Afgelopen maandag was mijn goede vriendin Marjan op bezoek. Ze vertelde me over een initiatief van een paar mensen in Hengelo, waar ze aan meedeed. Elke zaterdag, tot aan de verkiezingen op 15 maart 2017, gaat een aantal mensen in Hengelo op een plein staan demonstreren. Ze staan dan een uur lang in een halve kring, hand in hand met voor zich een papier waar op staat waar ze vóór zijn. Ze spreken zich niet uit waar ze tegen zijn (want ze willen niet ergens tegen protesteren, ze willen demonstreren waar ze voor zijn). Ze geven ook geen stemadvies (mocht iemand daar om vragen), want dat is het doel niet. Het doel is om op een positieve manier stelling te nemen. Dat is het.

Ze hebben er, op het moment dat dit artikel verschijnt, op 19 februari 2017, drie keer gestaan. De eerste twee keren begonnen ze met een klein groepje, zo’n twintig mensen, dat na een uur was uitgegroeid tot een groepje van zo’n 35 mensen. Mensen kunnen zich namelijk spontaan aansluiten, ook als ze dat maar voor vijf of tien minuten willen, zelfs één minuut wordt al gewaardeerd. Hoeveel mensen er gisteren gestaan hebben weet ik niet, want dit artikel heb ik daarvoor al geschreven. Ik vind dat een prachtig initiatief, dat zeker navolging verdient in andere steden. Mooi ook dat zo’n initiatief in een plaats als Hengelo begint. Laat Amsterdammers die dit lezen vooral besluiten het initiatief over te nemen, zodat de landelijke media er aandacht aan besteden. Het AD, heeft dat, in het lokale deel van de krant, wel al gedaan, op een zeer positieve manier. Zo’n positief initiatief verdient dat ook. ‘Ik ben voor’, noemen ze dat initiatief.

Ik mocht, begin jaren zeventig, voor de eerste keer stemmen en had eigenlijk al besloten dat ik mijn stem aan de PSP zou geven. Dat was niet omdat ik me zo diep in politiek verdiept had, maar dat zat hem in het feit dat het de Pacifistisch Socialistische Partij was. Ik was pacifist, althans zo beschouwde ik mezelf, en ik was, als zoon van een arbeider, voor meer inkomensgelijkheid. Waarom zou een makelaar, die lekker op kantoor wat formulieren zat in te vullen en koffie zat te drinken, veel meer moeten verdienen dan de bouwvakker die de huizen die de makelaar verkoopt, met bloed zweet en tranen heeft gebouwd? Pacifist werd ik op mijn twaalfde, nadat ik, uit woede, een klasgenoot over een paar schoolbanken had gesmeten en de hoofdwond had gezien die dat tot gevolg had. Ik schaamde me daarna zo dat ik besloot dat ik nooit meer (fysiek) geweld wilde en zou gaan gebruiken. Dus een partij die zowel pacifistisch als socialistisch heette te zijn, was, dacht ik, een logische keus. Waar die partij voor leek te staan, was ook waar ik voor stond. Dus toen ik een standje van de PSP zag, liep ik er heen om te kijken wat ze te zeggen hadden. Dat standje hing vol met slogans waarin de PSP duidelijk maakte waar ze allemaal tegen waren. Maar hoe ik ook zocht, ik kon niet vinden waar ze voor waren. Ik heb dat jaar niet op de PSP gestemd.

Ik vind dat een politieke partij duidelijk moet maken waar ze voor staat, waar ze vóór is. Dan kan ik kijken of ik het daar mee eens ben en voor die partij kiezen op grond van een gemeenschappelijke positieve visie. Partijen die mij alleen maar kunnen vertellen waar ze tegen zijn, daar stem ik niet op.

Door dat initiatief in Hengelo ben ik ook weer gaan nadenken waar ik voor ben. Als ik naar alle ellende in de wereld kijk, dan is het gemakkelijk om alles op te noemen waar ik tegen ben. Soms kan ik dat ook niet laten, zoals in mijn lied Bully Bully over Bannon en Trump dat een paar weken geleden in dit magazine gepubliceerd is. Maar veel sterker is het om kenbaar te maken waar je voor staat, welke waarden je aanhangt, wat je belangrijk vindt.

Dus vanaf nu zeg ik niet meer dat ik tegen privatiseren ben, maar dat ik voor deprivatiseren ben, of om het anders te zeggen; ik ben voor collectiveren. Ik ben er voor dat we collectief steeds meer gaan bezitten. We bezitten bijvoorbeeld alle snelwegen, gewone wegen, bruggen en fietspaden, stoepen en dat soort infrastructuur op een collectieve wijze. Dat moet ook zo blijven. Dan kunnen we ons, als burgers, vrij van de ene plek naar de andere begeven. En daar ben ik voor. Ik vind ook dat alle openbaar vervoer weer ons collectief bezit moet worden, zodat wij, als collectief, kunnen besluiten dat we dat openbaar vervoer goedkoper maken als alternatief voor autoverkeer. Dan hoeven we niet eindeloos asfalt toe te blijven voegen.

