ruud moors dat komt mooi uit aflevering 25
Wensdromen
Er zijn verschillende soorten dromen. De dromen die ik het vaakst droom zijn wensdromen die tevoorschijn komen wanneer ik ontspannen in bed lig, maar nog niet echt in slaap ben gevallen. Die wensdromen houden me vaak uit mijn slaap omdat het verhalen zijn die ik mezelf vertel en die me, ondanks dat ik ze zelf verzin, in de ban houden, omdat ik wil weten waar het verhaal dat ik mezelf vertel heen gaat. Vaak gaan die dromen over kansen die ik in het verleden gemist denk te hebben. In mijn wensdromen krijg ik de kans die kansen wel te benutten.
Terug in de tijd
Maar om die kansen alsnog te kunnen benutten moet ik terug gaan in de tijd. Mijn leven, vanaf het prille begin, nog eens overdoen. Dat is dan ook precies wat ik in die wensdromen doe. Terugkeren in de tijd, zodat ik alles nog eens over kan doen met de wetenschap van nu. In de alternatieve geschiedenis die ik op die manier verzin, zorg ik ervoor dat ik alle kansen kan grijpen die ik gemist denk te hebben.
Muziek en schrijven
Er zijn twee belangrijke kansen die ik, met de wetenschap van nu, anders zou hebben benut. Tenminste, in mijn wensdromen. Ik zou al heel jong een instrument zijn gaan bespelen en heel veel hebben geoefend zodat ik een veel hoger niveau zou bereiken dan ik nu heb bereikt. En ik zou, met alles wat ik nu weet, veel eerder een schrijfcarrière zijn begonnen.
Kennis en inzicht
In mijn wensdroom schrijf ik mijn eerste boek al op tienjarige leeftijd en maak dan ook mijn eerste plaat, die natuurlijk meteen een hit is. Het boek dat ik schrijf en de muziek die ik schrijf is gebaseerd op alle kennis en inzichten die ik in mijn huidige leven heb verzameld. Dat kan ook niet anders want de kennis en de inzichten die voor het schrijven van dat boek en die muziek nodig zijn, had ik nooit anders kunnen verkrijgen dan door een levenslange ervaring.
Een laatbloeier
Mijn moeder maakte zich weleens zorgen om mijn ontwikkeling, maar haar vader stelde haar gerust. ‘Rudi heeft gewoon wat meer tijd nodig’, had hij tegen haar gezegd. ’Hij komt er wel, maar wat later dan anderen. En dat is niet omdat hij niet intelligent genoeg is. Het is gewoon een laatbloeier’. Dat stelde mijn moeder gerust. En het bleek ook te kloppen. Het probleem was inderdaad niet dat ik niet slim genoeg was, maar dat ik me niet goed aan het onderwijssysteem kon aanpassen.
Zelfstudie
Het gevolg was wel dat ik, naar mijn gevoel, alles zelf moest uitzoeken. De meeste kennis en inzichten die ik heb verkregen, heb ik door zelfstudie verkregen, niet door het onderwijs dat ik genoten heb. Ik had weinig vertrouwen in mensen die me in een keurslijf probeerden te persen en daardoor liet ik, puur uit eigenwijsheid, veel kansen schieten om op een gemakkelijke manier kennis en inzicht te verwerven. Ik vertrouwde mijn docenten niet en deed alles op mijn eigen, niet altijd even efficiënte manier.
Een gedegen opleiding
Misschien dat ik daardoor het gevoel heb dat ik veel kansen heb gemist en dat ik, als ik wat meer gebruik had weten te maken van de voordelen van het onderwijssysteem en de kennis van docenten, ik me veel verder had kunnen ontwikkelen. Als ik zie hoe Krista het pianospelen beheerst, dankzij een gedegen opleiding, dan realiseer ik me des te meer hoe weinig ik op muzikaal gebied kan. Haar handen vliegen over de toetsen terwijl ze muziek tevoorschijn tovert die me recht in het hart raakt.
Simpel
Wat zij kan, kan ik niet. Met veel moeite heb ik mezelf geleerd om op een simpele manier muziek te maken. Ik kan niet spelen wat ik spelen wil en dat terwijl musiceren misschien wel mijn allergrootste liefde is. Dat is een belangrijke reden waarom ik terug in de tijd zou willen reizen zodat ik al vroeg met gitaarspelen zou kunnen beginnen om daar vervolgens heel erg goed in te worden.
Beperkt talent
Tegelijkertijd weet ik dat mijn muzikaal talent beperkt is. Het blijft de vraag of ik, zelfs als ik al heel vroeg gitaarles zou hebben gehad, ooit een professioneel niveau had kunnen halen. Het is overigens niet zo dat ik afgunst voel als ik Krista hoor spelen. Ik ben er zelfs niet jaloers op. Ik weet hoe hard ze er voor gewerkt heeft om dat niveau te halen en ik betwijfel of ik die focus zou hebben kunnen opbrengen.
Twee levens
Ik denk het eerlijk gezegd niet. Daarvoor heb ik teveel verschillende interesses. Teveel om allemaal in één leven optimaal te kunnen bevredigen. Mijn leven is te kort om alles te doen en alles te bestuderen wat er te doen en te bestuderen valt. Dat zou ook een reden kunnen zijn waarom ik blijf wensdromen dat ik mijn leven nog eens over zou kunnen doen. Maar dan wel met alle kennis en inzichten die ik in de afgelopen zeventig jaar heb opgedaan. Op die manier zou ik twee levens kunnen leiden, paralel aan elkaar, waarbij het ene leven de voedingsbodem voor het andere leven zou zijn.
Herbeleven?
Tegelijkertijd realiseer ik me, tijdens het wensdromen zelf, dat als ik alles inderdaad nog eens over zou kunnen doen, dat zou betekenen dat de hele geschiedenis van mijn leven zou veranderen. En dat ik dan alles zou moeten herbeleven wat er in mijn prille jeugd is gebeurd. Ook de manier waarop mijn moeder met ons omging. En dat ik geen macht over haar gedrag zou hebben. De manier waarop ze me vaak in de steek liet als ik haar nodig had, de hysterische buien waarmee ze ons gezin zo nu en dan terroriseerde. Dat zou ik liever niet nog eens mee moeten maken.
Een andere geschiedenis
Maar het belangrijkste obstakel in die wensdroom is dat ik niet goed zou weten hoe ik, als ik mijn leven op die manier nog eens over zou kunnen doen, Krista ooit zou kunnen tegengekomen. Natuurlijk zou ik, omdat ik in mijn wensdroom alles onthouden heb wat ik in dit leven heb meegemaakt, wel van haar bestaan weten. Maar zou ze ook verliefd op me worden als de omstandigheden anders zouden zijn? Als ik een andere geschiedenis zou hebben gehad? En daardoor wellicht een ander mens was geworden?
Een andere route
Dan zou ik nooit met Mia getrouwd zijn geweest. Dan had ik Marjan hoogstwaarschijnlijk nooit leren kennen, zodat de vriendschap tussen ons nooit had kunnen ontstaan. Ik zou dan wellicht musicus of componist zijn geworden, maar daardoor nooit naar Middeloo zijn gegaan. Dan had ik Janien nooit ontmoet. Ik had Krista dan ook nooit via Janien hebben kunnen leren kennen.
Hallo, hier ben ik
Hoe zou Krista dan gereageerd hebben als ik haar had opgezocht met de bedoeling om een relatie met haar te krijgen? Misschien had ze dat alleen maar eng gevonden. Wat wil die oude musicus? Wat moet hij van me? Hoe zou ik dat uit kunnen leggen?
Knettergek
‘Luister Krista, in een parallel leven ben jij mijn ware liefde. Zijn we gelukkig met elkaar. Dat wil ik in dit leven ook’. Ze zou denken dat ik knettergek was. En zelfs als we een relatie zouden krijgen, dan zou dat nooit de relatie zijn die we nu hebben. Dan zou ons kind nooit geboren zijn. Niet omdat we dan geen kinderen zouden hebben gehad, maar omdat we op een iets ander moment een kind zouden hebben verwekt. Dan zou het heden niet het heden zijn dat het nu is.
Thuiskomen
Als ik in mijn wensdroom op dat punt ben beland, bedenk ik dat ik die wensdroom liever opgeef dan dat ik het risico zou willen lopen dat de geschiedenis die ik met Krista heb zou veranderen. Sinds ik haar ken ben ik thuis. Vanaf het moment dat wij elkaar ontmoet hebben wil ik niets meer veranderen. Ik was vierendertig jaar oud toen we een relatie kregen en Krista was vierentwintig. Dat is nu zesendertig jaar geleden. Die zesendertig jaar koester ik. Daar zou ik niets aan willen veranderen. Dat thuisgevoel dat we al vanaf het prille begin hebben is me veel te kostbaar.
Ik hou van jou
Ik droomde al van haar voordat ik haar kende. Ik kan me herinneren dat ik, voordat ik haar kende, in bed lag en haar naast me droomde en dat ze haar ogen opendeed en mij zag, en dat op het moment dat ze me zag er een glimlach op haar gezicht kwam terwijl ze ‘ik hou van jou’, zei. En ik voelde de glimlach op mijn eigen gezicht en de warmte in mijn hart terwijl ik haar liefdesverklaring met een welgemeend ‘ik hou ook van jou’, beantwoordde. Overigens was haar gezicht in mijn droom meer een idee van een gezicht dan dat het duidelijk haar gezicht was. Ik had haar immers nog nooit gezien.
Glimlach
Ik droom die droom nooit meer. Dat is niet omdat ik ben opgehouden met dromen, maar omdat die droom werkelijkheid is geworden. Vaak als ik wakker word en zij dat nog niet lijkt te zijn, kijk ik naar haar. Dan word ik alleen van haar aanwezigheid al blij. Op de een of andere manier merkt ze dat ik naar haar kijk, doet haar ogen open, draait haar hoofd naar me toe, glimlacht en zegt: ‘Ik hou van jou’. ‘Ik hou ook van jou’, antwoord ik dan, en glimlach terug.
Als een droom werkelijkheid is geworden, waarom zou ik die droom dan nog dromen?
Ruud Moors’ eerdere wekelijkse bijdragen aan dit magazine vind je hier: