Arbeidsongeschikt
Mijn vader was achtenveertig jaar oud toen hij door zijn baas werd afgedankt. Er was even een dip in de bouwsector en daar werd door aannemers gebruik van gemaakt om hun wat oudere werknemers te kunnen ontslaan, voordat die oudere werknemers een kostenpost zouden kunnen worden door werkgerelateerde aandoeningen. Omdat mijn vader al vanaf zijn zestiende hernia had werd hij, na wat gedoe, arbeidsongeschikt verklaard. Zo kwam hij, tot grote vreugde van mijn moeder, thuis te zitten. ‘Nu heb ik hem helemaal voor mezelf’, zei ze.

Gastdocent
Omdat mijn vader niet voor honderd procent was afgekeurd mocht hij een dag per week werken. De eerste twee jaar van zijn arbeidsongeschiktheid werkte hij als gastdocent. Zijn leerlingen waren mensen met een lichte verstandelijke handicap. Mijn vader genoot van zijn leerlingen. Maar mijn moeder was er minder blij mee. ‘Ze zou het liefst meegaan als ik les ga geven’, merkte mijn vader op. 

Volkstuin
Nadat zijn gastdocentschap, door bezuinigingen, niet meer werd verlengd, nam mijn vader een volkstuin, waar hij twee tot drie middagen per week naar toe ging. In eerste instantie in zijn eentje. Hij werkte in zijn tuin en kletste met de andere volkstuiniers. Daar genoot hij van. Als boerenzoon wist hij precies hoe hij op zijn kleine stukje land zoveel mogelijk kon verbouwen en hoe hij ervoor kon zorgen dat hij het hele jaar door kon blijven oogsten.

Mee naar de tuin
Mijn moeder was minder blij met die tuin. Dat ze mijn vader een paar dagdelen per week niet aan haar zijde had, stak haar. Dus ging ze mee als mijn vader naar de tuin ging. Met frisse tegenzin. Als mijn vader een gesprek met een andere volkstuinier aanging, ging ze erbij staan en maakte duidelijk dat ze haast had om weer naar huis te gaan, vanwege dit, vanwege dat, vanwege zus, vanwege zo. Ze wist altijd wel een reden te verzinnen.

Nu is het mijn beurt
Steeds vaker mopperde mijn moeder als mijn vader aangaf dat hij naar de tuin wilde. Dan was zij net van plan om naar Heerlen te gaan om daar te gaan winkelen, of wilde ze een wandeling in het bos gaan maken met mijn vader, of dit, of dat, of zus, of zo. ‘Ik heb een hekel aan die rottuin’, zei mijn moeder dan, ‘ik wou dat je hem wegdeed’. Ze vond dat zij recht had op alle aandacht die hij nog te vergeven had. ‘Ik heb jarenlang in huis opgesloten gezeten en al mijn aandacht aan de kinderen en het huishouden moeten geven en nou is het mijn beurt’, vond ze. 

Ongestoorde momenten
Mijn vader had, nadat hij thuis was komen te zitten, de taak op zich genomen om na het eten af te wassen. ‘Maar’, had hij als eis gesteld, ‘dat doe ik dan wel in mijn eentje’. Zo had hij even een moment voor zichzelf. De enige andere manier om even een moment voor zichzelf te hebben was om met de krant de w.c. te bezoeken. Daar kon hij dan een half uurtje ongestoord zitten lezen.

Doodmoe
Als ik bij mijn ouders op bezoek was, stelde ik na het eten voor om samen met mijn vader af te wassen. Zo hadden we een moment voor ons samen. Op die momenten stortte mijn vader zijn hart bij me uit. ‘Ik denk erover om de tuin maar op te geven’, zei hij op een gegeven moment. ‘Elke keer weer dat gezeur van mam dat ze een hekel heeft aan die tuin en dat ze wil dat ik hem wegdoe, ik word er doodmoe van’. ‘Dat is ook precies de bedoeling pap’, zei ik dan, ‘maar alstublieft, trap daar niet in, dan hebt u straks helemaal geen leven meer’.

Niet mee bemoeien
Hoewel mijn vader zijn hart wel bij ons, zijn kinderen, uitstortte, mochten we ons niet met het huwelijk van mijn ouders bemoeien. Dat had hij ons heel duidelijk gemaakt toen we een keer met ons drieën hadden voorgesteld om het er met het hele gezin over te hebben. Hoewel we wel mochten weten hoe zwaar hij het had, was het niet onze taak om er iets aan te doen of ons er mee te bemoeien.