Ik ben er ook voor dat iedereen betaalbare huisvesting heeft, dat iedereen die wil werken daar de gelegenheid toe krijgt, dat de zorg weer onze collectieve verantwoordelijkheid wordt, dat grote bedrijven die niet om mogen vallen omdat dat voor maatschappelijke rampen zorgt, om die reden alleen al, collectief bezit worden. Dan heb ik het onder andere over banken en de farmaceutische industrie.

En wat mij betreft ben ik ook voor het collectief bezitten van intellectueel eigendom. Dat wil niet zeggen dat mensen niet meer kunnen of mogen verdienen aan hun tekeningen, liedjes, verhalen en uitvindingen, maar dat er beperkingen aan gesteld moeten worden. Als iemand een liedje schrijft, bijvoorbeeld, dan kun je een maximum bepalen wat diegene aan dat lied mag verdienen. Als hij of zij dat maximum verdiend heeft wordt het lied van ons allemaal (we hebben het dan collectief betaald, dus dan is het ook van ons allemaal).

Hetzelfde principe kunnen we ook toepassen op het schrijven van boeken, het maken van tekeningen of het kweken van een nieuw aardappelras. Zo kunnen we voorkomen dat een of ander bedrijf de rechten van bijvoorbeeld liedjes opeist. Zo was het liedje ‘Happy birthday’ decennia na de dood van de zussen die het schreven, nog steeds niet rechtenvrij. Als je dat liedje in een film of televisieserie liet zingen, dan moest je dat bedrijf geld betalen. Die rechten bleken overigens helemaal niet rechtmatig verkregen te zijn, waardoor er jaren lang onterecht verdiend is aan dat liedje. Tegenwoordig kun je, voor zover ik weet, het lied wel vrij van rechten gebruiken, en is het eindelijk collectief bezit geworden.

Ook gebeurt het dat mensen liedjes gaan verzamelen (die vaak collectief bezit zijn) en vervolgens de rechten op die liedjes claimen. Dat is vaker gebeurd dan je zou denken. A.P. Carter (van de, in Amerika legendarische Carter Family) was er een meester in. Maar ook Bob Dylan heeft menig oud liedje van een nieuwe tekst voorzien en als zijn eigendom geclaimd (onder andere zijn grote hit ‘Blowin’ in the wind’). Het lijkt mij billijk dat als hij aan zo’n lied voldoende heeft verdiend, het dan (weer) eigendom wordt van het collectief dat we met zijn allen zijn. Ik ben dus niet tegen intellectueel eigendom, ik ben wel voor het beperken van de baten ervan. Alles wat ik maak, maak ik vanuit alles dat me door het collectief dat de mensheid is, gegeven is. Zonder alles wat er al was, had ik nooit kunnen maken wat ik toevoeg. En ik mag best beloond worden voor wat ik toevoeg, maar niet tot in het oneindige. Het behoort uiteindelijk toe aan ons allemaal.

Ik ben er voor dat ieder mens op deze planeet genoeg heeft om zijn of haar bestaanszekerheid te waarborgen. Het bestaan is zo wonderbaarlijk dat ik er alleen maar voor kan zijn. Voor het bestaan zelf, het bestaan van een mensheid, het bestaan van mezelf. Voor, voor voor.

Ik ben voor theedrinken met medemensen, ik ben voor mensen met elkaar verbinden, ik ben voor correctheid in omgang met mijn medemensen, politiek en anderszins. Ik ben voor wederkerigheid, voor liefde, voor begrip, voor bruggen bouwen. Ik ben voor alles waar mensen blij van worden; voor een glimlach, een klop op de schouder, een knuffel en een zoen.

Dit is een pleidooi om te kiezen voor datgene waar je voor bent. Om te benoemen waar je voor bent, om anderen te laten weten waar je voor bent, en van anderen te willen weten waar zij voor zijn.

Op wat voor manieren dat allemaal kan gebeuren weet ik niet precies. Zo’n initiatief als in Hengelo waar twintig mensen op een pleintje hand in hand voor stellingen gaan staan waar ze voor zijn (of eigenlijk achter stellingen gaan staan waar ze voor zijn), daar ben ik voor.

We zijn per slot van rekening allemaal deel van één geheel. Wat ik wil is dat iedereen voor iedereen kiest. Omdat we allemaal één geheel zijn.

Laatst kreeg ik een Deens filmpje toegestuurd dat dat, wat mij betreft, perfect illustreert. Ik kreeg er een brok van in mijn keel. Ik zou zeggen, bekijk het maar eens:

 

Enne… waar je ook voor kiest, kies altijd voor elkaar!

terug naar de startpagina van moors magazine

« | »