|
We kregen een gedicht
toegestuurd door een lezer. Een klassieker onder de Nederlandse gedichten,
van Bloem - Domweg gelukkig in de Dapperstraat. Twee dagen later slaan we
een bundel van Driek van Wissen open en lezen een fraaie reactie op
datzelfde gedicht van Bloem. Daarom zet ik ze hier even onder elkaar.
Overigens is Driek van Wissen
een van de leukste schrijvers die ik ken. Niet alleen zijn gedichten zijn
erg leuk, ook zijn stukjes over taal zijn de moeite van het lezen meer dan
waard.
Een paar dagen later kregen we nog wat variaties op datzelfde gedicht
toegestuurd, van Nico Scheepmaker en Gerrit Komrij, dus voorwaar niet de
minsten. Dat onderstreept uiteraard de klassieke status van het
oorspronkelijke gedicht van Bloem.
En weer een paar dagen later kwamen er nog wat variaties binnen, die we
erbij geplaatst hebben, met dank aan de inzenders. En zo loopt het al een
tijdje door. Af en toe komt er weer een bij, dus het wordt een steeds
gevarieerdere verzameling.
|
De
Dapperstraat
Natuur is voor tevredenen of legen.
En dan: wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant,
Een heuvel met wat villaatjes ertegen.
Geef mij de grauwe, stedelijke wegen,
De'in kaden vastgeklonken waterkant,
De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand
Door zolderramen, langs de lucht bewegen.
Alles is veel voor wie niet veel verwacht.
Het leven houdt zijn wonderen verborgen
Tot het ze, opeens, toont in hun hogen staat.
Dit heb bij mijzelven overdacht,
Verregend, op een miezerigen morgen,
Domweg gelukkig, in de Dapperstraat
JC Bloem

De Kalverstraat
Natuur is voor tevredenen of blijen
Hoe mooi is de natuur niet in dit land!
Een stukje bos, nog net niet afgebrand
Waar alle jongelui in kunnen vrijen
De ijle populieren staan in rijen
Ondenkbaar spiegelend aan de waterkant,
De wolken drijven stil, onaangerand,
Als witte brieven van de posterijen
Alles is te veel voor wie niet veel verwacht.
Het leven houdt zijn wonderen verborgen
Tot het ze, opeens, toont in hun hoge staat
Dit heb ik bij mijzelve overdacht,
Tevreden, op een lentelijke morgen,
Domweg gelukkig, in de Kalverstraat
Nico Scheepmaker
De Kalverstraat
Cultuur is om m´n reet mee af te vegen
En dan: wat is cultuur nog in dit land?
Een steekje los, een stukje in de krant,
Gekeuvel met wat prietpraatjes ertegen
Geef mij dus gauw de geldelijke zegen,
De baten van de erin gestonken klant,
Gemolken, nooit zo schoon dan als, contant,
Zijn kasopname mij bevrucht als regen
Alle is meel voor wie kaneel verwacht
Mijn voordeel houd ik voor de staat verborgen
Tot het, opeens, om een vermogen gaat
Dit heb ik, middenstander, overdacht,
Genegen om u pizza's te bezorgen,
Domweg per stuk, vanuit de Kalverstraat
Gerrit Komrij
Het slap gepraat
Te huur: die mededeling staat me tegen
Is niet aan wie nog huur stort in dit land
Een steekje los? Zo'n klote-speculant
Zit heus niet om wat extraatjes verlegen
Geef mij dus gauw een redelijk gelegen,
Genadig weggeschonken krakerspand,
En vrienden, nooit zo stoned dan als ze, omrand
Door bedspiralen, op het dak bewegen
Alles is gratis voor wie geld niet acht
De glasruit houdt zijn winkelwaar verborgen
Tot er, opeens, een grote kei door gaat
Dit heb ik nota bene zelf bedacht
Ik voel me, vrij van miezerige zorgen,
Domweg gelukkig met mijn slap gepraat
Gerrit Komrij
Het klaslokaal
School is voor pubers, niet voor hoge omen.
En dan: wat is een puber helemaal?
Soms heeft ie puistjes en soms is ie kaal,
Maar oud of jong: hij heeft z'n dromen.
Geef mij de dromen van hen die doceren
Verkopers van een ongewild produkt
- En dus, zegt men, professioneel mislukt -
Maar doorgaand, in het stof des krijts, met leren.
Al wordt na jaren niet veel meer verwacht.
In lesgeven zijn wonderen verborgen:
Opeens verstaat een leerling soms je taal
Heb je bereikt wat je niet had gedacht,
In V4c, het derde uur op dinsdagmorgen:
Domweg gelukkig, in je klaslokaal.
van: Anna Maria
The Dapperstraat
translated by Sakaama & Atmo, 1997
Leave nature to those empty or contented
And then: what's left of nature in this land?
A little wood, the size of a postage stamp,
A hill, residences stuck onto it.
Give me the grey urban streets.
The water firmly held between brick moorings,
The clouds, so beautiful when framed
In attic windows, they drift along the sky.
Anything is a lot, when you expect so little
Life keeps its wonders hidden
To suddenly reveal them in a divine state.
I thought about all this,
Soaking wet, one drizzly morning,
Simply happy in the Dapperstraat.
