Een tijd geleden was ik aan het wandelen toen ik zag dat een kleuter zo snel als hij kon op zijn step over de stoep reed. Zijn moeder, die achter een kinderwagen liep, riep dat het moest wachten, maar zonder resultaat. Het was duidelijk dat ze niet goed wist wat ze moest doen; achter haar enthousiaste vluchteling aanrennen zou betekenen dat ze de kinderwagen onbeheerd achter moest laten, maar haar kleuter zijn gang laten gaan was ook geen optie, omdat de kans groot was dat het, zonder uit te kijken, een straat over zou steken. Bijna automatisch liep ik dat kind tegemoet en hield als een politie-agent mijn hand omhoog. ‘Ho!’, zei ik en de kleuter stopte, duidelijk onder de indruk van die vreemde meneer tegenover zich. ‘Even op je moeder wachten,’ zei ik vriendelijk. Die kwam er snel aan en maakte de kleuter duidelijk dat hij wel moest luisteren en er niet zomaar vandoor moest gaan omdat dat gevaarlijk was. Ik liep door en we keken elkaar even aan. Zowel op haar gezicht als op dat van mij verscheen een glimlach.

Wat ik had gedaan had me nauwelijks moeite gekost, maar het had er wel voor gezorgd dat ik een vervelende situatie voor iemand anders opgelost had. Met haar glimlach liet ze mij haar dankbaarheid blijken. Met mijn glimlach maakte ik haar duidelijk dat ik haar netelige positie begrepen had en met liefde had ingegrepen. Mijn hele dag was goed. Ik hoefde maar aan haar opgeluchte glimlach te denken of ik voelde vanzelf een glimlach op mijn gezicht verschijnen.

Een glimlach veroorzaakt vaak een glimlach. Dat is op zichzelf al een wonder. En wat ik helemaal een wonder vind is wat zo’n glimlach met je doet.

Ik was negentien jaar oud en werkte in een inrichting waar mensen met epilepsie werden verpleegd. Een deel van die mensen had meerdere handicaps. Zo was er een jonge vrouw die niet alleen epilepsie had, maar die ook zeer zwakbegaafd was, bijna blind en slechthorend en stom. Met dat laatste bedoel ik dat ze letterlijk niet in staat was te praten. Ze begreep waarschijnlijk niet wat er tegen haar gezegd werd, althans dat werd me verteld. Zoals dat vaker met zeer zwakbegaafden het geval is, had ze gezichtsbeharing, een zeer onregelmatig gebit en een pokdalige huid. Ik zat tegenover haar met een kom pap en een lepel. Ik bewoog mijn lepel naar haar mond en legde hem op haar onderlip. Dan ging haar mond open en stak ik de lepel naar binnen en at ze de pap. Op een gegeven moment stootte ik, per ongeluk, met de lepel tegen de onderkant van haar neus. Er verscheen een enorme grijns op haar gezicht. Nadat ik haar de kom pap had gevoerd, bleef ik bij haar zitten en kietelde met mijn wijsvinger even onder haar neus. Weer glimlachte ze breeduit. Ik probeerde of het ook werkte als ik langs haar wang streek. Dat werkte, maar veel minder dan het kietelen onder haar neus. Elke keer als zij glimlachte, glimlachte ik ook, zoals ik ook elke keer als ik haar een hap pap had gegeven zelf mijn mond open had gedaan op het moment dat zij dat deed.

Het is nu 44 jaar later. Waarschijnlijk is ze allang gestorven. Met enige regelmaat denk ik aan haar terug, aan hoe ik haar voerde en onder de neus kriebelde en daar haar glimlach voor terug kreeg. En iedere keer als ik daar aan terug denk, voel ik ook weer wat ik toen voelde. Geluk. Ik kan het niet anders beschrijven. Het contact dat we samen hadden, die zeer zwakbegaafde vrouw en ik, daar werd ik gelukkig van. En als ik er aan terug denk word ik alleen al van de herinnering weer gelukkig.

Ik heb ooit ergens gelezen dat dat door spiegelneuronen zou komen. Die zorgen ervoor dat je, als je ziet dat iemand blij of juist heel triest is, ook blijheid of triestheid ervaart. Ik weet niet of dat door die neuronen komt of dat er andere verklaringen mogelijk zijn. Wat ik wel weet is dat, als iemand blij van mij wordt, ik daar blij van word. En als ik iemand verdriet doe, dan doet mij dat ook verdriet.

Een cynicus zal hieruit de conclusie trekken dat ik anderen alleen maar blij wil maken om mezelf blij te doen voelen en dat ik dus door egoïstische motieven gedreven word. Dat is niet onjuist, maar het is ook niet helemaal waar. Op het moment dat ik merk dat iemand blij van mij wordt, word ik daar blij van omdat ik graag wil dat die ander blij van me wordt. Egoïsme en altruïsme vallen dan samen. Er is geen onderscheid meer tussen mijn eigenbelang en het belang van de ander. Ik gun anderen wat ik mezelf gun en daardoor gun ik het mezelf ook. Als ik het mezelf niet zou gunnen, maar alleen de ander, dan zou ik die ander iets gunnen wat ik mezelf niet gun, maar hoe zou ik een ander kunnen geven wat ik mezelf niet gun? Altruïsme is niet het opofferen van jezelf, maar een ander hetzelfde gunnen als je jezelf gunt. Iemand die niet van zichzelf houdt, kan ook niet van een ander houden. Overigens is het ook niet zo dat ik graag wil dat een ander blij van me wordt, zodat ik daar zelf weer blij van word, dat ik het daarom doe. Dat is het effect, niet het doel. Ik heb die zwakbegaafde jonge vrouw niet laten glimlachen omdat ik zelf wilde glimlachen, en al helemaal niet om blij te worden van de herinnering daaraan, maar omdat ik haar het gevoel gunde dat haar deed glimlachen. Dat ik mezelf daar ook goed door voel is gewoon een bonus.

Als ik door de stad loop kom ik regelmatig mensen tegen die met een bekertje in de hand om wat geld vragen. Meestal geef ik wat, maar soms heb ik geen kleingeld bij me en zeg dat ook. ‘Sorry, ik heb geen kleingeld vandaag.’ Dat wordt me eigenlijk nooit kwalijk genomen. Zeker die mensen die ik vaker zie zeggen dan: ‘O dat geeft niks hoor!’ Dan glimlachen we naar elkaar en wensen elkaar nog een goede dag verder. Dat je mensen accepteert zoals ze zijn is belangrijker dan dat je geld aan ze geeft. Geld geven zonder glimlach is armoediger dan alleen positieve aandacht geven zonder geld. Maar het beste is natuurlijk om beiden te doen; wat kleingeld geven (als je het kan missen) en een glimlach delen.

Het kost niet veel om anderen blij te maken, maar het levert ongelofelijk veel op. Een welgemeende glimlach is de smeerolie van geluk. En het mooie is; het werkt alle kanten op! Er zijn geen verliezers.

Daarom probeer ik van elke dag een glimlachdag te maken!

 

terug naar de startpagina van moors magazine

« | »