Eerste huwelijk
Mijn eerste huwelijk kan ik kort samenvatten. In Januari 1973 gingen we voor eerst samen naar bed, in augustus gingen we samenwonen op een flat en op 19 december trouwden we voor de wet. In januari 1979 ging ik bij haar weg. De reden dat ik bij haar wegging was dat ik er genoeg van had dat ik in haar ogen niet voldeed. En ik voldeed in haar ogen niet omdat ik maar niet wilde veranderen in de man van haar dromen.

De man van haar dromen
Dat ik maar niet wilde veranderen in de man van haar dromen was voor Mia een teken dat ik niet echt van haar hield. Zolang ik niet veranderde in de man van haar dromen kon ze niet tevreden met me zijn. Het was mijn taak te zorgen dat zij gelukkig was. Zolang zij niet gelukkig was, deed ik mijn taak niet goed. Dat zij niet gelukkig was, was vanzelf een teken dat ik niet echt van haar hield.

Als je echt van me hield…
Dat herhaalde ze zo vaak dat ik me steeds meer ging afvragen of ik inderdaad nog wel echt van haar hield. Ik deed mijn best om te achterhalen hoe ik haar gelukkig kon maken, maar dat viel niet mee. Op een gegeven moment zei ik: ‘Mia, als je iets van me wilt, zeg dat dan, dan doe ik het heus wel voor je’. Haar antwoord was: ‘Als je echt van me hield zou ik er niet om hoeven vragen’. Haar ideale man kon blijkbaar gedachten lezen. Ik kon dat, helaas, niet.

Extravert
Het laatste jaar van ons huwelijk was de zwaarste tijd samen. Het was Mia opgevallen dat zij minder opviel als we samen ergens waren, op een feestje, of als we samen door de stad liepen. ‘Iedereen ziet jou, maar mij zien ze niet’, zei ze. Doordat ik nogal extravert ben, viel ik gemakkelijk op op feestjes, zeker als ik er liedjes zong, mezelf begeleidend op gitaar. En Mia stond dan ergens achteraf een muurbloem te imiteren, zodat ze, als we thuis kwamen, kon klagen dat ik de show weer gestolen had terwijl niemand haar ook maar opgemerkt had.

Een grijze muis
Ik had een jaar lang geprobeerd om mijn extraverte natuur te verbergen als ik samen met Mia in gezelschap vertoefde, zodat ik minder op zou vallen en Mia meer aandacht voor zichzelf kon vragen. Dat kostte me moeite, maar ik dacht dat dat het minste was wat ik kon doen om haar niet te overvleugelen door mijn extraverte aanwezigheid. Mia maakte daar gretig gebruik van, zeker bij het bezoek dat we thuis ontvingen, maar het leek haar gevoel van onzekerheid niet te verminderen. Ze bleef zich, naar eigen zeggen, een grijze muis voelen.

Middelpunt
Een jaar lang probeerde ik mezelf zo onzichtbaar mogelijk te maken, tegen mijn natuur in. En toen was ik jarig. We hadden de gewoonte om onze verjaardagen groots te vieren en nodigden zoveel mogelijk vrienden, kennissen en familieleden uit. Ik maakte koude schotels klaar en zorgde voor een grote hoeveelheid drank. Het feest kon beginnen. Het was mijn verjaardag. Op mijn verjaardag mocht ik schitteren, dacht ik. Ik mocht eindelijk gewoon het middelpunt van de belangstelling zijn, zonder dat ik daar Mia mee tekort deed. Dacht ik.

Een vraag
Vrienden van me hadden een vriendin meegenomen die op dat moment bij hen logeerde en Mia raakte met die vriendin, die ze al eerder op feesten van die vrienden had gezien, aan de praat. Dat was een geanimeerd gesprek geweest totdat die vriendin aan Mia vroeg hoe ze mij kende. Er kwam stoom uit haar oren toen ze mij ter verantwoording riep. Nou ja, ter verantwoording, dat niet precies, maar het was wel duidelijk dat zij het mij kwalijk nam.

Verontwaardiging
‘Zie je wel dat ik niet opval’, schokschouderde Mia huilerig, ‘ze wist niet eens dat wij getrouwd zijn. En jou kende ze wel en mij niet!’. De verontwaardiging spatte van haar af. Mijn mond viel open en ik keek haar verbijsterd aan. ‘Wat kan ik daaraan doen?’, dacht ik, maar ik zei het niet. Ik zei niets en bleef haar maar aanstaren terwijl zij mij kwalijk bleef nemen dat een vriendin van vrienden niet wist dat wij getrouwd waren maar wel onthouden had wie ik was. Hoe durfde ik zo op te vallen en haar in mijn schaduw te plaatsen. Dat zei ze niet letterlijk, maar dat suggereerde ze wel. Ik zat op dat moment met de vrienden van die vriendin te praten. Die waren net zo geschokt door Mia’s verwijten als ik.

Scheiding
De dag na mijn verjaardagsfeest pakte ik wat spullen in een tas en vertrok. Dat was op een zondag. Op maandag zocht ik een pro deo advocaat om de scheiding te regelen. Gelukkig kon ik bij mijn vrienden terecht totdat ik een nieuw thuis gevonden had. Dezelfde vrienden die die vriendin hadden meegenomen die niet wist dat Mia en ik getrouwd waren en die daardoor de aanleiding was voor onze scheiding.

