ruud moors ik leef nog aflevering 13
Vanaf de dag dat hij geboren was, was Aron de man in huis. Hij is Anna’s lieveling, haar grote liefde. Sinds zijn geboorte is er in haar hart nog maar weinig plek over. Natuurlijk snapte ik dat Anna helemaal wegsmolt toen Aron voor het eerst ‘mama’ leek te zeggen, ook al was het onduidelijk of hij besefte wat hij precies zei. Hij had wel meer klanken uitgestoten waar Anna geen aandacht aan had gegeven. ‘Brup’, bijvoorbeeld, of ‘duhduhduhduh’, maar toen hij ‘mamama’, zei dacht ze zeker te weten dat hij haar bedoelde. Ach, en misschien was dat ook wel zo. In ieder geval kwam hij er al snel achter dat Anna hem meteen aandacht gaf zodra hij ‘mama’ zei.
Als ik Aron uit zijn wiegje wilde halen om hem even op schoot te nemen, raakte Anna in paniek. ‘Pas nou op, straks laat je hem nog vallen’, riep ze dan. ‘Geef hem maar hier’, vervolgde ze ongeduldig en dan deed ik dat maar, want als ik dat niet meteen deed werd ze kwaad en was ze de hele dag niet meer te genieten. Aron was haar kind, haar zoon, haar prinsje. Ik was alleen maar de verwekker van haar kind en dat was niet te vergelijken met het moederschap, vond Anna.
Toen Nora twee jaar later geboren werd was er nog maar een klein plekje over in Anna’s hart. Niet dat ze niet goed voor Nora zorgde, maar toen ik Nora uit de wieg haalde om haar op schoot te nemen, maakte ze daar geen enkel bezwaar tegen. Haar aandacht was nog steeds vooral op Aron gericht. Als Aron huilde reageerde ze meteen. Als Nora huilde haalde ik haar uit haar wieg om haar, voor zover ik dat kon, te troosten, of om haar naar Anna toe te brengen zodat ze gezoogd kon worden.
Ik kan niet beweren dat ze niet van Nora hield, maar het was een tweederangsliefde. Het was Aron voor en Aron na. Ik geloof dat Nora al vroeg doorkreeg dat zij voor Anna een tweederangskind was. Daardoor werd ze, bijna als vanzelf, mijn lievelingskind. Ik heb niet het idee dat Aron dat ooit erg heeft gevonden. Ons gezin draaide om Anna. Zij was de baas in huis. En zij bepaalde dat hij op de tweede plaats kwam. Daarna kwam Nora en ik sloot de rij. Althans zo voelde het. En ik geloof dat het niet alleen voor mij zo voelde, maar ook voor onze kinderen.
Ik weet niet of ik dat meteen al doorhad. Ik denk het eerlijk gezegd niet. Daarvoor was ik ook teveel met mijn werk bezig. Met studeren, schrijven en lesgeven. En ik vertoefde veel in mijn oase, in mijn studeerkamer. Meestal liet ik de deur van die kamer gewoon open zodat Nora en Aron, als ze dat wilden, bij me op bezoek konden komen. Vooral Nora maakte daar gebruik van. Alsof mijn oase ook voor haar een oase was, waar ze even aan Anna kon ontsnappen.
Aron deed wat van hem gevraagd werd, en ook als hij wel eens iets deed wat hij eigenlijk niet mocht, werd dat met de mantel der liefde bedekt of werd hij rustig gecorrigeerd. Als Nora iets deed wat ze eigenlijk niet mocht, kreeg ze de wind van voren, zelfs als Aron hetzelfde had gedaan en daar nauwelijks voor gecorrigeerd was. En Anna’s regels waren nogal rigide.
Als Nora of Aron het licht aan wilden doen, moesten ze eerst toestemming vragen aan Anna. Alleen na die toestemming mochten ze het lichtknopje beroeren. Aron deed dat braaf, maar Nora vond dat eigenlijk maar onzin. Want soms was Anna niet in dezelfde kamer en had Nora licht nodig om haar huiswerk te kunnen maken en vond ze het flauwekul om dan bijvoorbeeld eerst naar de zolder te moeten omdat Anna daar aan haar weefgetouw zat, om te vragen of ze het licht beneden aan mocht doen. Dan deed ze dat zonder Anna’s toestemming. Als Anna dan beneden kwam was haar eerste vraag: ‘Wie heeft hier het licht aangedaan?’. ‘Ik mama’, zei Nora dan. ‘Had je dat niet eerst moeten vragen?’. ‘Ik had gewoon licht nodig om mijn huiswerk te maken’, meende Nora. ‘En toch wil ik dat je het eerst even vraagt’, reageerde Anna dan kriegelig.
