Vriendje
‘Waarom werden wij vroeger eigenlijk nauwelijks geknuffeld?’, vraag ik aan mijn moeder. ‘Tja’, zegt ze, ‘toen jij vier was zei je dat je niet meer geknuffeld wilde worden. En dat heb ik toen ook maar niet meer gedaan. ‘Dat is nou typisch mijn moeder’, denk ik. Soms nam ze mijn gevoelens als kind helemaal niet serieus, zoals toen ik haar probeerde duidelijk te maken hoe ik, nadat we verhuisd waren, mijn vriendje Frans miste. Ik had hem op de kleuterschool leren kennen en we waren onafscheidelijk geweest totdat ik, samen met ons gezin, naar een ander deel van de stad verhuisd was. Ik was toen tien jaar oud.

Knuffel
‘Dan maak je toch een nieuw vriendje’, zei ze. Dat voor kinderen een vriendschap een innige verbinding kon zijn, kwam niet serieus in haar op. Maar die ene keer dat ik als vierjarige had gezegd dat ik niet meer geknuffeld wilde worden, nam ze me wel serieus. ‘Ik dacht dat je je daar te groot voor voelde’, zegt ze. ‘Dus daarom heb je me nooit meer geknuffeld’, zeg ik. ‘Ja’, zegt ze.

Wekelijks douchen
Mijn moeder heeft mij, vanaf mijn vierde, nooit meer naakt gezien. We gingen één keer per week onder de douche en kregen dan schoon ondergoed en sokken. We kleedden onszelf uit, met de deur op de knip, stapten onder de douche, wasten ons, droogden ons af en deden schoon ondergoed aan. Of we ons goed gewassen hadden, werd nooit gecontroleerd. Het was ons ook niet echt goed geleerd. Dus echt goed schoon ben ik als kind waarschijnlijk nooit geweest.

Uit logeren
Ik was een jaar of zes toen ik bij een oom en tante logeerde. Die tante had de gewoonte om haar kinderen aan de wastafel te wassen. Ik kreeg de opdracht om me uit te kleden en ook ik werd vervolgens door haar, met een washandje, aan de wastafel gewassen. Dat zij me bloot zag vond ik een beetje eng, maar dat ze me waste vond ik niet alleen een beetje eng, maar ook prettig. Er zat liefde in haar aanrakingen. Ze waste me niet alleen, maar droogde me ook af.

Normaal gedrag
Achteraf vind ik het normaal wat ze deed, maar op het moment zelf wist ik niet goed wat ik er van denken moest. Hoe afwijkend gedrag ook in de ogen van anderen kan zijn, als je dat gedrag gewoon vindt ga je het vanzelf normaal vinden. Ik vond het normaal niet door mijn moeder gewassen te worden, maar kwam er door mijn tante achter dat dat niet overal de gewoonte was.

Een viespeuk
Mijn eerste echtgenote Mia vond mij maar een viespeuk omdat ik me maar één keer per week waste en mijn ondergoed maar één keer per week ververste. Maar ik begreep niet wat daar mis mee was. Zo was ik het gewend. Als we in gezelschap waren kon ze het niet laten om dat op een denigrerende wijze met dat gezelschap te delen. Dat deed pijn, dus sloot ik me af voor haar denigrerende opmerkingen. Mijn gedrag veranderde er niet door. Dan zou ik haar belonen voor haar kwetsende en vernederende opmerkingen.

Duidelijk
Nadat Mia en ik uit elkaar waren gegaan, en ik met iemand anders was gaan samenwonen, zei die vriendin toen ik een keer bij haar in bed kroop een beetje weifelend: ‘Eh, ik vind het vervelend om te moeten zeggen, Ruud, maar je ruikt niet lekker. Eh, je stinkt een beetje, en ik vind het niet fijn om je zo naast me in bed te hebben.’ Dat was duidelijk. Ik vond het vervelend om te horen maar ik voelde me niet vernederd. Wat ze zei en hoe ze het zei was niet denigrerend of kwetsend bedoeld. Ik wist wat me te doen stond. Ik stond op en ging me uitgebreid wassen. Daarna kroop ik weer bij haar in bed. Probleem opgelost.

Ommekeer
Vanaf die tijd waste ik me met een veel grotere regelmaat.

De manier waarop
Ik realiseerde me toen pas dat Mia me terecht een viespeuk vond. Wat ik me ook realiseerde was dat als ze dat gewoon tegen mij gezegd had, ik mijn gedrag vanzelf veranderd had. Maar omdat ze me mijn gedrag kwalijk nam, alsof ik zo handelde om haar dwars te zitten, en ze me daarvoor strafte door me in gezelschap voor schut te zetten, kon ik niet anders dan me voor de pijn die ze me met haar denigrerende opmerkingen deed, af te sluiten.

Intiem
Je hoort iets dat intiem is niet zonder toestemming openbaar te maken.

Verlies van een vriend
Ik heb jaren getreurd om het verlies van mijn vriendje Frans. Ik voelde me met hem meer verbonden dan met mijn broer of zus. Het was de intiemste relatie die ik als kind had, met wie dan ook. En ineens werden we fysiek uit elkaar gerukt. Ons gezin verhuisde naar een ander deel van de stad. De afstand die ons scheidde was eigenlijk nog niet eens zo heel groot, maar voor ons als tienjarigen onoverbrugbaar. De school waar we samen op hadden gezeten miste ik overigens niet. Ik was blij met mijn nieuwe school. Maar Frans miste ik wel. Elke dag.

Gewoon een nieuw vriendje
Dat mijn moeder daar geen begrip voor had, nam ik haar kwalijk. Dat laconieke zinnetje: ‘Dan maak je toch gewoon een nieuw vriendje’, was meer dan ongepast. Daarmee liet ze zien geen enkel begrip voor mijn gevoelens te hebben. Stel dat ik iets zou doen waardoor zij geen contact meer met mijn vader had kunnen hebben en dan zou zeggen: ‘Dan maak je toch gewoon een nieuw echtgenootje’. Hoewel mijn moeder dat, na de dood van mijn vader, inderdaad vrij snel deed. Een paar maanden na zijn dood had ze al weer een nieuwe vriend.

Kameraden of vrienden
Ik heb, na Frans, nooit meer zo’n innige vriendschap voor een man gevoeld. Ik speelde wel met leeftijdsgenoten, maar dat waren speelkameraden, geen vrienden. Natuurlijk is het goed mogelijk dat de vriendschap tussen Frans en mij vanzelf was overgegaan, als we wel met elkaar om hadden kunnen blijven gaan. Dat zullen we nooit weten. We hebben nooit de gelegenheid gekregen om onze vriendschap op een natuurlijke manier te zien veranderen.

Een leerkracht
Toch was onze verhuizing niet alleen een bron van frustratie. Ik kwam in de vierde klas van de lagere school terecht bij Mevrouw Renkens, de liefste leerkracht die ik ooit heb gehad. Mevrouw Renkens zag me. En ze liet merken dat ze blij was met wat ze zag. Zo nu en dan drukte ze me dicht tegen zich aan en knuffelde me even. Ik hield van haar. En ik wist dat zij van mij hield.
Was mijn moeder maar zo geweest, dacht ik later toen ik aan Mevrouw Renkens terugdacht.

Vertrouwen
Hoewel. Mijn moeder gaf me een andere vorm van intimiteit door mij haar onvoorwaardelijke vertrouwen te schenken. Op een dag was ik na school meteen naar huis gekomen en was binnen gebleven. Dat deed ik niet vaak. Ik weet niet of  het was omdat ik wilde tekenen of dat er een boek was dat ik wilde lezen, maar ik bleef die middag binnen. Op een gegeven moment werd er aan de deur gebeld. Mijn moeder liep de gang in en deed open.

Een beschuldiging
Na ongeveer tien minuten kwam ze de kamer binnen en zei: ‘Dat is ook wat. Het was één van de jongens van drie huizen verderop met zijn moeder. Hij had een snee in zijn knie en beweerde dat jij hem met je zakmes gestoken zou hebben. Ik vroeg wanneer je dat dan gedaan zou hebben. ‘Nou net’, beweerde hij stellig en zijn moeder beweerde dat ze je net naar binnen had zien rennen. Ik zei dat dat niet kon omdat je al de hele middag binnen bent. ‘Weet je wel zeker dat Rudi dat gedaan heeft’, vroeg ik aan die jongen die daarop stotterend antwoordde: ‘Dan zal iemand anders het wel gedaan hebben’.’

De waarheid
Dat iemand mij onterecht van zoiets ernstigs zou kunnen beschuldigen, had ze zich nooit voor kunnen stellen, maar nu het eenmaal gebeurd was, maakte ze de volgende afspraak met  me: ‘Als ik je vraag of je iets gedaan hebt, dan wil ik dat je de waarheid spreekt. Wat de consequentie daarvan ook is. Zodat ik weet dat ik je kan vertrouwen. Dat ik je kan vertrouwen is namelijk veel belangrijker dan wat je eventueel ook gedaan zou hebben. Is dat afgesproken?’. ‘Ja, mam’, zei ik.

Onvoorwaardelijk vertrouwen
Ik realiseerde me meteen dat mijn moeder mij een van de grootste cadeau’s had gegeven die iemand je maar kan geven: onvoorwaardelijk vertrouwen. Ik heb dat vertrouwen nooit beschaamd. Als ze me een vraag stelde gaf ik haar altijd eerlijk antwoord en zij geloofde mij altijd onvoorwaardelijk.

Eerlijkheid
Ze vroeg me niet om alles wat ik deed met haar te delen, of alles wat ik fout deed te bekennen. Met zo’n afspraak was ik ook niet akkoord gegaan. Ze vroeg me alleen om een eerlijk antwoord te geven op elke vraag die ze me stelde. Het kostte me geen enkele moeite om daarmee akkoord te gaan.