ruud moors dat komt mooi uit aflevering 18
Doel in het leven
Er zijn mensen die het verhaal van hun leven al tot in details hebben geschreven voordat dat verhaal zich ontvouwd heeft. Mensen die weten wat ze precies met hun leven willen bijvoorbeeld. Een vriend van me vertelde dat zijn oudste zoon de ambitie heeft om rijk te worden. Dat is zijn grote doel in het leven. Elke keuze die hij maakt is op het bereiken van dat doel gericht. Het is niet onwaarschijnlijk dat hij dat doel ook zal bereiken. Maar het is onduidelijk wanneer en of hij ooit het gevoel zal hebben dat hij rijk genoeg is.
Kostwinner
Mia, mijn eerste echtgenote, had als doel om moeder te worden. Daarom verlangde ze van mij dat ik kostwinner zou worden, zodat zij kinderen kon krijgen en thuis kon blijven om voor die kinderen te zorgen. Haar hele leven stond in het teken van die ambitie. Dat ik er niet in slaagde om een maatschappelijk positie te verkrijgen die haar de basiszekerheid gaf die ze nodig dacht te hebben voor haar verlangen naar het moederschap, was misschien wel haar grootste frustratie ten opzichte van mij. Uiteindelijk is ze, na onze scheiding, met een man getrouwd die haar wel kon geven wat ik haar simpelweg niet kon geven. Niet wilde geven, dacht ze.
Meanderen
Ik beschouw mijn leven als een verhaal met een bekend verleden en een nog onbekende toekomst. Die toekomst heb ik nooit duidelijk ingevuld. Ik las laatst een mooie zin van iemand die, net als ik, niet aan langetermijnplanning doet. Hij volgt zijn interesses en laat zich verrassen waar die interesses hem uiteindelijk brengen. ‘Laat het leven maar meanderen waar het naartoe meandert’, is zijn levensmotto.
Nieuwsgierig
Dat is hoe ik mijn leven heb geleid. Dat is hoe ik het leven nog steeds leid. Ik weet waar ik begonnen ben en ik weet waar ik zal eindigen. Het grootste deel van het verhaal dat mijn leven is, heb ik al achter de rug. Nog steeds ben ik nieuwsgierig waar het bestaan me nu weer heen zal brengen. Mijn doel is nooit geweest om rijk te worden of om een gezin te stichten of een ander doel na te streven met de hoop dat ik, als ik dat doel zou bereiken, gelukkig zou zijn.
Personage
Niet dat ik geen dromen had. Als puber droomde ik van roem en erkenning. Dan zag ik mezelf op een podium staan met een opgewonden publiek dat me bewonderde. Tegelijkertijd realiseerde ik me dat roem niet gelukkig maakt. Dat het verlangen naar roem een verlangen was om gezien te worden, maar dat een beroemd persoon nooit gezien wordt als zichzelf, maar als een personage. Dat mensen houden van het beeld dat ze van die beroemdheid hebben, niet van wie diegene werkelijk is.
Persoon
Ik wil gezien worden zoals Mevrouw Renkens, mijn onderwijzeres in de vierde klas van de lagere school, me zag. Als de persoon die ik ben. Niet als het beeld dat mensen van me hebben.
Conformeren
Mia zag mij niet als de persoon die ik was, maar als de persoon die weigerde zich te conformeren aan de persoon die ik, volgens haar, zou moeten zijn. Dus wees ze me af. Ze was niet van plan samen met mij door het leven te meanderen, want dan zou ze weleens af moeten zien van haar ambitie om een thuiszittende moeder te worden. En gelukkig worden zonder kinderen, zonder haar rol als huismoeder, zonder een man die de kostwinner was en haar vrijstelde van een baan, dat was, in haar ogen, onmogelijk.
Zien
Ik heb heel lang het gevoel gehad dat niemand mij begreep. Tegelijkertijd deed ik wel mijn best om anderen te begrijpen. Misschien juist omdat ik zelf verlangde gezien te worden, deed ik mijn best om anderen wel te zien.
Nadenken
Als Mia haar hart bij mij uitstortte, dan luisterde ik met alle aandacht. Toen ik me een keer overduidelijk niet senang voelde, vroeg zij wat er was. Ik moest daar even over nadenken. Ik wist niet precies wat me, op dat moment, dwarszat. Dat ik niet meteen antwoord gaf, maakte Mia kwaad. Ze sloeg, uit frustratie, met een kussen op mijn hoofd. ‘Als er iets met mij is dan weet je mij altijd aan het praten te krijgen, maar nu er iets met jou is hou je je mond!’, schreeuwde ze, alsof ze vond dat dat oneerlijk was.
Luisteren
Als ik naar haar luisterde deed ik dat niet voor mezelf. Dan deed ik dat voor haar. Ik liet het aan haar over om met mij te delen wat ze met me wilde delen. En wat ze niet met me wilde of kon delen, dat was aan haar. Maar nu eiste zij dat ik mijn hart bij haar uitstortte omdat zij daar behoefte aan had. Daardoor had ik niet het gevoel dat het haar daadwerkelijk om mij ging. Ik weet dat ik diep zuchtte en besloot dat ik daarom maar liever niets met haar wou delen.
Intimiteit kun je niet afdwingen. Die kan alleen maar in vrijheid ontstaan.
Ruud Moors’ eerdere wekelijkse bijdragen aan dit magazine vind je hier: