en Amerikaanse en zelfs Belgische folk moeten luisteren, want daar horen we wel degelijk spannende muziek.

**


Milow – The Bigger Picture – Homerun/Munich MRCD272

Hij noemt zich Milow. Zijn eigenlijke naam is Jonathan Vandenbroeck. Hij zingt zijn zelfgeschreven liedjes in heel behoorlijk Engels. Hij klinkt als een gekwelde puber, maar eigenlijk is hij daar te oud voor. Hij zet zijn cd in met een simpele gitaar en die gekwelde stem. In de loop van dat eerste nummer komen daar tinkelende belletjes en violen bij. Milow zingt feitelijk heel gemakkelijk en soepel, maar blijft het hele album lang met dat akelige gekwelde geluid zingen.

Hier moeten we even een terzijde plaatsen. Recenseren is een subjectieve zaak. Bij dit plaatje werd ik me daar weer pijnlijk van bewust. Dit album van Milow is namelijk helemaal niet slecht. De liedjes zijn in orde, de arrangementen zijn soms wat zoet, en soms wat vlak, maar over de hele linie heel behoorlijk tot goed. Maar als subjectieve luisteraar denk ik: “Man, je bent al ruim in de twintig, hou toch eens op met zeuren”. Onredelijk, ik weet het, want Leonard Cohen is al een carrière lang een enorme zeur. Maar toch.

Iemand als Nick Drake kon er ook wat van, maar die wist het getergde puberschap tenminste nog op een hoger plan te tillen. Milow blijkt ook niet geheel ongevoelig voor de mode van het moment, want je moet als luisteraar ook geregeld denken aan een tweederangs Jamie Cullum.

Talent heeft deze gast beslist, hij dient enkel dat gekwelde toontje kwijt te raken, en de al te zoetelijke arrangementen wat op te scherpen. We zullen hem zeker blijven volgen, want met dit talent kan het zeker nog goed komen.


Myrddin – Novar – Munich Records BMCD 485 – www.munichrecords.com

Naam en titel doen een exotische muzikant vermoeden, maar het gaat hier om een jonge Belg. De jongste zoon van Koen De Cauter blijkt een gretig muzikant, die al heel jong klarinet speelde, er later percussie bij ging doen en die zich tenslotte met volle overgave op de gitaar wierp. Hij volgde lessen bij enkele flamencogroten, begon te componeren en speelde in een ruim assortiment aan orkesten en orkestjes. Nu is er dan zijn tweede soloplaat, en hij wil duidelijk laten horen wat hij kan.

En dát hij heel wat kan, dat wordt op deze cd meer dan duidelijk. Toch zijn we er niet ongeremd enthousiast over. Myrddin speelt redelijk virtuoos, maar het lijkt er sterk op dat hij niet goed weet wat hij wil – de focus ontbreekt een beetje op dit album. Het begint veelbelovend met een flamenco-instrumental die ook zijn bandleden laat schitteren, dan volgt er een schitterend lied, gezongen door Wannes van de Velde, maar daarna verzandt de muziek in oeverloos gejam en gepiel. “Het keutelt maar door”, zoals we hier in het noorden zeggen. De composities zijn niet interessant genoeg om de muziek te dragen, waardoor het bij een eindeloze reeks demonstraties van het, toegegeven, virtuoze spel blijft. Interessant voor gitaargekken en medemuzikanten, maar voor een gemiddelde luisteraar is zo’n rijtje technische hoogstandjes niet echt belangwekkend. Toch zitten er een paar vlammende uitzonderingen tussen. We noemden al het tweede nummer, Esta Noche Y La Rosa, dat ondanks de Spaanse titel gewoon een in het Vlaams gezongen gedicht van Guido Gezelle is. De focus ligt daar op de zang van Wannes van de Velde, en de grote verdienste van dit nummer is dat we nu wanhopig verlangen naar een nieuw album van Wannes. We gingen alvast meteen met veel genoegen wat van zijn oude platen draaien.

Ook het door Jose Ligero gezongen Porque Lo Llevo En La Sangre is een hoogtepunt, vooral ook door de mooie verschroeiende zang. En ook verder zijn er een paar schaarse momenten waarin het even echt gaat vlammen. Genoeg om ons nieuwsgierig te maken naar een volgend album, met wat meer focus graag.


Phil Trigwell & Los Bandhagos – Boogie Woogie Cowboy – Rhythm Bomb Records RBR5643

Phil Trigwell is een Engelsman die al vijfendertig jaar in Zweden woont, en daar een carrière heeft opgebouwd als zanger van rockabilly-cowboyliedjes. Dat klinkt op papier vrij absurd, maar Trigwell maakt er met zijn “Los Bandhagos” iets leuks van. Los Bandhagos is een soort TexMexvertaling van het dorp Bandhagen in het zuiden van Zweden, net onder Stockholm, waar Trigwell woont, en de complete band bestaat uit AJ Hakwinson, die alle gitaren en banjo’s voor zijn rekening neemt. Trigwell speelt op een paar nummers bas en zingt niet alleen de lead, maar ook de achtergrondzang. Zeven van de songs zijn zelfgepend, en ze vallen perfect tussen de klassiekers als Travelling Light en Freight Train Boogie. De twee weten overigens een perfecte rockabillyband neer te zetten, want als je het niet weet hoor je niet dat ze maar met zijn tweeën zijn. Vooral Hawkinson’s soepele spel is lekker om naar te luisteren. Een verrassende maar erg leuke rockabillywoogieplaat.


The Newbeats kregen van Ace al de revanche die ze verdienden met een voorbeeldige uitgave van al hun singles. Daaruit bleek dat een herontdekking volledig op zijn plaats was. De derde cd in de reeks, Groovin’ Out Life bevat helaas alleen restmateriaal, outtakes en solonummers van de groepsleden die zelfs voor de echte diehards te veel van het goede zullen zijn. (Ace, *½)

***½


Bob Mosley was ooit lid van de legendarische sixtiesband Moby Grape. Dertig jaar geleden liet hij met zijn eerste soloplaat al horen dat Moby Grape meer was dan de som der delen en nu bewijst hij met True Blue nog een keer dat hij in zijn eentje niet aan het niveau van die band kan tippen. (**½, Taxim)


Dan Tyminski – Carry Me Across The Mountain – Rounder 11 661 0537-2

Bluegrassgospel

Dan Tyminski is de man die er in Alison Krauss’ Union Station voor zorgt dat de zang niet al te zoetelijk wordt. Behalve een intens zanger is hij ook een uitstekende gitarist en mandolinespeler. Een absolute bluegrasstopper. De verwachtingen voor zijn eerste soloplaat waren dan ook hooggespannen. Eerlijk gezegd valt die behoorlijk tegen. Instrumentaal is er niets mis mee, want Tyminski heeft alle groten van de hedendaagse bluegrass uitgenodigd, dus het klinkt allemaal even fantastisch. De teksten zijn echter van het niveau van een religieuze Frans Bauer, zoals in Please Dear Mommy: “Pappie, doe niet zo naar tegen mammie, want ze houdt toch echt van je” en degene die dat zegt is dan het dochtertje dat doodgaat en er tranentrekkend aan toevoegt dat ze elkaar straks in de hemel weer terug zullen zien. Een goede bluegrassgospel kunnen we best waarderen, maar dan moeten de teksten toch een zeker basisniveau hebben. Als we die tenenkrommende teksten vergeten is dit een meer dan uitstekend album, en zeker voor bluegrassliefhebbers een aanrader.

**½ 


The Agnostic Mountain Gospel Choir – Fighting And Onions – Shoutin’ Abner Pim Records SAP004

Ongepolijste roots

De naam van de band is ietwat misleidend, want we hebben hier niet met een gospelkoor te maken, maar met een lekker rauwe rootsband, die wat aan de licht rommelige muziek van the Gourds doet denken. Ze spelen met overduidelijk plezier en zonder onnodig veel eerbied, bluesy en doorleefd. Eigen nummers worden aangevuld met klassiekers als Special Rider van Skip James of de traditional Look Up Look Down That Lonesome Road. Alles wordt intens en energiek gespeeld en gezongen, waarbij het ruwe randje dat bij dit soort muziek hoort mooi intact blijft. Delta Blues gespeeld met een punkhouding, zoiets. Met de ene voet in de jaren dertig van de Depression, met de andere voet in het Amerika van Bush en co. En dat alles gebracht met veel energie en een grote overtuigingskracht.

***½


Mark Fosson – Jesus On A Greyhound – Big Otis 1950

Klassieke singer/songwriter

Mark Fosson doet wat denken aan uitstekende singer/songwriters als Guy Clark, John Prine of Townes van Zandt. Hij schrijft teksten die een zekere literaire kwaliteit hebben, maakt er goede melodieuze liedjes van en zingt ze met een prettige, licht hese stem. De arrangementen zijn veelal akoestisch, balanceren ergens tussen country en folk en klinken uitstekend, gespeeld door een geïnspireerd spelende band. Toch geven de teksten je regelmatig het onbehaaglijke gevoel dat hier een man aan het woord is die niet helemaal deugt. Een nummer als Little Darlin’ is ongetwijfeld ironisch bedoeld, maar je denkt toch steeds dat de man méént wat hij zingt. “Little darlin’ stop your crying, I won’t hurt you no more.” Hum.
Het titelnummer getuigt dan weer van een stuitend belerend moralisme. Maar het blijft wringen – word ik hier als luisteraar in de maling genomen of meent hij het allemaal echt? Er staan echter te veel sterke nummers op dit album, en de algehele kwaliteit is zo hoog dat we hem zonder meer het voordeel van de twijfel geven.

***


Melanie – Photograph (double exposure) – Munich Records MRCD 266 

Vergeten tussendoortje 

Het verhaal van Melanie’s album Photograph is wat merkwaardig. Het is de enige plaat die ze voor Atlantic opnam, en het zou haar overgang naar serieus singer/songwriterwerk markeren. Dat was wat moeilijk te controleren tot nu toe, want Atlantic heeft de plaat na een paar maanden om onduidelijke redenen uit de roulatie genomen. Munich brengt het album nu opnieuw uit, met een bonus-cd met alternatieve opnames. Melanie klinkt op een deel inderdaad volwassener dan op eerdere platen, maar ze blijkt ook last te hebben van een serieuze reli-tic, waardoor een aantal teksten alleen met gekromde tenen te beluisteren is. Bovendien klinken de meeste arrangementen wel erg gelikt. Daar staat dan wel die schitterende stem tegenover, en Melanie zingt hier zelfverzekerder dan ooit. De versies op de bonus-cd klinken soms overigens beduidend beter dan de versies die op de originele plaat terechtkwamen. Voor Melaniefans is deze dubbel-cd dankzij een paar fraaie hoogtepunten zeker een aanrader.

***


Frank London’s Klezmer Brass Allstars – Carnival Conspiracy – Piranha CD-PIR1902 (***½)
Boban Markovic Orkestar Feat Marko Markovic – The Promise – Piranha CD-PIR1901 (***)

Twee top-blaasorkesten

Piranha geeft bijna gelijktijdig deze beide cd’s uit, van blaasorkesten die in het verleden al intensief hebben samengewerkt. Trompettist en componist Frank London zit ook in de Klezmatics, maar leeft zich met zijn Klezmer Brass Allstars op Carnival Conspiracy helemaal uit. Het gaat om Klezmer, dus de melancholie is nooit ver weg, terwijl het tegelijkertijd steeds zeer aanstekelijke feestmuziek blijft. Maar het is toch die diepdoorvoelde melancholie die deze muziek zijn meerwaarde geeft. In vergelijking daarmee maakt Markovic, de “King of Balkan Brass”, op The Promise vrij platte feestmuziek, maar dan wel weer zo goed gedaan, en met zoveel energie, dat je regelmatig happend naar adem achterblijft. Zeventienjarige zoon Marko mag bovendien uitgebreid laten horen dat hij een zeer getalenteerd trompettist is. Goed voor een stevige stoot adrenaline.


Va Fan Fahre – Romski Robbery – Zephyrus Records 001

Melancholieke blazers

Va Fan Fahre is een Belgisch blaasorkest dat eerst vooral klezmer speelde, maar dat geleidelijk aan ook Roemeense en Bulgaarse blaasmuziek op het repertoire nam. Ze roerden daar dan nog wat funk, ska en gypsie door. Bovendien hebben ze goed geluisterd naar de Europese jazz van het Willem Breuker Kollektief. Die mix pakt geweldig uit, vooral door de eigen arrangementen die veel ruimte laten voor improvisatie. Maar wat de band pas echt goed maakt is de melancholie die overal met ruime hand doorheen geroerd is, en die ervoor zorgt dat de muziek buitengewoon meeslepend wordt. Het grootste deel van hun eerste cd bestaat uit instrumentals, maar het hilarische Plakke Plakke is het perfecte intermezzo. Dat geldt ook voor de rustpuntjes die met een lullig orgeltje ingebouwd zijn – het werkt. Een zeer verrassend en verslavend album, en een absolute topper op blaasmuziekgebied.

****


Karine Polwart – Scribbled in Chalk – Shoeshine Records SPIT028 

Ingetogen Schotse singer-songwriter

Karine Polwart is 35 en ze heeft al een carriëre in de kinderbescherming achter de rug. De bevlogenheid die ze daar ongetwijfeld tentoonspreidde is in haar liedjes terug te horen, al moet je dan even door de ingetogen buitenkant heenluisteren. Polwart zingt terughoudend maar op een onnadrukkelijke manier ook ferm, terwijl haar liedjes lief klinken en in prachtige arrangementen ingebed zijn. Ze heeft filosofie gestudeerd en actie gevoerd tegen geweld en voor kinderrechten, en wat ze met haar liedjes vooral wil is mensen ráken. Dat lukt zeker, want als je echt naar haar teksten gaat luisteren komen ze door de lieve verpakking heen hard binnen. Polwart heeft alles om een van de groten in de Engelstalige folk te worden. Met haar tweede album Scribbled In Chalk heeft ze in ieder geval een indrukwekkend visitekaartje afgegeven.

****


Sail Away - The Songs Of Randy Newman - Sugar Hill SUG-CD-4015

Newmanliedjes in frisse nieuwe verpakking

Randy Newman heeft met zijn eigen liedjes zelf eigenlijk alleen in Nederland echt succes gehad, op een paar sporadische hitnoteringen na. Toch werden zijn liedjes in de jaren zestig met zeer veel succes gecovered, door zeer veel verschillende artiesten. "Mama told me not to come" werd een gigantische hit voor Three Dog Night, en ook de Alan Price Set (Simon Smith and his amazing dancing bear) en Joe Cocker (You can leave your hat on) scoorden aanzienlijke hits met Newman's soms bijzonder bijtende en cynische nummers. Harry Nilsson nam zelfs een heel album met Newman-covers op, maar ook Judy Collins, Peggy Lee en Dusty Springfield namen Newman's liedjes op. Gelukkig is er nu eindelijk weer een cd met Randy Newmannummers verschenen, dit keer gezongen door artiesten die je voor het grootste deel in de bluegrasshoek moet zoeken. Dat pakt verbazend goed uit. De ironie en het cynisme van Newman is bij iemand als Steve Earle uiteraard in goede handen, en Rednecks wordt bij Earle dan ook een nog scherper nummer dan bij Newman zelf. Maar ook traditionele bluegrassveteranen als de Del McCoury Band doen het met Birmingham uitstekend. Dan zijn er nog een intensieve Sail Away van Tim O'Brien, Sonny Landreth die zichzelf bijna overstijgt met zijn schitterende versie van Louisiana 1927, Bela Fleck met een indrukwekkende intieme solobanjoversie van Burn On, de jonge bluegrasspunkhonden van de Duhks met Political Science, dat hier actueler dan ooit klinkt, Marc Broussard met een stevige, ronkende uitvoering van You Can Leave Your Hat On, Allison Moorer die van Marie een prachtig lesbisch liefdesliedje maakt, en even sterke uitvoeringen van Sam Bush, Guster, Kim Richie en last but not least Reckless Kelly met Joe Ely die hier de definitieve versie van Rider In The Rain neerzetten. Randy Newman zelf draaien we hier nog regelmatig, en zijn "tongue in cheek"-benadering lijkt niet te overtreffen, maar als we eerlijk zijn moeten we zeggen dat we ontzettend genieten van deze bak Newmanliedjes in een frisse nieuwe verpakking. Een heerlijke cd.

