Krista
De eerste keer dat ik Krista zag was op een verjaardagsfeest van Janien. Janien had me al over haar verteld. Ze hadden samen een zeilkamp gedaan en sinds die tijd waren ze bevriend. Ze zat op de rand van het eenpersoonsbed in Janien’s kamer. Ze had een witte jurk met blauwe stippen aan en leek heel verlegen. Ik vond haar mooi, maar haar verlegenheid zorgde ervoor dat ik er voor koos haar niet aan te spreken. Ik was bang dat dat alleen maar een ongemakkelijk gesprek zou worden.

De tweede keer
De tweede keer dat ik haar zag was in café Boslust in Utrecht. Ik zat daar, samen met Jaqueline aan een ronde tafel toen we Janien en Krista binnen zagen komen. Janien stapte meteen op onze tafel af, met Krista weifelend in haar kielzog. Janien ging naast Jaqueline zitten en begon meteen een geanimeerd gesprek met haar te voeren. Krista ging, wat minder op haar gemak, naast mij zitten.

Ongemakkelijk gesprek
‘Jij bent Krista, de vriendin van Janien’, zei ik. ‘Ja’, zei ze. ‘Ik ben Ruud’, zei ik vervolgens. Ze zweeg. ’Ik hoorde dat je pianiste bent’. ‘Eh, ja’. ‘Wat voor een soort muziek speel je?’. ‘Klassiek’. ‘Leuk’. ‘Ja’. Het was duidelijk dat ze zich door het gesprek niet echt op haar gemak voelde, dus glimlachte ik alleen maar en zweeg verder. Ze glimlachte verlegen terug. De ogen half van me afgewend.

Trio
Peter had een jeugdvriend waarmee hij een muzikaal duo vormde. Omdat ik in het bezit was van een basgitaar vroeg Peter of ik bas bij hen wilde spelen. Zo werden we een trio. We hadden geen drummer, maar wel een drumapparaatje van het merk ‘Case’ die we Kees noemden. We oefenden met enige regelmaat en traden zeer onregelmatig op.

Optreden
Op een gegeven moment besloten we zelf maar een optreden te regelen en organiseerden een Nieuwjaarsfeest waarop we met The End, zoals onze band was gaan heten, optraden. Peter zat ook in een andere band die ‘Desert Pleasure’ heette en Peter, Teun en een vriendin vormden een gelegenheidstrio onder de naam Josje en de Blosjes. Ook die traden op tijdens dat feest.

Een groot feest
We hadden vrienden uitgenodigd en die vrienden ook weer vrienden laten uitnodigen, zodat het een groot feest zou worden. We speelden het oudjaar uit met een muzikale geschiedenis van de popmuziek waarbij we die geschiedenis vertelden terwijl we dat muzikaal illustreerden door liedjes uit de verschillende periodes ten gehore te brengen. Vlak voor twaalven waren we klaar met onze ‘geschiedenis van de popmuziek’ set. Na twaalven speelden we nog een set met eigen liedjes en daarna speelden de andere bandjes.

In gesprek
Janien had Krista meegenomen naar ons feest. Ze stond bij de bar en sprak me aan toen ik, na de set die ik samen met Peter, Teun en Kees had gespeeld, iets te drinken ging halen. ‘Dat was bijzonder, die geschiedenis van de popmuziek’, zei ze, ‘ik heb er van genoten.’ ‘Mooi’, zei ik. En, ik weet niet meer hoe het kwam, maar ineens zaten we in een geanimeerd gesprek.

Toekomstdromen
Ik vroeg wat haar ideale toekomstbeeld was en ze vertelde dat ze zichzelf in de toekomst in een huis met een veranda aan de bosrand droomde, terwijl ze, met de terrasdeuren open, aan een vleugel zat te spelen. Ze wilde weten wat mijn ideale toekomstbeeld was en ik vertelde dat ik in Griekenland in een appartement had gezeten dat uitkeek op de Middellandse Zee en dat ik mezelf daar zag zitten schrijven. Dat was, op dat moment, mijn ultieme droom. In alle rust, met een typemachine op een balkonnetje met uitzicht op de zee, zitten schrijven,

Ik vind jou ook wel leuk
Van het ongemak tijdens de tweede keer dat ik haar had gezien was niets meer te bespeuren. Ik genoot van haar aanwezigheid en dacht te voelen dat dat andersom ook zo was. Janien zag ons geanimeerd praten en merkte op dat we het zo te zien wel goed konden vinden samen. ‘Ja, je vriendin is echt een monster’, zei ik, zonder dat ik precies wist waarom ik dat zei. ‘Ik vind jou ook wel leuk’, reageerde Krista. Ze glimlachte er, een beetje verlegen, bij. Als ze met gefronste wenkbrauwen ‘hoezo monster?’, had gevraagd, was het waarschijnlijk nooit iets tussen ons geworden. Maar door haar reactie wist ik het zeker.