Scheiden
We stonden weer eens samen in de keuken af te wassen toen ik iets zei waarvan ik wist dat het op het randje was. ‘Pap’, zei ik, ‘als u zou besluiten om van mam te scheiden, dan hebt u mijn zegen, het is maar dat u het weet’. Hij knikte even, maar ging er verder niet op in. Later hoorde ik van mijn zus dat hij haar had verteld wat ik had gezegd. Mijn zus had gezegd dat ze er hetzelfde over dacht. Hij heeft die stap overigens nooit genomen.

Aandacht
Mijn moeder kon het niet verdragen dat mijn vader voor iets of iemand anders aandacht had dan voor haar. Rond twaalf uur ’s avonds gingen mijn ouders gewoonlijk naar bed. Maar als ik in een weekend bij hen logeerde, bleven mijn vader en ik vaak nog even op, terwijl mijn moeder naar bed ging. Dan speelden we samen een spelletje mens-erger-je-niet, dronken een glaasje jenever en kletsten wat. Na een half uurtje kwam mijn moeder dan gefrustreerd naar beneden omdat ze, naar eigen zeggen, zonder mijn vader niet kon slapen. 

Ja, maar…
‘Ik ben nu even met pap aan het praten’, zei ik dan. ‘Ja, maar ik kan zonder pap niet slapen’. ‘Dan slaapt u maar niet’, zei ik, ‘ik ben nu even met pap aan het praten. Hij komt straks wel’. Dan keek ze me verbaasd aan en wist ze niet goed wat ze moest zeggen. Vervolgens sjokte ze de trap op naar de slaapkamer. Mijn vader keek me dan even met een glimlachje aan en schonk ons beiden nog een borrel in. Tegen de tijd dat mijn vader naar bed ging sliep mijn moeder wel degelijk.

Kroegentocht
Mijn vader was midden in de zomer jarig. Ik was zijn verjaardag vaak vergeten. Mijn vader deed net alsof hem dat niet uitmaakte, maar toen ik wel aan zijn verjaardag dacht, waardeerde hij dat wel degelijk. ‘Pap, wij gaan samen een kroegentocht houden voor uw verjaardag’, zei ik. ‘Dat is goed jongen’, zei hij, maar dan nemen we wel Frans mee.’ Frans was de vriend van mijn zus. Ik was liever alleen met mijn vader op stap gegaan, maar blijkbaar wilde hij graag dat we met zijn drieën gingen. En het was zijn verjaardag, dus gingen we met zijn drieën.

Bus heen, taxi terug
We gingen met de bus de stad in. We stapten het eerste het beste café in. We dronken wat, liepen naar het volgende café, dronken weer wat en ouwehoerden wat met elkaar. We namen een taxi terug. Veel stelt zo’n kroegentocht niet voor, maar het is net als met vissen; je doet het met elkaar en het is vooral het in elkaars aanwezigheid zijn waar het om gaat. Typisch mannelijk samenzijn. Waar we het over gehad hebben weet ik eigenlijk niet meer, maar dat doet er ook niet echt toe. Nou ja, één vraag weet ik nog. Ik vroeg aan mijn vader of hij wel eens met iemand anders dan met mijn moeder naar bed was geweest. ‘Je denkt toch niet dat ik dat met jou zou delen’, had mijn vader met een grote grijns geantwoord. Dat was dus in ieder geval geen nee, dacht ik, maar helemaal zeker dat hij daarmee een ‘ja’ bedoelde was ik ook niet.

De reactie
Een paar weken later had ik mijn vader aan de telefoon. ‘Dat was gezellig pap, die kroegentocht’. Mijn vader beaamde dat ook hij dat gezellig had gevonden. ‘Dan doen we dat het volgend jaar toch gewoon weer’, zei ik. ‘O, nee’, zuchtte mijn vader, ‘ik heb het de afgelopen weken voor mijn kiezen gehad. Mam was niet te genieten. Ze zegt wel dat ze er geen enkele moeite mee had, maar haar gedrag laat heel iets anders zien. Nee, dat wil ik niet nog een keer meemaken.’ 

Jaloers
We hebben daarna ook nooit meer iets met zijn tweeën ondernomen. Dat zij niet mee had gemogen toen wij uitgingen, had ze niet kunnen verdragen. Zelfs de aandacht die wij als kinderen van mijn vader kregen of aan mijn vader gaven wekte bij haar jaloerse gevoelens op.

Aandacht opeisen
Ze wilde dat mijn vader alleen maar intiem met haar zou zijn. Maar hoe meer ze al zijn aandacht voor zichzelf opeiste, hoe meer mijn vader zich in zichzelf opsloot. 

Intimiteit valt niet af te dwingen.