Domweg dronken op de
Prinsengracht
erg vrij naar J.C. Bloem
(Domweg gelukkig in de Dapperstraat)
natuur, ik heb het helemaal gehad
en dan: wat is natuur in deze stad
een eilandje met bomen en wat gras
gelegen in een grafelijke plas
een toekan op een winderige pier
een doek van Potter met een dooie stier
een koningspinquïn in een schimmenrijk
twee turkse tortels in de Schilderswijk
een ooievaar op heel erg hoge poten
een hennepkwekerij nog onbespoten
de laatste resten van des graven hage
en louche tuinlui met hun kettingzagen
een strand gelegen aan een zee van bier
een toren met een vale Zeeuwse gier
dit heb ik met mijn zatte kop bedacht
die late avond op de Prinsegracht
Aan J.C. BLoem
Ik liep, als gij, nooit in de Dapperstraat,
noch was gelukkig in een andre straat.
Vriend, wat wij beiden aan het leven vroegen
kregen wij nooit, zelfs niet in onze kroegen.
Jan van Nijlen (1884-1965)
Aan J.C. BLoem
Het duister doel waarvoor gij zegt te rijpen
vermoed ik wel: het is de milde troost
geschonken door uw woord aan wie 't begrijpen
als 't leed hen trof één maal of onverpoosd.
Dit is de gaaf aan weinigen gegeven:
dichter te zijn en bovendien een mens,
die aan de ontredderden die naast hem leven,
de hand reikt bij de moeielijke grens
die leed van wanhoop scheidt. En zij zijn velen,
die geen rust meer vindend in geen enkel bed,
die gij door de oude zang van de minstrelen
weer tot het licht en 't leven hebt gered,
en die, hoezeer bezeerd, verzwakt, gewond,
de vrede vonden die gij zelf niet vondt.
Jan van Nijlen (1884-1965)
De Dappere Student
Werk
is voor tevredenen of legen,
En dan: wat is nu werk nog in dit land?
Een luxegoed, zo las ik in de krant…
Een CAO, met ‘benefits’ omregen.
Geef
mij de grauwe studie-bibliotheken,
De in readers vastgeklonken wetenschap,
Studentes, nooit zo schoon dan als ze, rap
Zich langs mijn tafel naar hun koffiebreak bewegen.
Alles
is veel voor wie niet veel verwacht,
Mijn studie houdt haar wonderen verborgen
Tot het ze, opeens, toont in mijn studievlijt
Dit
heb ik bij mijzelven overdacht,
Studerend (wèèr voor ORMO, overmorgen),
Edoch studentikoos gelukkig in tentamentijd.
;)
K van Baekel
De Kalverstraat
Cultuur is voor langharigen / de vorstin.
Maar sec: wat is cultuur nou in dit land?
Een eindje dijk, ter lengte van een strand,
Een kaashomp met wat vlaggetjes half erin.
Laat ons wezen 't grauwe model-gezin,
Het uit d'arbeid geboren bondsverband,
Het voetvolk, nooit zo grijs dan als we, beland
Voor winkelruiten, tijd met geld verdoen - pin.
Niets is goed genoeg voor wie alles wil.
De bank geeft gul krediet bij lopend lenen
Tot de som, plots, blijvend in het rode staat.
Dat is ons kapitale standsverschil,
Hajewiet, met de staart tussen de benen,
Als wanstaltig vee, in de Kalverstraat.
Mark Iske
De Kalverstraat
(Vrij naar De Dapperstraat van J.C. Bloem)
Natuur, daar zit ik écht niet om verlegen
En ook de Dapperstraat boeit mij geen zier;
Cultuur en kunst en hergebruikt papier,
Daar heb ik van nature iets op tegen.
Geef mij het Monopoly der strategen;
Langs Af naar Station West voor je plezier,
Gevangenis bezoeken als vertier,
Of anders naar A. Kerkhof je bewegen.
Alles is veel voor wie niet veel verwacht;
Een Kans- of Fondskaart houdt zijn lot verborgen
Voor elke armoedzaaier of magnaat.
Wat hebben we gespeeld bij dag en nacht
En vaak ook op een miezerige morgen,
Domweg gelukkig met de Kalverstraat.
(Wim Overgaag)
Paulus Potterstraat
De legen kom je aan de randen tegen
Waar stoffig op de schoorsteen prijkt:
'Over mijn lijk naar de Schilderswijk'
Dat volk ervaart de rust als zegen
Maar zo niet ik, voor mij geen kassen
Hoewel ik van een dorpje ben
De stad niet echt van huis uit ken
Haal 'k nu mijn lucht uit uitlaatgassen
Als kneuter ben ik afgemeld
Mijn teugen zijn steeds voller teugen
De stedeling hij kent geen maat
Tevreden heb ik vastgesteld
Ik deug niet en ik zal nooit deugen
Dom weg gelukkig, in de Potterstraat
(Adriaan Bontebal)
Dapperbridge
(vrij naar J.C. Bloem)
Het bridge is iets voor strebers en bejaarden!
En dan, wat is het bridge nog in ons land?
Een kort verslag in zaterdagse krant,
Van cracks die weer iets misten of wat klaarden.
Geef mij het, soms rumoerig, klaverjassen,
Met Rotterdams of Mokums variant,
Geliefd bij menig opgetogen kwant,
Die práten mag, als hij wil gaan of passen.
Soms gaat het fout, als je te veel verwacht.
Ook bridgen houdt zijn noodlot vaak verborgen,
Tot je zes down gaat, kwetsbaar, gedoubleerd.
Toch heb ik bij mij zelve overdacht:
Joh, maak je daaromtrent niet teveel zorgen;
Jouw fouten worden niet gepubliceerd!
(Wim Overgaag)
erug naar de startpagina van moors magazine
|