Na de tweede wereldoorlog werd er in de Nederlandse literatuur gesproken van de Grote Drie. Hermans, Reve en Mulisch. Het wordt tijd voor een korte evaluatie.

de grote drie

hermans

W F Hermans

Hermans is de enige dode van de Grote Drie. Bij herlezing blijken sommige van zijn essays nog redelijk goed leesbaar, vooral als ze positief van toon zijn. Wittgenstein werd in Nederland vooral populair dankzij de enthousiaste aanprijzingen van Hermans. De zure stukjes zijn bij herlezing nogal vervelend, en het valt ook op hoe vaak Hermans de plank missloeg. De manier waarop hij C Buddingh' afkraakte is bijvoorbeeld nog tenenkrommender dan toen het stuk voor het eerst verscheen.

De romans tenslotte. Die kunnen wat mij betreft allemaal naar de Slegte. Droog, kil, zakelijk, saai. Er komt geen warm, levend mens in voor. En was de stijl van schrijven nu maar bijzonder aantrekkelijk, maar neen. Dat valt dus niet mee.

reve

Gerard Reve

"Katholiek volksschrijver", veel geroemd vanwege zijn humor. Zijn meesterwerk "De Avonden" is misschien wel het saaiste boek uit de Nederlandse literatuur. Het wordt geroemd omdat het de verveling van de jaren vijftig zo mooi neerzet. Tja.
De religieuze uitspattingen van de schrijver worden later afgewisseld met ronduit racistische passages, die door de fans allemaal worden gezien als humor. Onbedoelde humor, vrees ik eerlijk gezegd. Een vervelend, kleingeestig mannetje dat af en toe een paar mooie zinnen op papier weet te zetten. Maar wat mij betreft is zijn reputatie zeer overschat.
 

mulisch

Harry Mulisch

Koning van de pseudo-diepzinnigheid. Alles gebracht met het air van een genie. Veel gebakken lucht, veel gewichtigdoenerij en uiteraard zeer weinig humor. En heel erg veel meer valt er, vrezen we, over Mulisch niet te zeggen...

De foto spreekt boekdelen...

 

terug naar de startpagina van moors magazine