***½


Jon Hassell maakte in het verleden met zijn gedempte en vervormde trompet een serie prachtige ambient/avantgarde/wereldplaten, maar op de ep 808 State lijkt hij zijn subtiele meesterschap te vergeten in een poging te scoren bij een groot publiek (Voiceprint,**)


Chatham County Line – Speed Of The Whippoowill – Yep Roc Yep 2113

Energieke newgrass

Chatham County Line speelt bluegrass zoals het hoort – met zijn vieren rond één microfoon, energiek spelend, solo’s afwisselend en zingend met die high lonesome sound. Dat doen ze meer dan voortreffelijk dankzij twee ijzersterke frontmannen. Gitarist en zanger Dave Wilson schreef de meeste nummers en zingt ze meer dan voortreffelijk, John Teer is een fantastische fiddler en mandolinist, en bovendien zet hij die prachtige snoeizuivere hoge tweede stem neer die het afmaakt. Greg Reading en Chandler Holt ronden het kwartet als ritmesectie (op bas, banjo en gitaar) voortreffelijk af, en op hun derde cd Speed Of The Whippoorwill laten ze bovendien horen dat ze als liedjesschrijvers met beide poten in deze tijd staan. Dat, en de tomeloze energie die uit de boxen spat maakt dit tot een fraai bluegrassmeesterwerkje.

****


Amy Millan – Honey From The Tombs – Arts & Crafts AC104030

Mooi gearrangeerde singer/songwriterpop

De Canadese mezzosopraan Amy Millan heeft al wat ervaring achter de rug in Canadese Indiebands. Daardoor klinkt haar debuutalbum Honey From The Tombs waarschijnlijk zo voldragen en evenwichtig. Vrijwel alle nummers heeft Millan zelf geschreven, en voor de opnames heeft ze de tijd genomen. Drie jaar heeft ze in haar debuut gestoken, en dat is te horen aan de gelaagdheid van de arrangementen. Die ingenieuze aankleding gaat overigens niet ten koste van de zeggingskracht van de liedjes. Ze klinkt lekker stevig in een aantal nummers en ingetogen in de ballads, en elk arrangement versterkt het liedje op een perfecte manier. Prima liedjes en een prachtstem maken het af. Een groeidiamantje.

***½


Birdie Busch – The Ways We Try – Treasure Records

Sluipende schoonheid

Birdie Busch is als het aardige meisje waar je niet als een blok voor valt, maar waar je wel graag mee omgaat omdat ze aardig, vriendelijk, warm en sympathiek is. En voordat je het goed en wel door hebt ben je aan haar verslingerd geraakt, en ontdek je op een dag dat je echt van haar bent gaan houden. De muziek van Birdie Busch heeft die sluipende kwaliteit, waardoor je steeds weer opnieuw haar feel-good-cd opzet omdat je er vrij onbewust verknocht aan bent geraakt. Prettige liedjes, bescheiden maar effectieve arrangementen, niks wereldschokkends, niks experimenteels, maar gewoon een van die zeldzame warme, sympathieke knusplaatjes die goud waard zijn. Warm aanbevolen.

****


Charlotte Kendrick - I Get Stupid – Sonablast SB 1007

Perfect Americanadebuut

Charlotte Kendrick’s debuutalbum I Get Stupid klinkt als een voldragen meesterwerkje. De liedjes zijn prachtig, haar stem is warm en koesterend, de arrangementen zijn schitterend en perfect passend, en de cd wordt beter en beter als je hem vaker draait. Dat laatste is de lakmoesproef waaraan je ware kwaliteit kunt herkennen, en Kendrick doorstaat die proef met groot gemak. Americana, met gevoelige ingetogen liedjes, maar ook stevige poprocknummers en naar country neigende songs. Een juweel van een plaat.

****


JE Borgen – The General Store – Midnight Sun Records V535913

Knusse singer/songwriter

J.E. Borgen is een singer/songwriter die je je ook alleen met een gitaar op een knus podium kunt voorstellen. Hier heeft hij zijn liedjes op een subtiele maar zeer effectieve manier aangekleed. Country, Americana, folk, softpop, in al deze hokjes zou je The General Store kunnen plaatsen, en liefhebbers van al die categorieën ontdekken een groeidiamant als ze deze plaat aanschaffen. Borgen heeft een plezierige stem waarmee hij soepel en gemakkelijk zingt, hij schrijft plezierige liedjes die prettig blijven hangen, hij heeft een inventieve, spannende jazzy drummer gevonden en instrumentalisten die zeer effectief de rest invullen. Dat klinkt misschien wat saai, en op het eerste gehoor klinkt de muziek van Borgen ook wat doorsnee, maar er blijkt genoeg te ontdekken in de tien juweeltjes die dit album telt.

****


Matthieu Brandt – Man In Shades

Hollandse Americana

Als je de cd Man In Shades op zet zonder te weten dat de zanger/gitarist een Amsterdammer is, is de kans groot dat je denkt dat je hier een oer-Amerikaanse singer/songwriter hoort. Wel eentje met een eigen geluid overigens. Brandt heeft een bluesverleden, maar hij weet zijn liedjes hier wat breder opgezette arrangementen mee te geven. Soms wat jazzy (openingsnummer Life Is A Joke doet bijvoorbeeld sterk aan de jazzfolk van Tim Buckley denken), soms zelfs wat rockend (Caught In The Headlights), maar meestal puur Americana, met naast een trompet en een sopraansax ook nadrukkelijk aanwezige banjo’s en mandolines. Na een jazzy begin en een rockend nummer wordt de cd steeds sterker, met twaalf eigen nummers die bewijzen dat Brandt het uitstekend weet te redden zonder covers. Een ijzersterk album, en een van de grootste verrassingen van Nederlandse bodem van de laatste tijd.

****


Rob Lamothe – Long Lazy Curve – LiveWire LW016-2

Bluesy singer-songwriter

Uit Canada komen tegenwoordig de interessantste bluesplaten, en ook de singer/songwriters daar roeren tegenwoordig een stevige scheut blues door hun arrangementen. Rob Lamothe heeft een bluesy geluid, een rock-aanpak en fraaie liedjes, die hij vaak samen met anderen schreef. Met Long Lazy Curve levert hij al zijn zevende soloplaat af, en het is een mooi gevarieerd album geworden. Stevig, met rauwe randjes, gevoelig, mooi gearrangeerd. Zowel voor liefhebbers van blues, singer/songwriters of gewoon lekkere pop en rock is dit een lekker album. Voor elk wat wils zonder ook maar ergens een moment saai te worden.

***


Slaid Cleaves – Unsung – Rounder 11661-3245-2

Superieur cover-album

Slaid Cleaves heeft zichzelf de afgelopen jaren als vertellend singer-songwriter zowel op plaat als op het podium overtuigend bewezen. Nu komt hij met een vrij ongewoon cover-album, met vooral onbekende nummers van vrienden en tijdgenoten. Het ene juweeltje na het andere komt langs, en als je niet beter zou weten zou je zweren dat het allemaal Cleaves-composities waren. Dat betekent dat Cleaves met zijn soepele, warme stem de nummers op een voortreffelijke manier naar zijn hand weet te zetten. De bekendste songsmiths die langskomen zijn David Olney en Ana Egge, maar de verdienste van Cleaves is dat hij je ook nieuwsgierig maakt naar de andere liedjes van mensen als Peter Keane (Another kind of blue), Steve Brooks (Everette) of Michael O’Connor (Getaway Car en Devil’s Lullaby). De neiging is groot ze allemaal op te noemen, want dit is een album met enkel hoogtepunten. Een plaat die smaakt naar meer.

(****)
 


Tom Wilson – Dog Years – True North TND

Lekker rauwe singer/songwriter

Colin Linden vormt samen met Tom Wilson en Stephen Fearing het Canadese superbluesrockrootstrio Blackie and the Rodeo Kings. Ook op Dog Years, de soloplaat van Tom Wilson, is Linden nadrukkelijk aanwezig als producer en gitarist, en dat betekent dat de liedjes van Wilson als altijd puur, rauw en bluesy klinken. Met als fraaie afwisseling ineens ook het mooie verschroeiende duet Talk Of The Town met Rosanne Cash. En zoals altijd als Linden in de buurt is wordt ook hier op magische wijze dat rauwe pure bluesgevoel vermengd met subtiele arrangementen, gelaagdheid en diepgang. De Canadese receptuur voor de nieuwe blues, hier perfect ingezet door een meer dan uitmuntend singer/songwriter. Een genre-overstijgend juweeltje.

****


De filmmuziek van Wim Mertens doet op zijn overzichtsalbum Partes Extra Partes wel erg sterk denken aan de melodieuze minimal music die Michael Nyman schreef voor films. Mertens mist helaas de subtiliteit, de gelaagdheid en de mooie melodieën van Nyman en kan door die vlakheid niet echt lang boeien. (Usura **)


terug naar de startpagina van moors magazine