Een brief aan Krista

Ik droomde al van je voordat ik je kende. Ik kan me herinneren dat ik, voordat ik je kende, in bed lag en jou naast me droomde en dat je je ogen opendeed en mij zag, en dat op het moment dat je me zag er een glimlach op je gezicht kwam en je zei: ‘Ik hou van jou’, en ik voelde de glimlach op mijn eigen gezicht en de warmte in mijn hart terwijl ik je liefdesverklaring met een ‘ik hou ook van jou’, beantwoordde. Overigens was jouw gezicht in mijn droom meer een idee van een gezicht dan dat het duidelijk jouw gezicht was. Ik had je immers nog nooit gezien.

Ik droom die droom nooit meer. Dat is niet omdat ik ben opgehouden te dromen, maar omdat mijn droom werkelijkheid is geworden. Vaak als ik wakker word en jij dat nog niet lijkt te zijn, kijk ik naar je. Dan word ik alleen van je aanwezigheid al blij. Op de een of andere manier merk jij dat ik naar je kijk, doet je ogen open, draait je hoofd naar me toe, glimlacht en zegt: ‘Ik hou van jou’.

‘Ik hou ook van jou’, antwoord ik dan, en glimlach terug. 

Waarom zou ik die droom nog dromen? 

De meeste dromen zijn bedrog. Maar deze droom bleek dat niet te zijn. Soms verlang je naar iets waarvan je je eigenlijk niet kan voorstellen dat het echt kan bestaan, maar dan wordt het toch werkelijkheid. Jij bent zo’n droom. Meer dan die droom, want je bent echt. Je bestaat. En je hebt er voor gekozen om je leven met mij te delen, om mij deel van jouw leven te laten zijn en om zelf deel van mijn leven te worden.

Dat eerste moment dat we, via onze ogen, in elkaar verdronken, kwam ik thuis. Tot die tijd was ik een vreemdeling in een vreemd land. Niet dat er niemand was waarmee ik me verbonden voelde, maar nooit zo gelijkwaardig. In mijn jeugd waren er een aantal volwassenen waar ik me door gezien voelde. Maar echt veilig voelde ik me nooit. Ik kon zomaar ineens afgewezen worden, zonder dat ik begreep waarom. 

Ik dacht dat eerlijkheid wel gewaardeerd zou worden, maar dat is helaas niet vanzelfsprekend zo. De wereld beloont oplichters, leugenaars en bluffers. Als je eerlijk zegt wat je denkt, zeg je al snel iets dat de groep waartoe je behoort niet bevalt. Niet omdat het niet waar is wat je zegt, maar omdat het vertellen van die waarheid als verraad aan de groep wordt gezien. 

Ik heb dat spel nooit leren spelen. 

Als je van iemand houdt, wat betekent dat dan? Betekent het dat je aandacht van die persoon wilt? Betekent het dat je exclusief wilt zijn voor die persoon? Betekent het dat je vindt dat je diens liefde op mag eisen? Betekent het dat die persoon zich naar jouw belangen, behoeftes en gevoelens moet voegen?

Mia dacht van wel. Janien ook. Ze zagen liefde als iets dat je zoveel mogelijk moet zien te verkrijgen. En een partner als iemand van wie je die liefde op mag eisen op het moment dat je daar behoefte aan hebt. Alsof liefde een artikel is, een product dat je kunt kopen. Alsof je alleen maar hoeft te onderhandelen over de prijs die je wilt betalen voor dat product, afhankelijk van de kwaliteit die je aan dat product toekent. 

Ik wil jouw liefde niet opeisen. Ik ben blij dat jij mijn liefde niet opeist. Ik denk dat liefde alleen maar in vrijheid gegeven kan worden. Ik ben blij met de liefde die je me geeft. Die ontvang ik met liefde. Ik ben blij dat jij blij bent met de liefde die ik jou geef en dat je mijn liefde met liefde ontvangt.

Een vriendin van je merkte op dat wij elkaar volledig vrij laten én een symbiotische band hebben. Ik denk dat ze de spijker op de kop sloeg. Ik kan me geen leven meer zonder jou voorstellen. Er is niemand anders waarmee ik me zo innig verbonden voel, bij wie ik me zo thuis voel. Je bent een deel van mij geworden en ik een deel van jou, en toch zijn we allebei nog steeds twee losstaande individuen. Jij gaat jouw gang, ik ga de mijne.

Ik ben niet minder individu geworden door met jou samen te leven. Integendeel. Door de rust die er tussen ons is, ben ik steeds meer mezelf geworden. Ik hoef mezelf niet te verdedigen. Ik hoef me niet tegen je af te zetten om mezelf te blijven. Ik hoef mezelf niet in een cocon op te sluiten om mezelf tegen je te beschermen. Ik hoef niet uit te leggen waarom ik op mezelf wil zijn. Als ik daar behoefte aan heb dan is dat voldoende reden. Ik hoef bij jou niet op eieren te lopen. En het is mijn intentie om jou alle ruimte te gunnen die je nodig denkt te hebben. Zodat ook jij bij mij niet op eieren hoeft te lopen. Zodat je simpelweg jezelf kunt zijn.

Ruim zesendertig jaar geleden verbonden wij ons met elkaar. In al die zesendertig jaren hebben we nooit een relatiecrisis gehad. Nooit. Daar hebben we overigens geen enkele moeite voor hoeven doen. Op de een of andere manier ging dat gewoon vanzelf.

Ik geloof niet dat ik met iemand anders zo gelukkig zou kunnen zijn. Ik had geluk dat ik jou tegenkwam toen ik je tegenkwam. Ik had geluk dat Janien en jij bevriend waren waardoor ik je heb leren kennen. Ik had geluk dat we dat nieuwjaarsfeest georganiseerd hadden met onze band, en dat jij met Janien mee was gekomen naar dat feest. Ik had geluk dat je het initiatief nam om een gesprek met mij te beginnen. En ik had het geluk dat jij bent wie je bent.

Ik ging er niet van uit dat we liefjes zouden worden. Dat gebeurde gewoon. Vanaf het begin van onze relatie lag alles open. Jij had mij niet nodig om je leven zin te geven. Ik had jou niet nodig om mijn leven zin te geven. We gingen er allebei van uit dat we zelf verantwoordelijk waren voor de zingeving van ons leven en dat dat niet van een partner af hing.

En juist daardoor konden we ons in vrijheid met elkaar verbinden. Jouw toekomstbeeld stond los van ons leven samen. Mijn toekomstbeeld stond dat ook. Toen we na zeven jaar eindelijk gingen samenwonen deden we dat pas nadat we een huis gevonden hadden waarin we allebei onze eigen kamer konden hebben. Een eigen plek in een gezamenlijk thuis.

Dat ik jou ten huwelijk vroeg op het moment dat we wisten dat we een huis gevonden hadden, was omdat ik zeker wist dat we tot onze dood samen zullen zijn. En waarom zou ik dan niet alles met je delen. Het geheim van onze relatie was en is dat we elkaar accepteren zoals we zijn. Ik zie mijn eigen gebreken en ik zie die van jou en ik hou er niet minder van mezelf en van jou om. We wijzen elkaar soms wel op elkaars zwakheden, maar nooit om te vernederen, nooit om elkaar te kwetsen.

Als je een goede liefdesrelatie wilt, dan zijn twee dingen belangrijk. Dat je iemand uitkiest die dat ook wil en dat je die persoon vooral je liefde geeft. Liefde en aandacht voel je pas echt als je ze geeft. Niet dat het ontvangen van liefde en aandacht niet belangrijk is, maar als je vooral bezig bent met het ontvangen van liefde en aandacht dan zul je nooit tevreden zijn met de liefde en aandacht die je krijgt. 

Het is te vergelijken met iemand die de ambitie heeft om rijk te worden. Wanneer heb je dan genoeg om tevreden te zijn met je rijkdom? Waarschijnlijk nooit. Maar als je niet meer rijkdom ambieert dan nodig is om je bestaanszekerheid te waarborgen, en bereid bent om wat je meer hebt met anderen te delen, dan ben je veel sneller tevreden. 

Ons geheim is zo simpel. Het liefst wil ik jou gelukkig zien. Het liefst wil jij mij gelukkig zien. Als jij gelukkig met mij bent, ben ik gelukkig met jou. 

Vaak eindigt een sprookje met: ‘En ze leefden nog lang en gelukkig’. Ik heb het gevoel dat dat voor ons werkelijkheid is, sinds we elkaar kennen.

Dat betekent niet dat de hoofdpersonen geen tegenslagen tegen zullen komen. Tegenslagen zijn onvermijdelijk. Het is ook de vraag of je van tegenslagen ongelukkig wordt. Ik denk het niet. Ik denk, eerlijk gezegd, dat een leven zonder tegenslagen geen gelukkig leven kan zijn. Het is het overwinnen van tegenslagen waardoor een mens zich gelukkig kan voelen. Het is het gevoel dat je met tegenslagen om kan gaan dat er voor kan zorgen dat een mens zich gelukkig voelt.

We hebben samen aardig wat tegenslagen doorstaan, jij en ik. Ik ben blij dat we dat samen hebben gedaan. In mijn eentje had ik dat heel wat zwaarder gevonden. Om eerlijk te zijn weet ik niet of ik een aantal van die tegenslagen zonder jou had kunnen doorstaan. 

Ik zeg wel eens: ‘Als ik jou niet had, dan had ik pech gehad’. 

Ik heb geluk gehad, Jij hebt je innig met mij verbonden.

Met een beetje geluk leven we nog lang en gelukkig.

En anders leven we iets minder lang en gelukkig samen.

Maar hoe dan ook, jij bent mijn grote liefde en ik hou van jou.

Ik geloof dat ik dat niet vaak genoeg kan zeggen.

Ik hou van jou,

ik hou van jou, 

ik hou van jou.

Van hier tot Hokkaido en terug.

Ruud