Seks
Natuurlijk is dit niet het hele verhaal. Mia had wel degelijk redenen om niet optimaal gelukkig met mij te zijn. Ik was haar niet altijd trouw. Ik vond het veel te leuk om met vrouwen te sjansen en met vrouwen naar bed te gaan. Hoewel dat laatste, als ik eerlijk ben, meestal tegenviel. Ik heb het Mia nooit verteld, maar de waarheid is dat de beste seks die ik tijdens ons huwelijk had de seks met haar was.

Niet voldoen
Ik was negentien toen ik met Mia trouwde, nog net geen twintig. Ik had geen idee wat ik met mijn leven aan moest en al helemaal geen idee hoe ik een goed echtgenoot kon zijn. Dat Mia niet echt blij met me was begrijp ik wel. Dat ik niet echt van haar hield was een foutieve aanname. Ik ben niet bij haar weggegaan omdat ik niet meer echt van haar hield, maar omdat ik het niet langer verdragen kon dat ik in haar ogen niet voldeed.

De man van haar dromen
Ik probeerde te veranderen in de man van haar dromen maar dat was gedoemd te mislukken. Die man leek in niets op mij. Die man had zijn maatschappelijke draai gevonden, Ik niet. Die man wilde dolgraag kinderen met een vrouw die thuisbleef om voor die kinderen te zorgen. Ik niet. Die man kende de behoeftes van zijn echtgenote, zonder dat ze die behoeftes hoefde uit te spreken. Ik niet. Die man was trouw aan zijn ene vrouw. Ik niet.

Falen
Ik was vijfentwintig toen ik van Mia scheidde, maar emotioneel was ik nog lang niet van haar af. Ik bleef me schuldig voelen. Ondanks dat ik wist dat ik nooit had kunnen voldoen in haar ogen. Ik zag vooral mijn eigen falen. Ik hoopte dat ze zonder mij wel gelukkig zou kunnen worden. Dat ze uiteindelijk de man van haar dromen zou vinden en met hem wel tevreden zou zijn.

Geluk gunnen
Pas tientallen jaren later realiseerde ik me dat ik, in essentie, nog steeds van Mia hield. Als ik aan haar dacht dan hoopte ik dat ze het geluk gevonden had dat ze zocht. Ik wist dat ze hertrouwd was en dat ze kinderen had gekregen, maar meer wist ik ook niet. Ik was blij dat we uit elkaar waren, omdat ik vrijwel zeker weet dat ze met mij nooit gelukkig zou zijn geworden. Maar dat geluk gunde ik haar wel degelijk. Als je iemand alle geluk van de wereld gunt, is dat dan geen teken van liefde?

Zwartmaken
Of dat andersom ook zo was, betwijfel ik. Nadat we uit elkaar waren vertelde Mia aan eenieder die het maar horen wilde, wat voor een slechte echtgenoot ik was geweest en wat voor een slechte eigenschappen ik wel niet had gehad, waarbij ze intieme en pijnlijke details niet uit de weg ging. Feitelijk deed ze dat al toen we nog getrouwd waren. Als we in gezelschap waren maakte ze met zichtbaar plezier duidelijk wat er, volgens haar, allemaal niet aan mij deugde. Alsof ze zeggen wilde: ‘Wat heb ik het toch allemaal te stellen met die sukkel van een vent van me’. Vernederend.

Ongelukkig
Het duurde tientallen jaren voordat het tot me doordrong dat Mia niet echt van mij had gehouden. Waarom zou ze anders van me geëist hebben dat ik in de man van haar dromen zou veranderen? Zij nam mij kwalijk dat ik de verlangens die zij van een echtgenoot had niet had weten waar te maken. Het was mijn taak om haar gelukkig te maken. En ze was niet gelukkig. Dus deed ik mijn taak niet goed. En dat nam ze me kwalijk. Ook al was ze, voor ik haar kende, ook al ongelukkig.

Vernederen en kwetsen
Voor haar was het, vermoed ik, veel minder van belang of ik me gelukkig voelde. Nadat ze me weer een keer in gezelschap voor schut had gezet, probeerde ik haar duidelijk te maken dat ze mij daarmee kwetste. ‘Het is de waarheid’, vond ze, ‘en de waarheid mag gezegd worden.’ Ik weet dat ik alleen maar zuchtte. Als je geen rekening met iemands gevoelens wenst te houden omdat je die gevoelens met de waarheid kwetst, dan houdt alles op. Dan is daar geen kruid tegen gewassen. Ik had er geen bezwaar tegen dat ze de waarheid zei, maar wel dat ze die ‘waarheid’ gebruikte met de bedoeling om mij voor schut te zetten. Met de bedoeling om mij te vernederen en te kwetsen.

Pijnlijke momenten
Ik was geen goede echtgenoot. Niet uit onwil, maar omdat ik nog niet wist hoe ik een goede echtgenoot kon zijn. Maar ik zou Mia nooit opzettelijk kwetsen. Vijf jaar huwelijk. En al wat ik me er van kan herinneren zijn pijnlijke momenten. Er moeten ook goede momenten zijn geweest. De herinneringen aan die momenten zijn bedolven onder de herinneringen aan de hel die we uiteindelijk voor elkaar waren geworden, Mia en ik.

En vijfenveertig jaar later schaam ik me nog steeds voor mijn aandeel aan die hel.