Verbinding
Ik wilde haar leren kennen, ik wilde haar in mijn leven. Hoe dan ook. Als vriendin, maar misschien ook wel als liefje. Eigenlijk was me dat om het even. Ik voelde een verbinding en dat was dat. En ik wilde die verbinding nooit meer kwijt. Toen ze wegging probeerde ik haar een zoen op haar mond te geven, maar ze draaide haar gezicht zo dat ik alleen haar wang vluchtig raakte. Schijnbaar wilde ze niet op haar mond gezoend worden. Ook dat was prima. Ik wilde zeker niet over haar grenzen gaan.

Afspraak
Janien gaf me haar adres en ik schreef haar een brief om een afspraak te maken om elkaar te zien. Het liefst zou ik haar bij mij uitgenodigd hebben, maar omdat ik dacht dat zij dat misschien ongemakkelijk zou vinden, stelde ik voor naar haar toe te komen. Later bleek dat zij het liefst bij mij had afgesproken, maar dat ze dacht dat ik dat ongemakkelijk zou vinden en dat ze daarom instemde met een afspraak bij haar thuis. Nadat we erachter kwamen dat we elkaar hadden willen ontzien en daardoor allebei niet hadden gedaan wat we eigenlijk wilden, konden we daar allebei wel om lachen. Het is één van de vele anekdotes die wij elkaar met enige regelmaat vertellen.

Even wennen
In februari 1988 bezocht ik haar in Rotterdam. Ik ging er vanuit dat ik diezelfde dag weer terug naar Utrecht zou gaan. We moesten wel weer even aan elkaar wennen of misschien wel wennen aan de gevoelens die we voor elkaar hadden, maar die we nog niet echt hadden uitgesproken. Ik ontmoette haar bij haar thuis. Van daaruit fietsten we naar de binnenstad. Ik achterop op haar krakkemikkige oude fiets. Krista nam me mee naar een Mexicaans restaurant, dat ze kende omdat haar zus daar een tijd in de bediening had gezeten.

Wederkerig
We namen plaats aan een tafeltje voor twee. We keken elkaar aan en zwegen. We glunderden allebei. We hoefden niets te zeggen. Nog nooit had ik een verliefdheid meegemaakt die zo wederkerig was. ‘Willen jullie iets bestellen?’, vroeg een serveerster met een potlood en notitieblok in de aanslag. We schrokken beiden wakker vanuit de droomstaat waarin we samen verkeerden. ‘Ik kan ook later terugkomen’, zei de serveerster met een grote glimlach en een twinkeling in haar ogen.

Slapen
We aten samen. We praatten samen. En zo nu en zo nu en dan zwegen we samen, terwijl we verdronken in elkaars ogen. We rekenden af en gingen naar een café in de buurt. Daar dronken we samen nog een wijntje. Ik keek op mijn horloge en zei: ‘Als ik nog thuis wil komen moet ik nu weg’. ‘Je kunt wel bij mij blijven slapen’, zei ze. Bij haar thuisgekomen legde ze een matras naast haar bed. Ze bood mij haar bed aan en ging zelf op haar matras liggen. Ze gaf me een kuis kusje. ‘Welterusten’, zei ze. Ik dacht even na. ’Kus je altijd zo voorzichtig?’, vroeg ik met een lachje. Ze trok mijn hoofd naar het hare en gaf me een echte zoen. Toen gingen we slapen.

Carnaval
Het weekend erop ging ik naar Maastricht om er carnaval te vieren. Het was, geloof ik, geen officieel carnavalslied dat dat jaar voor het eerst bijna continu te horen was in de café’s van Maastricht, maar het was wel het meest toepasselijke lied bij de gemoedstoestand waarin ik verkeerde. Alsof Beppie Kraft het speciaal voor mij opgenomen had.

  • Iech bin zo verleef
    Hartstikke verleef
    Es iech diech zeen bin iech blej dat iech leef
    Iech bin zoe verleef

Iedere keer dat ik dat lied tijdens die carnaval hoorde, was ik in gedachten weer bij Krista. Voelde ik hoe ze zich voor eens en altijd in mijn hart genesteld had.

  • Ik ben zo verliefd
    Hartstikke verliefd
    Als ik je zie ben ik blij dat ik leef
    Ik ben zo verliefd

Dat is de Nederlandse vertaling, maar in het Maastrichts klinkt het zoveel mooier…