‘Maar papa’, zei Nora’, het is toch flauwekul dat ik eerst mama moet gaan zoeken om te vragen of ik het licht beneden aan mag doen, terwijl ik dat licht gewoon nodig heb om mijn huiswerk te kunnen maken’. Eigenlijk vond ik dat ze wel gelijk had, maar ik wist ook dat als ik het voor haar op zou nemen, Anna niet te genieten zou zijn. ‘Doe nou maar gewoon wat je moeder van je vraagt’, gaf ik laf als antwoord. ‘Nou, ik vind het maar flauwekul’, mopperde ze nog na. Terecht, vind ik achteraf.
Om duidelijk te maken aan wat voor een rigide eisen ze vroeger thuis had moeten voldoen, had ze aan Ronald verteld dat ze zelfs toestemming moest vragen om het licht aan te doen. ‘Zelfs papa moest daar toestemming voor vragen’, had ze er aan toegevoegd. Dat was waar. Ook ik vroeg: ‘Anna kan het licht aan’, voordat ik het ook daadwerkelijk aan deed. Niet dat ze dat dan ooit weigerde, maar ik hoorde het wel eerst te vragen. Anders werd ze kwaad. Ik geloof dat Ronald er wel om moest grinniken. Toen Anna hem, als illustratie van het feit dat zijn vrouw vroeger een nogal dwars kind was geweest, vertelde dat zij als enige het licht zonder te vragen aan had gedaan, zei hij, quasi geschokt: ‘Deed jij het licht aan zonder te vragen?’. Zowel Nora als ik schoten in de lach, maar Anna had helemaal niet door dat hij dat cynisch bedoelde. Ik geloof dat ze oprecht dacht dat hij het maar eens was. Dat ook hij dacht dat dat wel heel erg brutaal was.
Dat Aron een moederskindje is geworden hoeft niemand te verbazen. Hij gaat er als vanzelfsprekend van uit dat alle aandacht naar hem dient te gaan. Dus toen Nora op vioolles ging zette hij, de eerste keer dat ze aan het oefenen was, keihard popmuziek op. Hij dacht dat hij daar, als Anna’s lievelingetje, wel mee weg zou komen. Dat was een misrekening. ‘Als Nora aan het oefenen is, dan zet jij je muziek zacht of uit! Is dat begrepen?!’, snuifde Anna verontwaardigd. Aron schrok zich wezenloos. ‘Ja mama’, zei hij timide en draaide snel de volumeknop omlaag.
‘Waarom werd je nou zo boos op Aron?’, vroeg ik haar later. ‘Als Nora viool wil leren spelen, dan wil ik niet dat iets of iemand haar daarin stoort. Dan moet ze de gelegenheid hebben om dat ongestoord te kunnen doen. Ik heb vroeger pianoles gehad en ik vond het uitermate vervelend als ik daarin gestoord werd en dat wil ik Nora besparen’, zei Anna, en ik voelde de emotie in haar stem. ‘Daar ben ik het helemaal mee eens’, zei ik.
Ik geloof dat dat de enige keer is geweest dat ze, als er een conflict tussen Aron en Nora was, het voor Nora opnam. Als Aron en Nora ruzie hadden, koos Anna vrijwel altijd de kant van Aron, ook al was hij ouder. Soms hoorde ik Nora een opmerking maken, waar niet op werd gereageerd. Als Aron even later dezelfde opmerking maakte, reageerde Anna daar wel op. ‘Wat ben je toch weer gevat, Aron’, zei ze dan. ‘Maar ik maakte die opmerking net al’, zei Nora dan verontwaardigd, maar daar reageerde Anna niet op, alsof ze zich doof hield voor alles wat Nora zei en alleen maar luisterde als Aron sprak. Dat viel mij wel op, maar ik deed er niks mee. Achteraf denk ik dat ik dat wel had moeten doen.
Ik geloof dat ik Nora, als vader, flink in de steek gelaten heb. Het was voor haar onmogelijk om haar plaats te bepalen vanwege de bond die Anna met Aron gesloten had. En aan mij had ze ook niks. Ik zag het onrecht wel dat haar aangedaan werd, maar kwam niet voor haar op. Uit lafheid. Ik durfde niet tegen Anna in te gaan. Als ik tegen haar inging was ze niet te genieten. En als ze niet te genieten was dan werd de sfeer in huis onverdraaglijk.
Dus voegde ik me naar Anna’s wensen zoals ik me vroeger naar mijn vader’s wensen had gevoegd. Dat ging eigenlijk vanzelf. Als je van jongs af aan getraind bent om je naar de wensen van een ouder te voegen, dan wordt dat een tweede natuur. Daardoor deed ik dat op school, en later op de universiteit ook waardoor ik aan alle verwachtingen voldeed. En als je aan alle verwachtingen voldoet dan wordt je daarvoor beloond.
Maar soms vraag ik me af of de prijs die ik daarvoor betaald heb niet belachelijk hoog is geweest. En ook of die beloning de prijs eigenlijk wel waard is. Ik was wellicht een betere vader geweest als ik me meer had durven verzetten. En niet alleen voor Nora, maar ook voor Aron. Dan was hij wellicht niet zo’n mama’s kindje geweest.
Ruud Moors’ eerdere wekelijkse bijdragen aan dit magazine vind je hier: