ruud moors ik leef nog aflevering 3
Als Anna de inhoud zou weten van mijn innerlijke monoloog dan zou ze er alles aan doen om die inhoud te veranderen. Dat ik een innerlijk leven heb dat zich aan haar controle onttrekt kan ze nauwelijks verdragen. Het is overigens niet zo dat ik haar innerlijke monoloog niet kan volgen, want ze praat de hele dag door haar gedachten hardop uit, en gaat er ook van uit dat ik daar naar luister. Dat probeer ik ook, want als ze me vraagt om iets voor haar te doen en ik doe het niet meteen, dan zijn de spreekwoordelijke rapen gaar.
Het rare is dat dat went. Als ze vroeg of ik iets wilde doen, koffie zetten bijvoorbeeld, of aardappelen schillen, dan deed ik dat meteen. Maar soms denkt ze dat ze iets gevraagd heeft, maar heeft ze het alleen maar gedacht en niet uitgesproken, en dan wordt ze kwaad omdat ik haar gedachten niet gelezen heb. En soms loopt ze een andere kamer in, terwijl ze een verhaal afsteekt, maar dan versta ik haar niet meer. Als ik dan achter haar aan loop om te horen wat ze zegt, is ze daar weer kwaad om, want dan loop ik volgens haar als een schoothondje achter haar aan. En dat kan ze dan ook weer niet uitstaan.
Zo neemt ze me ook kwalijk dat ik niet spontaan dingen voor haar doe, maar als ik bijvoorbeeld spontaan koffie ga zetten, dan doe ik dat niet op het moment waarop zij bedacht had dat het tijd is om samen koffie te drinken en dan kan ze, zegt ze, nauwelijks haar irritatie verbergend, het beter zelf doen. Dan gebeurt het tenminste zoals het volgens haar moet gebeuren. Maar ja, nu ik in bed lig heb ik daar geen last meer van.
Ook neemt ze me kwalijk dat ik dingen gewoon niet meer zo goed hoor. Volgens haar doe ik dat expres. Zet ik expres mijn gehoorapparaat niet hard genoeg. Ik moet ook eerlijk toegeven dat ik soms expres mijn gehoorapparaat vergeet in te doen, om alleen te kunnen zijn met mijn gedachten. Het is dodelijk vermoeiend om constant haar monoloog te moeten blijven volgen.
Anna denkt dat ik niet zonder haar zou kunnen. Ik betwijfel dat. Maar niet hardop. ‘Je weet van voren nog niet eens dat je van achteren leeft’, zegt ze. Ik denk dat ze het nodig heeft om dat te denken. Naar haar gevoel is zij de spil van ons bestaan. Zonder haar zou alles in het honderd lopen. Dan zou de vloer niet op tijd worden gezwabberd, dan zou de afwas dagen blijven staan, dan zouden er geen boodschappen worden gedaan, dan zou ik vergeten om genoeg te drinken en zou ik veel te veel snoepen. Dan zou alles in de soep lopen.
‘Jij kan niet eens een eitje bakken’, zei Anna, toen ik in het begin van ons huwelijk voorstelde dat ik voor het ontbijt zou zorgen. ‘O jawel hoor’, zei ik, ‘daar draai ik mijn hand niet voor om. Wil je een omelet of een spiegelei?’. ‘Ik wil helemaal niet dat jij een eitje bakt’, zei Anna verontwaardigd, ‘dan kan ik straks in de keuken alle troep gaan opruimen die jij gemaakt hebt zeker. Nee hoor, laat het koken enzo maar aan mij over’. ‘Maar ik kan de troep die ik maak ook best wel opruimen’, probeerde ik nog, maar daar moest Anna niets van hebben.
Ik ben zevenennegentig en Anna is vierennegentig. Ze kan het niet uitstaan dat ik er niet meer voor haar kan zijn en dat ze nu, noodgedwongen, alles alleen moet doen. Nou ja, met hulp van thuiszorg, maar dat ze die hulp in haar huis moet toelaten en dat die hulp voornamelijk voor mij komt, vindt ze onverdraaglijk. ‘Mijn huis is mijn huis niet meer’, klaagt ze dan. ‘Maar het is ook papa’s huis’, merkte Nora laatst op, ‘en die hulp kunnen jullie goed gebruiken’. Ik zag hoe boos Anna naar onze jongste keek, want Nora heeft er voor gezorgd dat we thuiszorg kregen. En hoewel we het zonder thuiszorg niet zouden kunnen redden, kan Anna het niet uitstaan wanneer Nora haar op haar onredelijkheid aanspreekt.
Ik geloof niet dat Anna doorheeft dat ze onredelijk is. In ieder geval is ze daar absoluut niet op aanspreekbaar. Het doet me pijn om te zien hoe ze zich op onze jongste afreageert, terwijl die vooral bezig is om voor ons te zorgen en te zorgen dat we de hulp krijgen die we nodig hebben. Op een gegeven moment verdroeg ik het niet dat ze zich op Nora afreageerde en zei: ‘Nou moet je ophouden! Nora doet alles om het ons gemakkelijker te maken en ze verdient het niet dat je haar afblaft’. Het was even stil. Toen zag ik een kleine glimlach op het gezicht van Nora. ‘Mama’, zei ze, ‘ik doe er alles aan om het je gemakkelijker te maken, dat weet je toch’. ‘Jaja’, gaf Anna schoorvoetend toe. ‘Het is goed zo, ik wil het daar verder niet meer over hebben’, voegde ze er snel aan toe. Zowel Nora als ik wisten dat we vanaf dat moment beter konden zwijgen.
Sinds twee weken lig ik op bed. Ik heb niet meer de energie om er nog uit te komen. Ik denk niet dat het nog heel erg lang duurt. Waarschijnlijk is het voor Anna een grote opluchting als ik uiteindelijk de pijp aan Maarten geef. Dan is ze eindelijk van de last die ik blijkbaar voor haar ben verlost.
Al een paar jaar lang laat ze aan ieder die het maar horen wil weten hoe zwaar ze het wel niet met me heeft. ‘Aan je vader heb ik niks’, zei ze regelmatig tegen tegen Aron en Nora, ‘die neemt nou nooit eens uit zichzelf een initiatief’. Ronald, de echtgenoot van Nora zei: ‘Maar dat is toch niet anders dan anders. Pap heeft het initiatief altijd aan jou over gelaten, zolang ik jullie ken al’. ‘Ja, maar ik ben ook de jongste niet meer’, reageerde Anna. ‘O, dus eigenlijk is het probleem dat je moeite hebt met de beperkingen van de ouderdom’, merkte Ronald op. ‘Daar zul je gewoon mee moeten leren leven, zoals wij allemaal’, voegde hij er aan toe.
Ronald is ook al zeventig en heeft al twintig jaar beperkingen waarmee hij heeft moeten leren leven. Twintig jaar geleden werd hij door een auto geschept en sindsdien lijdt hij chronisch aan pijn in zijn rug en loopt hij met een looprek. Maar op de een of andere manier tast dat zijn humeur nooit aan. ‘Ik ben net zoals jij paps’, zegt hij, ‘mijn zin in het leven is niet kapot te krijgen. Ik geniet elke dag van het feit dat ik besta. En het gekke is dat dat niet ondanks mijn beperkingen zo is, maar dat juist die beperkingen me hebben doen inzien hoeveel liefde ik voor het leven heb’.
Die liefde voor het leven delen we, mijn schoonzoon en ik. Maar volgens Anna is de situatie van Ronald niet te vergelijken met die van haar omdat zij al drie-en-negentig is en hij pas zeventig. ‘Mama, Ronald leeft wel al twintig jaar met zijn beperkingen en jij en papa waren acht jaar geleden allebei nog zo gezond en fit dat jullie samen naar Parijs konden en lange wandelingen konden maken’. ‘Ja, maar dat is niet te vergelijken’, blijft Anna volhouden. Volgens haar zijn haar beperkingen veel erger dan die van Ronald omdat zij ouder is.
Feitelijk is dat onzin. Zij kan zelfs nu nog veel meer dan Ronald kan. Het verschil is dat Ronald het leven neemt zoals het komt en zijn beperkingen gewoon accepteert. ‘Ik ben niet bezig met mijn beperkingen’, zegt hij, ‘ik ben bezig met mijn mogelijkheden’. ‘Dus je kijkt niet naar wat je niet kan maar naar wat je nog wel kan’, concludeer ik. ‘Ja’, zegt hij, ‘maar als een ander mij die norm probeert op te leggen, word ik pissig. Een politicus die strenge keuringsregels goed meent te praten met ‘we kijken niet naar wat iemand niet meer kan, maar naar wat iemand nog wel kan’, doet dat heus niet omdat hij of zij zo betrokken is bij mensen die aan beperkingen lijden’.
Ik heb Nora nog nooit over Ronald horen klagen. Ook niet toen hij een tijdlang niets meer kon, vlak na dat ongeluk. ‘Ach papa’, zegt ze, ‘we hebben het goed samen. Hij is echt de liefste man van heel de wereld’. ‘De allerliefste?’, vraag ik nog. ‘De allerliefste’, beaamt ze. Ik ben blij om te zien dat Nora zich zo thuisvoelt bij haar man. Hij zat pas nog aan mijn bed. ‘Hoe is het paps?’, vroeg hij. ‘Het zal niet zo lang meer duren’, zei ik. ‘Ik weet het paps’, zei hij. ‘Zorg je goed voor Nora?’, vroeg ik. ‘Wat dacht jij dan?’, zei hij, met een grote glimlach op zijn gezicht, ‘je weet toch dat Nora mijn grote liefde is. We zijn elkaars thuis. We zijn goed voor elkaar’. ‘Ja, dat weet ik’, zei ik. En toen zwegen we allebei. Ik in bed en hij op de stoel naast me.
Ruud Moors’ eerdere wekelijkse bijdragen aan dit magazine vind je hier: